In Memoriam Lee ‘Scratch’ Perry

Gisteren overleed de reggaeproducer Lee ‘Scratch’ Perry. Ondanks zijn beperkte gestalte was hij een mastodont uit de Jamaicaanse en internationale muziekwereld en iemand waarvoor je nog eens onbeschaamd de woorden ‘legendarisch’ en ‘genie’ mag bovenhalen. Hij werd 85 jaar en stierf in een hospitaal in zijn geliefde Jamaica. Hij was slechts kort geleden terug naar zijn geboorteland gekeerd, na jarenlang in Zwitserland te hebben gewoond. Zijn muzikale nalatenschap kan haast niet overschat worden.

Perry werd geboren in 1936 in een landelijke omgeving in Jamaica. Begin jaren vijftig van vorige eeuw zette hij zijn eerste stappen in de muziekbusiness door te gaan werken bij het soundsystem van Clement ‘Coxsone’ Dodd. Zijn eerste studio-ervaring deed hij op wanneer Dodd zijn nieuwe label Studio One lanceerde. Dodd was echter gierig wanneer het op het verdelen van de winst aankwam en Perry voelde zich misbedeeld, waarop hij de deuren bij Studio One achter zich in het slot liet vallen.

Het is niet het enige verhaal over Perry dat eindigt in ruzie. Na enkele omwegen richtte hij in 1969 zijn eigen recordlabel op: Upsetter Records, genoemd naar de geuzennaam van The Upsetter die hij zichzelf toekende, omdat hij geregeld de gemoederen wist op te ruien. De geest was uit de fles. Sindsdien liet hij zijn output kenmerken door een haast ongebreidelde fantasie en vernieuwingsdrang, gecombineerd met een niet aflatende kwantiteit. Hij leidde Bob Marley & The Wailers tot een creatieve piek, maar ook het verhaal van die samenwerking was echter gedoemd om te eindigen in ruzie over geld.

Begin jaren zeventig bouwde in zijn achtertuin zijn eigen Black Ark studio, waar hij de limieten van de studiotechniek oprekte om een haast uniek geluid te creëren dat tot op heden bewondering oogst. Het is haast niet te geloven hoe vet, duister dreigend en ruimtelijk de sound was die uit die primitieve Studio werd getoverd – het zijn verwezenlijkingen op een viersporenrecorder die nog steeds vele producers zich vol onbegrip in het haar doen krabben. Perry en zijn studio vormden een excentrieke symbiose. Op beelden uit documentaires zie je hem haast als een voodoopriester handen schudden met een vuurtje, hoor je hem uitleggen waarom er een toastmachine op zijn tuinhek staat en gaat hij met een grote spliff in de mond zijn studio dopen om de geesten goed te stemmen alvorens hij als een sjamaan achter het controlepaneel klimt en puur intuïtief joelend opgaat in de console van zijn muzikale ruimtestation.

Helaas zou Perry na enkele jaren de geesten die in zijn studio huisden niet meer kunnen temmen en hij zag geen andere uitweg dan zijn studio plat te branden, nadat hij in een vlaag van verstandsverbijstering eerst elke vierkante centimeter met stift had volgekrabbeld. Er is blijkbaar een limiet aan de genialiteit die een mens kan verwerken alvorens er iets moet breken.

In de jaren dat hij de studio mentaal nog onder zijn controle had, produceerde hij albums die bijna allemaal mogen figureren op een best of van roots reggae. Zo zijn er de solo-albums, zoals het in een voodoosfeertje badende The Super Ape (dat was nog een alias van Perry) en Roast Fish, Collie Weed and Cornbread dat bol staat van valse funk en absurdistische teksten – nog zo iets waar hij later een handelsmerk van zou maken. Hij lanceerde zoals gezegd Marley’s carrière en produceerde de beste albums van Junior Murvin, The Heptones, The Congo’s en Max Romeo. Het is ook vanaf hier dat Perry’s invloed op de muziekgeschiedenis duidelijk wordt. Junior Murvin’s “Police & Thieves” werd in 1977 gecoverd door The Clash, waardoor ook de punks zijn muziek leerden kennen – jonge punks zoals ook de Beastie Boys dat waren. Ze werden levenslang fans en smokkelden Perry de hiphop binnen. Ze namen in 1998 samen met hun held een nummer op voor hun album Hello Nasty. Daarnaast hoeft zijn invloed op de ontwikkeling van elektronische muziek niet onderschat te worden. Begin jaren negentig was Max Romeo’s “I chase the devil” de basis voor “Out of Space” van the Prodigy en elektronische artiesten zoals The Orb of Brian Eno stonden haast in de rij om met Perry samen te werken.

Na het debacle van de Black Ark verhuisde hij via Engeland en de VS naar Zwitserland waar hij een nieuwe studio bouwde en albums bleef produceren. Hij bleef kranig de wereld rondreizen om begeesterende liveshows te geven waarbij Perry met zijn spiegelpet op zijn hoofd en zijn rood geschilderde baard vanuit het controlestation door de dubmangel van Mad Professor te worden gehaald vanuit de controletoren. De kwaliteit van de shows kon variëren, maar minder dan entertainend waren ze nooit. De laatste jaren werkte hij nog samen met onder anderen de Belgen van Pura Vida en met de Brit Adrian Sherwood. Op het album Rainford (en dat is voor de verandering Perry’s échte voornaam) stond nog een uitstekend overzicht van zijn eigen leven, door de man zelf.

En nu, nu is het voorbij. De Upsetter heeft zijn laatste strijd gevochten, de Super Ape heeft zijn laatste rustplaats gevonden en op de koffietafel zal enkel roast fish, collie weed and cornbread worden opgediend. Het blijft bitter nieuws om te verwerken, maar 85 jaar is een mooie leeftijd. Zeker voor iemand als Perry die bijna zeventig jaar actief was in de muziekbusiness en mag terugkijken op een muzikaal nalatenschap dat niet velen hem zullen nadoen.

Hieronder vind je een Spotifylijst waarin we het genie van Perry proberen te vatten in enkele van de meest markante nummers uit zijn carrière.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twaalf + vier =