Life During Wartime




Cinema die provoceert, die het publiek verdeelt, die de ene doet
likkebaarden en de ander doet walgen. Sinds ‘Welcome to the
Dollhouse’ uit 1995 heeft regisseur Todd Solondz een patent op dat
soort cinema. Met de camera als scalpel dissecteert Solondz telkens
weer het postmoderne leven van de Amerikaanse middenklasse. Wat hij
achter de verzorgde tuintjes en de kraaknette façades aantreft, is
ronduit gruwelijk: onrechtvaardigheid, egoïsme, kneuterigheid,
perversie, pedofilie en bovenal eenzaamheid. Solondz’
hoofdpersonages staan tegen wil en dank geïsoleerd in het leven:
het zijn outsiders, verstotelingen, en de moraal van de film
vertelt ons dat ze dat altijd zullen blijven. Tragisch? Jazeker.
Maar tezelfdertijd ook een beetje grappig. Nee, soms zelfs heel erg
grappig. Wie ‘Happiness’ uit 1998 nog niet heeft gezien: zeker
doen. Het is waarschijnlijk een van de grappigste films van de
jongste twee decennia. Maar tegelijkertijd ook een van de hardste,
van de meest confronteerde, van de meest dramatische. Zie daar de
gespletenheid van een Solondzfilm: je hebt als kijker geen enkel
vermoeden welke respons er van je verwacht wordt. De grens tussen
humor en tragiek is gewoonweg niet langer te onderscheiden.

Met ‘Life During Wartime’ keert Solondz terug naar de personages
van zijn beste film, ‘Happiness’: de zussen Trish, Joy en Helen
Jordan. Trish (Allison Janney) probeert opnieuw haar leven op orde
te krijgen, nadat haar echtgenoot Bill (Ciaran Hinds) als pedofiele
kinderverkrachter werd ontmaskerd. Op een blind date ontmoet ze
Harvey Wiener (Michael Lerner), van wie ze vermoedt dat hij haar
opnieuw de nodige stabiliteit kan bezorgen. Wat ze niet weet, is
dat Bill intussen uit de gevangenis werd vrijgelaten en opnieuw
contact zoekt met zijn oudste zoon Billy. Ook Joy (Shirley
Henderson) heeft kopzorgen: haar vriendje Allen (Michael Kenneth
Williams, aka Omar Little uit ‘The Wire’) kan zijn
criminele levensstijl niet achter zich laten en ze zoekt haar heil
in een tijdelijk verblijf bij Helen, de meest succesvolle van de
drie zussen, maar zo labiel als een deur. Tot overmaat van ramp
begint Joy waanvoorstellingen te krijgen waarin ze haar overleden
ex-vriendje Andy herkent.

Het moge meteen duidelijk zijn dat deze ‘Life During Wartime’
niet de ideale film is om met het oeuvre van Solondz kennis te
maken. Niet enkel is Solondz’ nieuwste worp een direct vervolg op
‘Happiness’, er zitten ook verwijzingen in naar ‘Welcome to the
Dollhouse’, die wellicht enkel door de fans – ik beken – te
herkennen zijn. Maar net als zo vaak met regisseurs die hun films
vol met knipoogjes steken, is het plezier van uiterst korte duur.
Wat ben je er bijvoorbeeld mee als je weet dat Harvey Wiener de
vader is van Dawn Wiener, het gepeste schoolmeisje uit ‘Welcome to
the Dollhouse’? En wat te denken van de openingsscène, die bijna
letterlijk een kopie is van de openingsscène van ‘Happiness’? Joy
zit samen met Allen in een veel te duur restaurant en aanhoort hoe
hij haar smeekt om hem nog een laatste kans te geven. Hij heeft
zelfs speciaal een geschenkje voor haar meegenomen en, jawel, net
zoals in ‘Happiness’, wellen de tranen spontaan op in haar ogen. Is
ze somber misschien? “Oh, no”, antwoordt ze, “it’s
just a little… déjà vu”
, en gelijk heeft ze dus. ‘Life
During Wartime’ voelt aan als een nabeschouwing, een epiloog, als
de pousse-café na een viergangenmenu, en dus niet als een
volwaardige film. Misschien is dit halfslachtige tussendoortje
bedoeld als een crowdpleaser voor de oude fans die
teleurgesteld waren met de laatste Solondzreleases? Het fijne weet
ik er ook niet van, maar zowat 80 procent van wat we hier
voorgeschoteld krijgen, voelt aan als een overbodige hervertelling,
zij het met wat meer verwijzingen naar de politieke toestand in de
VS – hence, de ‘wartime’ in de titel – en met
andere acteurs in de hoofdrollen.

Trouwens, ook dát begrijp ik niet goed: waarom Solondz zo nodig
alle personages moest recasten. Het is niet dat de acteurs
hier slecht werk leveren, alleen: het klopt gewoon niet. Net zoals
‘The Terminator’ nooit zou kunnen gespeeld worden door iemand
anders dan Arnold Schwarzenegger, zo zal ik in de gedaante van
Allen, de ziekelijk zwaarlijvige, seksueel gefrustreerde
computeranalist, altijd de jonge Philip Seymour Hoffman blijven
zien. En geloof me, het is een groot nadeel als je moet opboksen
tegen Philip Seymour Hoffman, zelfs voor een topacteur als Michael
Kenneth Williams.

Maar ik had het dus over 80 procent, wat betekent dat er nog 20
procent overschiet dat wel degelijk de moeite waard is, namelijk:
de verhaallijn rond vader Bill, die een queeste onderneemt naar
zijn oudste zoon. Ciaran Hinds speelt de rol met een bijna
uitdrukkingsloos gelaat, maar net dat zorgt voor de morele
ambiguïteit die Solondz je wil doen ervaren. Bill is – veel meer
dan in ‘Happiness’ – een zwarte vlek, een ondoordringbaar raadsel,
en in een film waarin iedereen zijn meest triviale gedachten zomaar
op tafel gooit, is zijn aanwezigheid onmisbaar. Zou het toeval zijn
dat Solondz net zijn beste dialogen opspaart voor de luttele
momenten waarop Bill het woord neemt? Nee, daar waar ‘Happiness’
een ensemblefilm was, is ‘Life During Wartime’ vooral de film van
Bill Maplewood, voormalig kinderverkrachter, nu een zondaar op zoek
naar vergeving – hét overheersende thema van de film.

De ontmoeting tussen Bill en bachelorette op leeftijd
Jacqueline (Charlotte Rampling) vormt een eerste hoogtepunt, maar
de echte climax – en voor mij nu al dé scène van het jaar – komt
pas na een dik uur, wanneer Bill eindelijk zijn oudste zoon
terugvindt. Solondz toont zich een absolute meester van de
ingehouden emotie: iedere stilte lijkt een halfuur te duren en zegt
niets en tegelijkertijd toch ook alles. Het vreemde is: ergens zit
je nog altijd met het idee dat Bill zijn zoon is gaan opzoeken om
hem te verkrachten (en ergens voel je ook dat Solondz vaagweg met
dat idee zit). Maar zo grotesk wordt het gelukkig allemaal niet in
‘Life During Wartime’, al krijgt zelfs een ontroerende scène als
deze toch nog een sterke humoristische ondertoon mee (die poster
met de apen!). Vintage Solondz dus, met niets anders te
vergelijken.

U hoort het al: als u naar ‘Life During Wartime’ gaat kijken,
doe het dan voor die ene scène, het enige moment dat perfect naast
de ‘Happiness’-hoogtepunten zou kunnen staan. De rest van de film
lijkt daarentegen maar wat aan te slepen en mist eenvoudigweg de
scherpte die je mag verwachten van een Solondz op niveau. Voor het
eerst in zijn oeuvre krijg ik zelfs een beetje de indruk dat de
chroniqueur van het Amerikaanse middenklassebestaan zijn inspiratie
heeft opgebruikt en dat hij zijn beste pijlen allang heeft
afgeschoten. Aan hem om mij met zijn volgende film van het
tegendeel te overtuigen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijftien + 18 =