Schreel Van De Velde :: Balts

Twee getalenteerde muzikanten, singer-​songwriter Lucas Schreel en SCHNTZL-drummer Casper Van de Velde, die een intieme, soms verstilde samenwerking aangaan? Het resulteert in bloedmooi minimalisme.

Schreel en Van de Velde lijken soms meer te schilderen dan dat ze puur muziek maken en dat ze dat op een zeer intuïtieve manier doen, is ook duidelijk te horen. Het begint al bij de albumtitel, die verwijst naar baltsen, het expressiegedrag bij dieren om een partner over te halen tot paring.

Op Balts is het prachtige resultaat van hun muzikale paringsdans te horen, en het begeestert van begin tot einde. Het begint al met de tokkels van “Zwaan”, dat je zou kunnen omschrijven als een soort jazzy postrock. Ook “Dolfijn” straalt loomheid, vrijheid en warmte uit. Bij “Luiaard” ga je je zoals de titel het zegt nog comfortabeler kunnen voelen, als op een grasperkje waar we genieten van de banale dingen des levens.

Balts bevat elf nummers en toch duurt de plaat amper 34 minuten. Als luisteraar onderga je het geheel vrijwel automatisch en zweef je constant tussen subtiliteit, melancholie en ongedwongenheid. Van eentonigheid kan je dus niet spreken, van één klimaat wel. Schreels vorig jaar verschenen debuutplaat zat voornamelijk in herfstige sferen, nu zitten we duidelijk meer in gelukzalige fantasiesferen terwijl de temperatuur de hoogte ingaat. Alsof de lente subtiel overgaat in de zomer.

Schreel en Van de Velde hebben voor titels gekozen die beelden opwekken en perfect passen bij de sfeer van het nummer. Zo is “Otter” zonder meer een prachtsong geworden, waarin de lang uitgesponnen gitaarnoten op een bedje van zijdezachte drums worden gelegd. De folkinsteek is nog iets meer aanwezig in het bijzonder sierlijke “Przewalskipaard”, vernoemd naar een bijna uitgestorven wilde paardensoort. We wanen ons even op een eindeloze steppe.

Het jazzy “Rammelaar” is met één rake melodie die meer naar het einde toe komt piepen ongetwijfeld een van de hoogtepuntjes. Daarna volgt het tegendraadse intermezzo “Vuurgoudhaan”, maar met “Alva” en “Zeebeer” zijn we weer getuige van mooie idyllische tripjes. In “Alva” is één pingelende flamencoachtige gitaar weer voldoende om de aandacht te trekken. Tot slot is er nog “Varaan”, het langste nummer van de plaat met een ontroerend mooie melodie waarvan je meteen week wordt.

Deze plaat kon op geen beter moment verschijnen, in een periode waarin we eindelijk weer meer en meer de pracht van het leven inzien na veel te lange bizarre tijden. We kijken al uit naar het volgende visitekaartje van dit magische duo.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

negen + twee =