The Diplomat is een zeer populaire reeks op Netflix en het vierde seizoen is al in productie. Het is vakkundig als in: verslavende pulp. En dat is prima. Het is niet allemaal even goed uitgedacht of uitgewerkt, maar het blijft efficiënt. Al staat of valt dit soort series echter met de ‘suspension of disbelief’. De makers blijven hier te veel aarzelen. Die ‘suspension of disbelief’ is geen spectrum, maar werkt enkel als je als maker all-in gaat. Dat wil zeggen dat het af en toe iets onnozeler mag, iets meer ‘over the top’, wat acteur Rory Kinnear als enige echt lijkt te snappen.
Op alle vlakken probeert deze reeks zich te manifesteren als het nieuwe The West Wing. Het gros van het creatieve team achter The Diplomat leerde elkaar dan ook kennen in de schrijverskamer of op de set van die klassieker van Sorkin. Daarmee is de magische naam van Aaron Sorkin onvermijdelijk gevallen. Hoe hard de makers van The Diplomat ook hun best doen – tot het casten van Allison Janney en Bradley Whitford toe – ze missen de essentiële vonk die Sorkin bracht.
De kracht van de eerste vier seizoenen van The West Wing, waarvoor Sorkin bijna eigenhandig alle scenario’s schreef, zat ’m net in die vernieuwende benadering: de strakke regels van een sitcom toepassen op een drama. Eenvoudig en geniaal tegelijk. Na zijn vertrek namen Elli Attie en Deborah Cahn het roer over, en die shift vanaf het vijfde seizoen was pijnlijk merkbaar. Hoewel zij misschien wel enkele van de sterkste individuele afleveringen schreven, verdween de strakke consistentie van de beginjaren. De werkplek werd verlaten en personages gingen elk hun eigen, losse weg. Dit is een veelvoorkomend scenario-euvel dat de afgelopen twintig jaar menig serie en film de das om heeft gedaan.
Cahn en Attie hebben in de eerste twee seizoenen nog beter geleerd de belangrijkste pionnen op hetzelfde bord te houden. Maar in dit derde seizoen wordt die opzet resoluut overboord gegooid. De breuk voelt aan als een pure commerciële toegeving, een patroon dat we bij plots populaire series – Stranger Things indachtig – vaker zien.
Ze scheiden nodeloos de kern van de reeks: het koppel Wyler. En dat werkt niet. De kracht van Hals personage hier school net in de frustratie van de publieke figuur, gereduceerd tot een bijrol achter de schermen. Acteur Rufus Sewell begreep die grandeur en tristesse perfect en bracht die sterk tot uiting. Het kaderde de gedrevenheid en bewijsdrang van Keri Russell als Kate. De titel dekte daarmee feilloos de lading: wie was nu de échte diplomaat? De oude macht, gereduceerd tot een frustrerende bijrol, of de nieuwe macht, een vrouw die zichzelf keer op keer uit de schaduw van haar beroemde man moet werken?
Seizoen twee eindigde met verbeten gespin om Kate tot vicepresident te bombarderen. De onverwachte dood van de president wierp elk bestaand plan overhoop. De casting van Allison Janney (C.J. uit The West Wing) in deze context was een leuke knipoog. Maar door vervolgens niet Kate, maar Hal als de nieuwe vicepresident te lanceren, verhuist de reeks ideologisch en dramatisch dichter naar het genre van 24.
Die pro-Amerikaanse retoriek wringt hier. Met zinnen als: “The world forgives us when they need us, and that doesn’t take long” wordt de eigen foutenlast en toxiciteit al te gemakkelijk gerechtvaardigd. Wat bijna onvergeeflijk is, is dat de reeks hierdoor almaar verder ontspoort tot een politieke paranoiathriller vol clichés die kilometers op voorhand worden doorgebeld.
Die simplistische plot past volledig in de traditie van ‘macht bedriegt’, het stiefbroertje van ‘wetenschap liegt.’ Toegegeven, zelfs The West Wing leed af en toe onder het geloof in het eigen idealisme (wat trouwens mee zorgde dat een hele generatie Democrats zichzelf identificeerde met Josh, Sam of Toby en deze partij dus volledig van God losraakte). Maar om dan volledig naar de andere kant te opereren in Kieferland – het gebied van de rechttoe rechtaan politieke thriller – is niet nodig. Dat terrein behoort toe aan 24, Designated Survivor en Rabbit-Hole. Series die het concept ‘tongue-in-cheek’ snapten. Het was verstandiger geweest als de makers hun verhaal ergens halverwege dit spectrum hadden geplaatst. Nu is het nodeloos donker en vuil zonder meerwaarde.
Dat donkere zit niet alleen in het narratief, maar is ook visueel overgenomen. Net als The West Wing willen de makers duistere achterkamers tonen, subtiel belicht met enkele tafellampen. Maar waar The West Wing nog op 35mm werd gedraaid, wat een doordachte belichting vergde, is The Diplomat – zoals veel Netflix-reeksen – digitaal gefilmd en te donker. Als men in postproductie alles nog eens enkele tonen donkerder maakt, gaan alle nuances in zwart verloren. Dit is niet enkel onzorgvuldig, het is ook een pijnlijke nalatigheid die de vele zwarte acteurs in de cast opoffert aan de dubieuze normen en standaarden van een streaminggigant.
Gelukkig zijn er goede elementen, vooral dankzij de cast. Keri Russell en Rufus Sewell zijn sterk als kibbelend, manipulerend koppel. Zij worden dit seizoen echter overtroffen door C.J. en Josh, a.k.a. president Hagen en de First Gentleman Todd. Een leuke meerwaarde is ook Rory Kinnear als de Britse premier Towbridge, de man met een Churchill-complex. Hoewel de makers hem framen als een egocentrische en machtswellustige idioot, vindt hij misschien wel als enige acteur de juiste balans tussen waardig, malloot en manipulatief, precies wat deze scenario’s nodig hebben.
Bingewaardige reeks voor een herfstzondag, maar om dan te vergeten tot de volgende koude en druilerige middag het jaar erop voor het volgende seizoen.
The Diplomat – Seizoen 3 is te zien via Netflix.



