In 2026 kijken we al lang niet meer verbaasd op wanneer hiphop en freejazz hand in hand gaan. En toch keken we met grote ogen naar het brouwsel dat Gentenaar Kunde ons presenteert op zijn nieuwe album Latebloomer: wat in ’s hemelsnaam… ? Geniet met elke vezel van deze trip, terwijl uw rationeel denkvermogen buiten alvast de auto gaat opwarmen.
“Strange Fruit”. Billie Holiday bezong het als een gitzwarte wonde die ze heel haar leven moest meedragen, gapend in haar borst. Als therapie gebruikte ze haar hartverscheurende, zalvende melodieën. Maar de worsteling kan ook andere vormen aannemen. Neem nu de Gents-Kameroenese Joram Kunde Boumkwo – Kunde, op z’n showbizzpaspoort: ook hij worstelt met dat anders zijn, maar hij besluit het uit te puren, te gaan cultiveren. Als ik toch exotisch fruit moet zijn, dan maar meteen the strangest one in de schaal, een boleet vol spikkels en tentakels.
Zo ongeveer verscheen Kunde op onze radar, met z’n mixtape Meanwhile vol Kiefer- of Quasimoto-achtige beats. Vervolgens nam het Brugse W.E.R.F.-label hem aan boord en volgde het verlokkelijke Dandelion: soulful, dansbaar, maar welk label we erop probeerden plakken, het voldeed nooit helemaal. Ondefinieerbare artiesten: ziedaar oorzaak nummer een voor kapotgeknarste tanden van muziekrecensenten.
Laat de tandvullingen alvast aanrukken, want ook deze Latebloomer is weer een knetterende hoogmis van rariteiten, hiphop en soul. Echter, onbekend is in dit geval zeker niet onbemind: we mochten reeds snoepen van het vooruitgeschoven “Shades Of Navy”, een tegelijk slaapdronken en zwoele trip samen met die andere exotische diamant, Helena Casella. Heerlijk hoe onze zenuwen onder hoogspanning worden gezet met zweverige ritmes en melodieën die het op ons onderbewustzijn gemunt hebben. Kan iemand deze zo snel mogelijk op Erykah Badu’s deurmat mikken, alsjeblieft?
Een plaat maak je natuurlijk niet met een enkel nummer. Dertien stuks krijgen we voor de afgebrokkelde kiezen, te beginnen met het titelnummer waarin de losgeslagen beats zich met een giftige samba vermengen – zie later op de plaat ook “Litestepper” voor meer van dat. Daarnaast toont Boumkwo zich ook een begenadigd rapper op bijvoorbeeld “Odd Rose”, “The Slope” of “Malice In Thunderland”. Zijn erg uitgesproken articulatie brengt nog extra ritmiek in de verzen, haast als een extra percussie-instrument. Het doet ons niet zelden aan vroeg werk van Kendrick Lamar denken. Hoogtepunt is “BITTERSWEET”, waarin de zacht hese Kunde in duet gaat met de raspende stem van Fred Gata. Tweede onsterfelijke coalitie op deze plaat – eat that, regeringen aller landen.
Wat zeker niet vergeten mag worden, is de muzikale ondersteuning van dit alles. Geen samples maar live ingespeelde beats: dat hoor je. De onaardse geluiden en duizelingwekkende akkoordenschema’s roepen vaak Flying Lotus, BADBADNOTGOOD of zelfs Sun Ra op. Neem daarbij een ritmesectie met het soort grooves en polyritmiek van bijvoorbeeld Binkbeats, MonoNeon of STUFF. en je begrijpt dat stilstaan geen optie is bij Latebloomer. Kunde’s band creëert een speeltuin die zo rijk is dat de uitstapjes van soul over hiphop, freejazz tot zelfs house allemaal natuurlijk aanvoelen.
Latebloomer is dus een album dat je moet beleven. De muzikaliteit spat ervan af, wat het resultaat zo betoverend en aanstekelijk maakt. Nu, er schuilt ook wel een risico in die keuze voor all-in weirdness: ook wij moesten na dertien nummers dolend langs extragalactische akkoordenschema’s even bijkomen. Stiekem even wat voorgekauwde pop door ons cranium gejaagd – maar vertel het niet verder. Wat je dan weer wel verder mag vertellen, is het bestaan van deze Kunde en zijn Latebloomer. Laaf je aan het gifgroene licht van deze late bloem, en hoor het sidderen van zijn tropische stampers.




