Restless

Het is inmiddels alweer meer dan een jaar geleden
dat Dennis Hopper, bekend als acteur en misschien nog bekender als
enfant terrible, overleed aan de gevolgen van
prostaatkanker. De man had vier kinderen bij vier verschillende
vrouwen, waarvan de op één na jongste, de eenentwintigjarige Henry
Hopper, nu ook voor het acteursambt heeft gekozen. Vijftien jaar
geleden nog het zoontje van Justine Bateman in het drama ‘Kiss
& Tell’, heeft hij in ‘Restless’ nu zijn eerste echte filmrol
te pakken. En als hij net als papa (die samen met James Dean leerde
acteren) een method actor is, moet hij alvast over genoeg
persoonlijke ervaringen beschikken om voor zijn eerste rol op terug
te vallen: terminale kanker en verweesd achterblijven zijn twee
centrale thema’s in de nieuwe prent van Gus Van Sant, die na het
mainstreamsucces van ‘Milk’ terugkeert naar zijn
indieroots van ‘Drugstore Cowboy’ en ‘My Own Private
Idaho’.

Hopper junior speelt Enoch Brae, een ietwat
asociale jongvolwassene die zich maar al te graag een
me-against-the-world’-attitude aanmeet waar menig Holden
Caulfield een puntje aan kan zuigen. Na de dood van zijn ouders is
hij onder de zorg van zijn tante komen te staan en heeft hij van
het begrip ‘morbide’ een levenswijze gemaakt: in plaats van
feestjes bezoekt hij de begrafenissen van mensen die hij van toeten
noch blazen kent, tussendoor omtekent hij met stoepkrijt zijn eigen
lichaam als was hij het lijk op een of andere plaats delict en zijn
hobby is het spelen (en verliezen) van zeeslag met Hiroshi (Ryo
Kase), de geest van een Japanse kamikazepiloot. Het grijs-zwarte
kleurenpalet dat zijn leven zou kenmerken mocht het een schilderij
zijn, lijkt toch een fleurig tintje te krijgen wanneer hij Annabel
(bleek muisje Mia Wasikowska) ontmoet – ware het niet dat zij
binnen een maand of drie ten onder zal gaan aan kanker.

Het is ietwat ironisch dat ‘Restless’ wordt
gepromoot als de nieuwe film ‘van de regisseur van ‘Good Will
Hunting’ en ‘Milk” – twee Oscarwinnaars met een zo conventioneel
mogelijk narratief en heel wat succes in de States – want in zijn
nieuwste etaleert Gus Van Sant opnieuw de eigenzinnigheid die hem
het afgelopen decennium bij het cinefiele publiek zo geliefd
maakte. Niet dat hij meteen terugkeert naar het doorgetrokken
minimalisme van zijn befaamde doodstrilogie (‘Gerry’, ‘Elephant’ en
‘Last Days’), maar het doet wel deugd om hem nog eens echt z’n
eigen ding te zien doen, wat in dit geval neerkomt op: twee
verliefde jongeren in een wereld zetten die hen niet toestaat om
verliefd te zijn.

Het blijft een film van Van Sant natuurlijk, en die
gaat maar al te graag all the way: als het minimalistisch
is, is het dan ook superminimalistisch (‘Last Days’), en als de
plot zoals hier ook maar een beetje om sentimentaliteit roept,
wordt het meteen supersentimenteel – en soms ronduit té
sentimenteel. Gelukkig sluimert het sombere uitgangspunt van Enoch
en Annabels relatie – en van de hele plot – doorheen de film, zodat
de occasionele overdaad aan pathetiek tot een minimum beperkt
blijft: er zijn immers sequenties waar de meligheid van
afdruipt – shots waarin het verliefde koppeltje samen gaat
roeien, samen gaat schaatsen, samen gaat wandelen – maar gedurende
de hele prent blijf je de ellende voelen die ervoor zorgt dat hun
prille geluk altijd pril zal blijven.

Velen zullen zich ongetwijfeld storen aan de sterk
geromantiseerde visie waarmee Van Sant zijn twee protagonisten naar
een nakend einde doet toeleven, maar het biedt hem wel de
mogelijkheid om de poëzie van het beeld – die hij zo uitvoerig
onderzocht in films als ‘Gerry’ – op maat van de inhoud van de film
te maken. Een shot waarin twee verliefde jongeren hand in hand
binnen de krijtlijn van hun eigen silhouet liggen is sowieso al
bijzonder mooi, maar het krijgt een extra lading wanneer je weet
dat hun relatie afstevent op een tragisch einde. Prachtig ook is de
scène waarin Annabel ‘kennis’ maakt met Hiroshi: twee jongeren op
een bank aan een meertje waarin de zon ondergaat. Het is al zoveel
vaker gedaan, maar Van Sant blikt het in op een manier die het
plaatje een extra dimensie geeft. Voeg daar nog de prachtige
soundtrack aan toe, waarop afwisselend Tim Burtons huiscomponist
Danny Elfman en gevestigde indiewaarden als Bon Iver en
Sufjan Stevens te horen zijn, en je krijgt anderhalf uur pure
schoonheid.

Ook de twee jonge acteurs dragen ertoe bij dat
‘Restless’ zich al bij al moeiteloos van het doorsnee teenage
drama
onderscheidt: bij Henry Hopper komt het gebrek aan
ervaring nu en dan eens om de hoek loeren, maar de ingetogenheid
waarmee zijn personage het tegen de wereld opneemt, getuigt toch
van talent en durf, aangezien hij zelden of nooit in de
gemakkelijke val van overacting trapt. Nog indrukwekkender is
rijzende ster Mia Wasikowska (‘Alice in Wonderland’, ‘The Kids Are
All Right’ en binnenkort ook in de nieuwe ‘Jane Eyre’), die,
getooid in een heleboel garçonne-outfits en andere jaren
’20-mode, een personage neerzet dat geniet van de schoonheid van
het leven zonder ooit te vergeten dat die schoonheid niet meteen
voor haar is weggelegd. Chemie tussen de twee hoofdrolspelers is
dan ook nooit ver te zoeken.

Tot slot ook nog even vermelden dat het personage
van Hiroshi een behoorlijk slimme vondst is van Jason Lew: ook al
is het uitgangspunt van een kamikazegeest zo metafysisch dat het de
pijnlijke realiteit van de plot zou kunnen verstoren (wat gelukkig
nooit echt gebeurt), blijkt Hiroshi (mooi vertolkt door Ryo Kase)
vooral een geweldige therapeut te zijn: de interactie tussen hem en
Enoch resulteert in enkele bijzonder sterke scènes, om nog maar te
zwijgen van zijn afscheidsbrief, die hij op het einde van de film
in voice-over voorleest. Ontroerende poëzie, de zoon van Dennis
Hopper, een heerlijke soundtrack, de schoonheid die Gus Van Sant in
zijn shots legt en Mia Wasikowska met een bolhoedje op haar hoofd:
waar wacht u nog op?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

9 + een =