Des Hommes

Relatief vroeg in zijn loopbaan, besliste de in België geboren acteur Lucas Belvaux om ook zelf achter de camera plaats te nemen. In 2002 leverde dat lof op voor Cavale en tien jaar later een echte doorbraak met de sombere, door architectuur van Auguste Perret gedomineerde thriller 38 Témoins. Het bleef wat stil nadien rond de regiecarrière van Belvaux (Chez Nous en Pas son Genre waren heel degelijk, maar trokken helaas weinig aandacht) tot hij in 2021 opdook in de selectie van Cannes met Des Hommes, een drama dat de vergeten Franse oorlog in Algerije weer onder de aandacht brengt.

Met een cast aangevoerd door ‘monstre sacré’ Gérard Depardieu, vertelt Des Hommes het verhaal van drie dorpsgenoten die vochten tegen de onafhankelijkheidsstrijders in Algerije in 1960 en zich vervolgens in stilte hulden na hun terugkeer naar Frankrijk. Via een flashbackstructuur zie we lange episodes uit de Algerijnse strijd (opgenomen in de woestijn van Marokko) en de gesprekken die familieleden voeren wanneer op een verjaardagsfeest de frustraties van een van hen (Depardieu) tot ontploffing komen.

Het idee van het oorlogsverleden dat door het heden blijft spoken is verre van nieuw, al weet Belvaux op een mooie manier visuele associaties te leggen die het concept tastbaar maken. Hier en daar zijn sommige scènes iets te veel een doorslag van sterkere films (een ‘raid’ op een dorp roept onvermijdelijke echo’s op van Casualties of War en Platoon en ook de terugkerende briefstructuur doet aan Oliver Stones film denken) maar op zijn minst weet Des Hommes de zaken ingetogen en sober te houden, zonder de noodzaak van aanvullend opgeklopt drama. Er zit dan ook heel wat haat, pijn en opgekropte woede verweven in een verhaal (naar een roman van Laurent Mauvignier) dat op zichzelf boeiend genoeg was en geen nood had aan een aantal minder subtiele elementen in de film: zo zijn de  nadrukkelijke ‘voice-overs’ zeker geen pluspunt en sommige bespiegelingen inzake Franse zelfreflectie die aan bod komt in de dialogen, steunen op nogal gemakzuchtige filosofietjes.

In zo’n geval heb je een begenadigd cineast nodig die weet hoe het rudimentaire materiaal boven zichzelf uit te tillen en zoals Belvaux al eerder bewees is hij absoluut dat soort filmmaker. De mechaniek van de plot en bespiegelingen mogen immers niet altijd optimaal werken, Delvaux denkt duidelijk vooral in beelden en sfeer om zijn film een ruggengraat te schenken. Dat resulteert in scènes die beter zijn dan ze verdienen, louter en alleen omwille van de manier waarop ze herdacht worden in termen van compositie, schaal en evenwicht. Toch is het meest opvallende moment er een dat gedragen wordt door dialoog en een auditief element, eerder dan een beeldend. Het débâcle van de terugtocht uit Algerije, het achterlaten van de lokale soldaten die vochten aan Franse zijde en wat dat voor hen zou inhouden, worden gevat in een sequens opgezet als een ode aan Alain Resnais’ mijlpaal Hiroshima Mon Amour die de beroemde zinnen uit die opening omkeert – ‘j’ai vu’ in plaats van ‘tu n’as rien vu’. Ietwat doorzichtig misschien, maar niettemin krachtig en een sterke apotheose voor een film die voldoende worstelt met zichzelf om echt een dergelijk afsluitend statement nodig te hebben.

Heel jammer dat zowel dat moment als de rest ingekapseld zijn door een prent die nooit echt uit de verf komt en ondanks de sterke regie er niet in slaagt om meer te zijn dan de ongelijkmatige optelsom van een paar sterke scènes.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 + vier =