In 2016 diende Julia Ducournau zich met Grave aan als een eigenzinnig talent dat bijzonder interessante zaken wist aan te vangen met het subgenre van de ‘body horror.’ De film waarmee ze in Cannes de Gouden Palm won en die haar écht op de kaart zette – Titane – was iets te veel een Cronenberg-pastiche, maar toonde niettemin dat de cineaste een niche gevonden had voor haarzelf en daar bijzonder degelijk werk in afleverde. Ook Alpha ging in première aan de Azurenkust, zei het dan ditmaal zonder grote prijs in de wacht te slepen.
Centraal in de film staat het idee van een virus dat mensen doet verstenen en letterlijk verandert in marmeren standbeelden. Dat idee is niet helemaal origineel en kwam onder andere bijvoorbeeld al aan bod in de Japanse animatieprent King of Thorn, maar bij Ducournau gaat het om meer dan louter genre en zitten er allerlei metaforische betekenissen verborgen onder dit element. De maatschappij waarin deze ziekte huishoudt bestaat een beetje buiten tijd en ruimte, maar is in ieder geval het fatale kantelpunt al even voorbij. Mensen zijn onaangenaam en paranoïde, huisvesting vervallen en buiten heersen wind en stof (een duidelijke echo uit De Wind van Nergens van James Ballard, een dystopische romancier met wiens oeuvre het werk van Ducournau zeker affiniteit heeft, het is geen toeval dat David Cronenberg Ballards Crash verfilmde). Alpha is een dertienjarige die op een dag thuiskomt met een tatoeage en zo mogelijks het gevreesde virus heeft opgelopen via een besmette naald, tot grote ontsteltenis van haar getroebleerde moeder, één van de weinige artsen die nog patiënten verzorgt terwijl de ziekenhuizen overvol geraken. Minstens even verontrustend is de plotselinge komst van Alpha’s oom (sterke rol van Tahar Rahim), een zwaar verslaafde junkie die de fragiele balans tussen het meisje en haar moeder zwaar op de proef begint te stellen.
Met dat opzet aangebracht, begint de film aan een hele reeks visuele symbolen te werken die de onderliggende thematieken op soms wat al te zelfbewuste wijze moeten evoceren: ziekte als metafoor voor het overdragen van trauma, isolement en ziekte als beeld voor klasse en marginaliteit. Scènes die het belang van identiteit onderstrepen en vooral de zaken daarin waarvoor we bang zijn ze aan anderen – in dit geval letterlijk en figuurlijk – door te geven. Het is allemaal wat veel en Alpha neemt absoluut te veel hooi op vork. Niettemin, kan je er wel niet omheen dat Ducournau ook momenten creëert die je niet licht zal vergeten. Begeleid door een snerpende soundtrack, serveert de film een paar pure
nachtmerries waar een bijna misselijkmakende fysieke impact van uitgaat. Tijdens een akelige zwempartij of dito droom en biopsie, zien we plots weer echt de cineaste van Grave aan het werk en mist de film zijn impact absoluut niet. Het resultaat is daarmee afwisselend intens en intens frustrerend. Alpha zal je onmogelijk koud laten en garandeert een paar absolute visuele hoogtepunten, maar tegelijkertijd raakt de film helaas ook wel wat te veel verstrikt in alle ambities en in de hoogdravende beeldsymboliek die uiteindelijk minder gelaagd is dan ze zich probeert voor te doen.



