Gus Van Sant was een van de boegbeelden van de zogenaamde indie-wave van de jaren negentiennegentig, toen kleine onafhankelijke producties met de hulp van met grote studio’s geaffilieerde tussenspelers zoals Miramax en Fox Searchlight Pictures gedurende korte tijd enorm succes kenden. Van Sant is ondertussen al lang niet meer de gevierde regisseur van Drugstore Cowboy, My Own Private Idaho, Gerry, Elephant of Paranoid Park, maar af en toe sluipt er nog wel eens een Promised Land tussen waarin hij zijn talent echt nog eens kan etaleren.
Dead Man’s Wire is een project waar Van Sant pas laat bij betrokken raakte (oorspronkelijk zou Werner Herzog regisseren), maar het zou verkeerd zijn daarom te stellen dat Van Sant er zich makkelijk vanaf lijkt te maken. De vaststelling is en blijft niettemin wel dat hij al een heel lange tijd gewoon niet meer hetzelfde niveau haalt van weleer.
Het verhaal is gebaseerd op een waargebeurd feit dat anno 1977 televisiekijkend Amerika in de ban hield: Tony Kiritsis gijzelde op zijn eentje Richard L. Hall, zoon van de machtige eigenaar van kredietverstrekker Meridian Mortgage, omdat hij zich door het bedrijf zwaar tekortgedaan voelde. Met de hulp van een zogenaamde “dead man’s wire” die ervoor zorgde dat als er iets zou gebeuren met Kiritsis onvermijdelijk ook het wapen zou afgaan en Hall zou sterven, slaagde de gijzelnemer erin de enorme opgetrommelde politiemacht de baas te blijven en zijn slachtoffer zelfs mee te nemen naar zijn appartement dat van een tweede ingebouwde beveiliging was voorzien: zodra men de woning zou proberen binnen komen, zou het hele gebouw ontploffen.
Er bestaat een rijk gestoffeerde documentaire over dezelfde gebeurtenis die duidelijk invloed heeft gehad op deze verfilming die soms nogal heel erg hard zijn best doet om de bewuste periode opnieuw tot leven te brengen: heel veel passende deuntjes en overschakelen naar een andere korrel om het gevoel van de nieuwsberichten van weleer op te roepen, het voelt soms wat al te opzichtig aan. Toch kan je er niet omheen dat de film toonvast is, de klassieke stijl van Van Sant behoorlijk degelijk, en hij bovendien geholpen door sterk acteerspel van zijn hele cast, een verzorgd portret van de gebeurtenissen weet te schetsen.
De vraag is dan ook waarom Dead Man’s Wire vervolgens dezelfde kapitale fout maakt als zoveel van dit soort op ware feiten gebaseerde films: tijdens de aftiteling krijgen we de echte televisiebeelden te zien van Kiritsis’ actie. Als je de realiteit filtert doorheen een kunstmedium, of dat nu film, fotografie, theater of literatuur is, waarom is het dan nog nodig om je aan het eind als het ware te excuseren tegenover die realiteit? Film (of een andere van de genoemde kunstvormen) heeft geen verplichtingen tegenover die realiteit. De film zal altijd een artistieke interpretatie zijn en verisimilitude – door zo dicht mogelijk bij de feiten te blijven of door de illusie van de betreffende periode terug te brengen – is maar één mogelijkheid om de dingen te benaderen. Evengoed kan jij dit verhaal
hervertellen als science-fiction of horrorprent, dat doet er niet toe. Maar welke keuze er ook gemaakt wordt, die staat op zichzelf en hoeft niet – zoals we telkens maar weer opnieuw zien door oorspronkelijk beelden op te voeren aan het eind – vervolgens de artistieke keuze ondergeschikt te gaan maken aan de realiteit. Dat is misschien wel het grootste verraad dat Van Sant hier pleegt: de man die met Elephant het drama dat zich afspeelde in de Columbine High School op uiterst eigenzinnige wijze vertaalde naar filmische termen en daarmee bij uitstek een voorbeeld gaf van de stelling die hier geponeerd werd, ondermijnt nu zelf de kracht van artistieke visie door te grijpen naar totaal overbodige addenda.



