Backback :: Deuk

Een album uitbrengen met songs van een artiest die bijna een eeuw geleden zijn hoogdagen kende, het lijkt in deze dagen een gewaagde zet. Backback deinst er niet voor terug en zoekt de essentie in de big band-nummers van Duke Ellington.

Wie ooit een Mount Rushmore-achtig monument voor de twintigste-eeuwse Amerikaanse muziek wil maken, kan niet om de figuur van Duke Ellington (1899-1974) heen. De pianist, bandleider en – vooral – componist behoort immers tot de meest invloedrijke muzikanten van de vorige eeuw. Met zijn big band kende hij een hoogtepunt van eind jaren ‘20 tot midden jaren ‘40, waarbij hij de standaard voor big bands neerzette en mee de swingmuziek definieerde. Na z’n comeback in 1956 op het Newport festival (vereeuwigd op Ellington In Newport) bleef hij ook later in z’n carrière nog relevante muziek maken. Als componist maakte hij naar schatting zo’n 1200 composities – al is er wel enige discussie over het juiste aantal – waarvan er heel wat uitgroeiden tot jazz-klassiekers. In een dikke eeuw jazz komt enkel Thelonious Monk als componist enigszins in de buurt van Ellington. 

Sinds twee decennia maakt het trio Backback muziek op het grensgebied tussen jazz, rock en funk. Centrale figuur is gitarist Filip Wauters, die bij het grotere publiek uiteraard vooral bekend is als lid van Het Zesde Metaal. Daarnaast bestaat het trio uit drummer Giovanni Barcella (zie ook Moker, Jeroen Van Herzeele Quartet) en saxofonist Marc De Maeseneer, die zich hiernaast ophoudt in zowel jazz- als folkmiddens – van El Tattoo Del Tigre over Lady Linn tot Olla Vogala. Met Deuk brengen ze nu hun vijfde album uit, eentje waar de figuur van Ellington dus centraal staat. 

Dat hun nieuwe worp een hommage aan de grootmeester van de Big Band werd, is eigenlijk toevallig ontstaan. Bij het repeteren speelde de band ter opwarming wat jazz standards. Toen ze vaststelden dat daar heel wat Ellington-nummers tussen zaten, besloten ze om meteen een heel album aan hem te wijden. Wat opvalt als je de tracklist van Deuk bekijkt, is dat het trio ver weg blijft van Ellingtons grootste klassiekers en eerder focust op minder bekend werk. De nummers dateren grotendeels uit de latere periode van Ellington na diens ‘comeback’ in 1956. 

Hoewel Ellington voornamelijk voor grotere ensembles schreef, blijven de nummers ook in triobezetting helemaal overeind – met veel dank aan de Backback-heren, die zich de nummers helemaal toe-eigenen. Dat lukt niet alleen als het rustig gehouden wordt (“Half The Fun”, “Bourbon Street Jingling Jollies”), maar evengoed als het er broeierig aan toe gaat zoals op “La Plus Belle Africaine” of “Chinoiserie”, waar de saxofoon van De Maeseneer onvermijdelijk herinnering oproept aan het onovertroffen Morphine.

Twaalf nummers, die Wauters en co. stuk voor stuk een geslaagde hedendaags jasje aanmeten. Weemoedig  (Guitar Amour”), opzwepend (“Brasilliance”) of speels en dartel (“Bonga”): steeds weer slagen ze erin om zich de songs op een ongedwongen manier eigen te maken. Wauters’ eigenzinnig en geïnspireerde gitaarspel heeft daar een groot aandeel in. Een van de hoogtepunten is het weemoedige “Paris Blues”, dat zo een scene zou kunnen begeleiden in een Franse film noir uit de jaren ‘50 waar de protagonist ‘s nachts door de grootstedelijke straten dwaalt. 

Met Deuk levert Backback een uiterst geslaagd eerbetoon af aan Duke Ellington en toont het gezelschap dat diens nummers ook nu nog altijd even essentieel zijn als toen ze geschreven werden. 

In december onderneemt Back Back samen met het Brusselse trio Don Kapot een kleine tournee door Vlaanderen. De volledige concertlijst vindt u op de site van JazzLab. 

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

7 − 2 =