Jungle :: “Het voelt alsof we het deksel van de pot hebben gelaten”

Persbericht ter onmiddellijke verspreiding: er mag weer gedanst worden. En als één duo daar de soundtrack voor zal leveren, dan zal het wel Jungle zijn. Met Loving In Stereo heeft de Britse band een puik derde album op de wereld losgelaten. “We hebben een nieuw soort tempo gevonden”, klinkt het bij knoppendraaier Josh Lloyd-Watson.

enola: Hoe heb jij het afgelopen jaar beleefd?

Lloyd-Watson: “Een beetje zoals iedereen, zeker: samen vast in dezelfde onzin. Ik vond het een moeilijke tijd, knettergek op heel veel niveaus, afhankelijk van hoe je er naar kijkt. Ik ben nogal een vrije geest, dus ik vond het behoorlijk bezopen hoe we in de naam van onze angst zoveel hebben opgegeven. En ik heb twee keer COVID gehad, dus ik geloof echt wel in die ziekte. En toch geloof ik ergens … ach, ik wil hier niet op band dingen zeggen waar ik spijt van ga krijgen, maar ik sta sceptisch tegen bepaalde aspecten van het coronabeleid. We hebben veel vrijheden weggeven. Ik denk dat de overheden er zelfs van hebben staan kijken hoe vlot dat ging. Ik geloof gewoon in vrijheid, weet je. Maar het is een moeilijke kwestie.”

enola: Hoe was een jaar zonder dansen voor je? Ben je zelf een danser, of eerder het soort gast dat naast de dj booth staat te kijken hoe hij het doet?

Lloyd-Watson: “In mijn hoofd ben ik de dj (lacht). Ik ben niet zo’n geweldige danser. Als ik dat wel was, zag je ons wel in onze video’s. Neen, ik zie ons eerder als scheppers, regisseurs, producers, songschrijvers – zoals Daft Punk en Soulwax, of Justice. Wij willen werelden creëren waarin we kunnen ontsnappen, of het nu video’s en dansmuziek is, in ons hoofd is het alsof we een Netflixserie maken. We casten straffe mensen en maken geweldige clips.”

enola: Als danceband raakte het opgeven van een uitgangsleven jullie natuurlijk midscheeps. Hoe begin je dan in godsnaam nog aan een feestplaat als Loving In Stereo?

Lloyd-Watson: “Ze was dan ook zo goed als klaar voor de pandemie losbarstte. We hadden ze toen kunnen releasen, want we wilden er deze keer snel terug staan met een nieuwe langspeler. Maar we zijn toch maar in de remmen gaan hangen, want we voelden dat het geen moment was voor een uptempo plaat die je toch niet naar de mensen zou kunnen brengen. Finaal gaf het ons de kans om de plaat nog beter te maken, want na een tijdje rust zijn we er tegen het eind van vorig jaar opnieuw naar gaan kijken, met een ander perspectief, waardoor we er nog aanpassingen aan zijn gaan maken.”

enola: Had je behalve een snelle terugkeer nog ideeën over wat Loving In Stereo moest worden?

Lloyd-Watson: “De intentie om de doorleefde, emotionele mid-temposongs van onze vorige albums te vervangen door een nieuw soort energie. Het idee was om het moment te omarmen en niet te blijven werken aan tracks tot je dat kwijt bent. Als iets gebeurt in de studio moet je dat behouden en het niet gaan overdenken. Door op die manier het eerste idee toe te laten, staken de songs heel snel in elkaar. Het was bevrijdend om de boel op een bepaalde manier niet langer zo ernstig te nemen. Ik denk dat we zo een nieuw soort tempo hebben gevonden voor Jungle; niet langer de 120 bpm van house of disco, maar breakbeats aan 128 bmp die echt voor energie zorgen; heel opwindend.”

“Je hoort het in “Talk About It”, “Fire” en “All Of The Time” – “Keep Moving” natuurlijk ook. “What Do You Know About Me?”. De helft van de plaat, als het niet meer is, heeft die urgentie waar we vooraf nooit mee hadden geëxperimenteerd. Het voelt alsof we het deksel van de pot hebben gelaten, of het dak van de serre hebben opgezet, zodat we nu hoger kunnen groeien.”

enola: Vanwaar kwam het verlangen naar die energie?

Lloyd-Watson: “Zo gaat het als je platen maakt. Eerst vind je ‘t heel tof wat je gemaakt hebt, daarna wil je er tegen in opstand komen. Elke keer je aan iets nieuws begint, neem je je dus voor om dat anders te maken dan wat vooraf ging. Ons debuut maakten we op onze slaapkamers en zo schoendozig klinkt het wel. Onze tweede plaat moest meer emotie bevatten, waardoor alles nogal traagjes klonk, en dat mocht het nu dus niet zijn. Deze keer moesten de songs grootser en eenvoudiger zijn. Er zitten veel minder stukken in deze nummers, weet je, maar de klank is veel groter.”

enola: In NME zei je dat Loving In Stereo de realisering is van alles wat jullie ooit wilden doen. Waarin ben je dan nu geslaagd dat op vorige albums niet lukte?

Lloyd-Watson: “Het zit hem in de uitvoering. Onze eerste twee platen zijn meer demo’s, ideeën. En veel mensen houden van die nummers, maar als artiest is je perspectief anders dan als luisteraar. Onze smaak is veranderd; we willen evolueren, beter worden. En ik denk dat we er in geslaagd zijn om te verfijnen wat we doen zonder te verliezen waar Jungle voor staat. Ik vind dat best een prestatie, en dat ons dat gelukt is komt doordat ons zelfvertrouwen is gegroeid. We trekken ons niets meer aan van de buitenwereld en zo krijg je dit soort losgeslagen Jungle. There ain’t no stopping it.

“Dat maakt deze plaat zo goed: dat we eindelijk aanvaarden wat Jungle is. Eind 2020 zijn Tom (McFarland, mvs) en ik gaan samenzitten om de nummers te selecteren en voor de eerste keer moesten we daarbij geen rekening houden met wat anderen vonden. We zijn nu onafhankelijke artiesten. Er was geen A&R-gast bij betrokken van de platenfirma, en toch is het ons beste album geworden. Dat zegt iets voor mij, over hoe belangrijk het is jezelf te durven vertrouwen en in jezelf te geloven als artiest. Uiteindelijk denkt zo’n platengast gewoon: “Hoor ik genoeg singles?” Wel, ironisch genoeg staan er op deze plaat meer singles dan ooit. Dat is wat vrijheid met je doet.”

enola: Met hetzelfde zelfvertrouwen gooiden jullie de deuren van de studio open voor sessies met tal van vrienden.

Lloyd-Watson: “De enige regel was: “Er zijn geen regels.” En dus was het voornemen om featurings dit keer toe te laten. Als de muziek goed was, dan moest het op de plaat, terwijl we vroeger al eens dachten dat songs met een gastzanger niet bij ons pasten. Nu? Als het goed voelde, ging het mee; we leunden op ons instinct.”

enola: Je werkte deze keer met Bas en Priya Ragu. Heb je een lijst met mensen met wie je nog eens iets zou willen maken?

Lloyd-Watson: “Zo uitgedrukt is er geen lijst; we staan open voor iedereen. En er lopen heel wat inspirerende mensen rond, dat is zeker. We hebben wel vaker samenwerkingen gedaan hoor, maar pas als het tussen de rest van onze muziek past, gaat het mee.”

enola: Er is een kluis vol samenwerkingen die niet op deze plaat pasten?

Lloyd-Watson: “Absoluut. Als mensen wisten met wie wij allemaal hadden samengewerkt … Maar die nummers hebben het inderdaad niet gehaald, of niemand wil het uitbrengen. Soms is het dus een kwestie van vertrouwen houden in de song en hopen dat het er toch nog eens van komt. Maar er zit zeker veel in ons archief. Zoveel dat ik me soms afvraag wat andere artiesten allemaal nog liggen hebben aan samenwerkingen die net niet afgerond zijn geraakt.”

enola: Voor welke samenwerking sta je te trappelen om uit te brengen?

Lloyd-Watson: “Het probleem is dat ik dat dus niet kan zeggen, want dan staat die andere gast dus voor voldongen feiten dat het bekend is. Da’s niet fair. Ik weet dat het moeilijk is … We hebben best wel wat leuke collabs gedaan. Luke Pritchard van The Kooks – hij is een maat, dus hij zal het niet erg vinden dat ik dit vertel – is er eentje met wie we meerdere songs hebben opgenomen. En met Inflo blijven we ook creëren. Met hem klikt het geweldig: ik inspireer hem, hij mij, da’s een goeie relatie.”

enola: Waar komt de titel Loving In Stereo vandaan?

Lloyd-Watson: “Da’s de titel van een van de eerste nummers die Tom en ik op ons veertiende ooit samen schreven. Het was een folkdingetje, waar we onlangs aan terugdachten en het paste wel als titel voor deze. Ik hou van albumtitels die niet te veel beschrijven, zodat je er zelf een beeld bij moet vormen. En voor ons is het een fijne verwijzing naar ons gedeelde verleden en onze band; ‘t is gewoon iets persoonlijk.”

enola: Zoals gezegd brengen jullie deze plaat in eigen beheer uit. Was die stap belangrijk?

Lloyd-Watson: “Ja. Als beginnende muzikant doet het natuurlijk deugd als iemand uit de muziekindustrie je muziek goed vindt, maar er komt een punt dat je dat niet meer nodig hebt – laat staan de bemoeienis die er bij hoort. Op een bepaald moment heb je genoeg zelfvertrouwen om zelf de knopen door te hakken en heb je gewoon iemand nodig die de boel voor je in de winkel legt. XL Records is een erg fijn label geweest, hoor. Ze gaven ons een kwaliteitsstempel die ons bij de juiste mensen bracht, maar het had geen zin een relatie in stand te houden die zijn natuurlijk einde heeft bereikt. We houden met Jungle nu graag controle van begin tot einde en als je getekend hebt bij een platenfirma raak je die kwijt.”

“Voor dit album hebben we een clip gemaakt bij elk nummer. Dat is iets wat een label nooit zou hebben laten passeren. Ze zouden je er het geld niet voor geven. Nu is het gewoon ons idee, ons geld, onze creativiteit en niemand kan daar tussen komen met een “Vind je dat wel een goed idee?” En laat ons eerlijk zijn: met zo’n ingesteldheid gebeurt er niets, zouden alle gekke ideeën van kunstenaars en muzikanten doodvallen. “Geef me een studio en laat me wat willekeurige dingen op een canvas schilderen” – “Vind je dat wel een goed gebruik van het geld?” Vrijheid, daar gaat het om, en thank God, dat hebben we nu. Praise the Lord. En laten we niet vergeten hoe unfair labels – en ik bedoel niet eens specifiek XL – zijn tegenover jonge artiesten. In welke andere business geef je tot tachtig procent van je royalty’s weg? Ongelofelijk toch, en toch gebeurt het nog.”

enola: Ondertussen maken jullie je op om opnieuw te gaan touren en daar beloven jullie concerten als een indrukwekkende onderdompelervaring. Kun je daar al iets meer over vertellen?

Lloyd-Watson: “Het zal om energie draaien. We willen mensen op een woeste trip meenemen, met inderdaad wat immersive content, dingen die we nog niet eerder hebben gedaan. Op onze vorige tours werd onze band meer voorgesteld als een seventiesfunkband, dat zal nu anders zijn. Maar het blijft draaien rond muzikantschap en goeie spelers, want alleen zo kun je muziek live brengen. En daarbovenop komt er dus wat extra dat de intensiteit wat moet opschroeven, alles wat opwindender en spannender maakt. Ik vond onze vorige tours eigenlijk een beetje beleefd en veilig. Geloof me: nu wordt het wat gevaarlijker.”

enola: We zetten ons nu al schrap. Bedankt voor het gesprek.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zeventien + 14 =