Kleber Mendonça Filho is een Braziliaans filmmaker met een uiterst eigenzinnig en uniek oeuvre gekenmerkt door surrealisme en een grote visuele creativiteit. Titels zoals Aquarius of Bacurau doen niet meteen een belletje rinkelen bij de gemiddelde filmliefhebber en ook op internationale festivals krijgt de cineast misschien wel erkenning, maar vooralsnog vertaalde zich dat niet in grote naambekendheid. Het is inmiddels van 2019 geleden dat de regisseur in Cannes volledig terecht de juryprijs in ontvangst mocht nemen voor het surreële en genre-overstijgende Bacurau. Ook in zijn vierde film The Secret Agent kiest de Brazilaanse regisseur ervoor om flinke kritiek te uiten op het politieke en sociale klimaat van zijn thuisland, en ook hier is het moeilijk om het werk onder één enkele noemer te catalogeren. Helaas zal wellicht ook deze nieuwste prent dezelfde weg opgaan als zijn voorgangers: prijs voor de beste regie, Fipresci prijs én Afcae prijs in Cannes, en toch is er nauwelijks aandacht voor de release van wat zonder tegenspraak een van de grootste cinemamomenten van het jaar is.
Deze moeilijk te catalogeren titel speelt zeker in hetzelfde filmische universum waarin Mendonça Filho zich eerder ophield: een soort magisch-realistische wereld die in dit geval een licht surreële versie brengt van het broeierige Brazilië anno 1977 alwaar een sjofele ‘geheim agent’ (een eufemisme zoals ons pas veel later duidelijk wordt) lijkt onder te duiken voor zaken uit een niet al te helder verleden. De protagonist hier opereert ver van de glamour die we associëren met de term “secret agent” maar gaandeweg zien we ook in dat dat net deel uitmaakt van het hele opzet van de film. Die achtergrond lijkt de aanzet te zullen worden voor een enkel maar uiterst somber en donker verhaal – wat dit zeker is – ware het niet dat er allerlei droogkomische voorvallen zijn die ook de bijna tragische absurditeit van dit alles in de verf zetten: het door iedereen genegeerde lijk aan een tankstation in de heerlijke proloog of het been van een moordslachtoffer dat op recalcitrante wijze weer bovenkomt uit de maag van een haai en dat in de meest uitzinnige scène van de film – die wellicht mensen voor het hoofd zal stoten die denken dat cinema vooral trouw moet zijn aan verisimilitude – weigert zomaar te verdwijnen.
In een bijzonder sterke openingssequens die meteen de toon zet, zien we Marcelo (Wagner Moura) met zijn knalgele Volkswagen Kever halt houden voor een tankbeurt. Onder een karton ligt een rottend lijk van een man die het tankstation probeerde te overvallen. Wanneer de politie aankomt, negeren ze compleet de plaats delict maar besteden ze des te meer aandacht aan Marcelo’s auto – is de brandblusser nog wel reglementair? – om hem dan uiteindelijk ook nog zijn pakje sigaretten te ontfutselen, een duidelijk signaal dat corrupte overheidsinstanties hier flink op de korrel genomen zullen worden. Het verhaal speelt zich immers af in ’77, te midden van de militaire staatsgreep waarbij de linkse president João Goulart werd afgezet. The Secret Agent laat de kijker vervolgens redelijk lang in het duister tasten over de precieze reden waarom Marcelo, een gerespecteerd leraar en onderzoeker aan de universiteit, bij zijn terugkeer naar de stad Recife nog steeds op de vlucht is.
Het ondermijnen en uitdiepen van de tragiek is ook terug te vinden in de manier waarop films die laat opdoken in Braziliaanse cinema’s – Jaws en The Omen – op ironische wijze sommige plotlijnen lijken te weerspiegelen. Wie echt dieper wil graven merkt ook al vlug op dat in die laatste prent de hoofdrol vertolkt werd door Gregory Peck die in dezelfde periode ook een ondergedoken nazi speelde in The Boys from Brazil, een echo van een personage dat een kleine bijrol geeft aan de onlangs overleden Udo Kier. De poster van Linda Wertmullers Pasquolino Settebellezze die opduikt, is dan weer een verwijzing naar een uit het leger ontslagen huurmoordenaar die een sleutelrol speelt in de intriges, Ook Le Maqnifique met Jean-Paul Belmondo duikt op. Al die knipogen, zij het visueel of auditief, bewijzen niet louter Mendonça Filhos’ immense liefde voor cinema, maar tegelijk ook zijn ongedwongen zelfzekerheid en unieke gevoel voor filmtaal. Net als in zijn vorige werken laveert The Secret Agent moeiteloos tussen drama, satire, thriller en exploitation. Dat alles is dan ook nog eens kundig ondersteund door de beeldvoering van Evgenia Alexandrova die met een Alexa 35-camera en Panavision-lenzen op een sublieme manier de typische beeldtextuur en kleurcodes van de jaren ’70 op het scherm weet te toveren.
Het zijn maar een paar van de vele ingenieuze draden die The Secret Agent spint zonder die expliciet te maken, terwijl ze wel bijdragen tot een veelgelaagd tijdsbeeld dat de verstrengeling tussen staat, macht, corruptie en individu, op schitterende wijze evoceert. Zelfs een nevenfiguur verwoordt het op een bepaald moment heel sterk wanneer ze zegt: “Ik was eerst een communist en dan een anarchist, of was het nu net omgekeerd, ik weet het zelfs niet meer.” Het is een vlag die ideaal de lading dekt van een film waarin moraliteit en politiek niet meer dan verwisselbare etiketten zijn die toevallig bij een situatie passen.
Zoals in alle voorgaande werk, wordt de stijl van Mendonça Filho voor dit alles gekenmerkt door een voorbeeldige beheersing van het breedbeeldformaat. Reeds de eerste tien minuten waarin allerlei latere thema’s subtiel aangebracht worden, zijn een ware les in mise-en-scène en het genereren van spanning uit puur visuele bouwstenen. Zelfs de meest elementaire momenten – het hoofdpersonage dat zijn zoontje bezoekt – zijn zo zorgvuldig gecomponeerd inzake kleur en evenwicht, dat je om de haverklap de film zou willen bevriezen en een beeld inkaderen. Pièce de résistance van dit huzarenstuk is een lange, met flashbacks en flashforwards gevulde sequens waarin cadrage en plaatsing van personages in het beeld op onwaarschijnlijk subtiele manier verhoudingen en onderliggende thema’s blootleggen, zonder ook maar een moment de nood te voelen die ook nog eens aan de kijker te gaan uitleggen op meer traditionele manier. Het is het hoogtepunt van een virtuoos stukje filmkunst dat er via een raamvertelling in slaagt de concepten te laten fungeren als specters uit het verleden die het heden mee bepalen en ultiem de vraag stelt naar de waarde van herinneringen, overdracht en wat bewaard wordt in een wereld waarin alles opgeslagen en bewaard wordt.



