Son Of The Velvet Rat :: Solitary Company

Eenzaam gezelschap. Een titel die de contradictie omarmt. De ogenschijnlijke onverenigbaarheid die ingebouwd zit in een band afkomstig uit Mitteleuropa die emigreerde naar een onherbergzame plek in the new world.  

Het is ondertussen al bijna een decennium geleden dat het Oostenrijkse echtpaar Georg Altziebler en Heike Binder hun thuisstad Graz achter zich lieten om naar Joshua Tree in de Mojave woestijn te trekken, een plek die — met dank aan Gram Parsons — z’n eigen plaats in de Amerikaanse muziekmythologie heeft. De jaren voordien had Son Of The Velvet Rat een aantal albums uitgebracht waarmee ze het — artistiek althans — zo ver geschopt hadden als mogelijk in Oostenrijk. Altziebler en Binder lieten het oude continent achter zich en Son Of The Velvet Rat vervelde van een groep tot een duo, dat zich op hun albums laat bijstaan door gastmuzikanten.

Vier jaar na het uitstekende, door Joe Henry geproducete, Dorado is er nu de opvolger Solitary Company. Een album dat weerom in dezelfde melancholische sfeer baadt en een symbiose is van Europese folk noir en Amerikaanse gothic beeldvorming. De rokerige, hese stem van Altziebler is essentieel voor het geluid van de band. “I’m the paintbrush / not the painter” zingt hij in het door Kurt Weill beïnvloedde openingsnummer “Alicia”, maar dat is valse bescheidenheid. Technisch gezien mag Altziebler dan wel geen groots zanger zijn, maar hij weet als geen ander zijn ziel in de nummers te leggen. Het is zijn stem die de muziek van Son Of The Velvet Rat maakt. 

Uit elke porie van die muziek druipt de schoonheid van de melancholie. Zachtjes schuifelende songs, verhalende mijmeringen. Het is de rode draad door de tien nummers op het album. Er wordt het verhaal verteld van de tocht naar de kroeg (“When The Lights go Down”), maar zelfs als het over de liefde gaat (“9 & 11”, niet toevallig een verwijzing naar de huwelijksdatum van Altziebler en Binder) gaat hangt er altijd een weemoedig deken over het nummer. De strijkers in “Solitary company”, de harmonica in “Ferris Wheel”. Steeds weer weten ze het juiste instrumentarium te kiezen voor de verschillende songs.

Het goede nieuws is dat Son Of The Velvet Rat met z’n mengelmoes van folk en cabaret hier de nochtans al uitstekende voorganger nog overtreft. “The Waterlily & The Dragonfly” is met z’n de rudimentaire inkleding wel heel erg schatplichtig aan Leonard Cohen, maar dan wel een Cohen die in het Berlijn van de jaren ‘20 had gewoond. Op het afsluitende ‘Remember Me” mijmert een eenzame, oude visser over vervlogen tijden. Er wordt hier gegrossierd in 24-karaats nummers. 

Af en toe worden de teugels wat gevierd. Op “Stardust” en “Beautiful Disarray” krijgt de gitaar even een vrijgeleide, maar ze blijven in dezelfde noir sfeer hangen. Op Solitary Company gaat de band verder op de weg die ze nu al acht albums lang afleggen. Een waarin ze een van zwaarmoedigheid doordrongen folk brengen, waarin Europese en Amerikaanse elementen knap samengevoegd worden. Maar ook een waar op de juiste momenten hoop doorsijpelt. Een album van de schoonheid en de troost. 

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

17 − 2 =