Philippe François (His Trust Fund): “Ik kan me grondig storen aan hoe stiefmoederlijk artiesten hun teksten behandelen”

Mocht het coronavirus van muziek houden, het zou zich wellicht dagelijks bedienen van de frase “I put a spell on you” uit de gelijknamige bluesklassieker van Screamin’ Jay Hawkins. Wie ons de laatste tijd ook weet te raken is de Antwerpse songwriter Philippe François. Met His Trust Fund bracht hij een bekoorlijk debuut uit: The Free Market Loves You is een warm deken over een kille winter.

Ondanks het feit dat de muzieksector op slot zit en we nog even geduld moeten oefenen voor we opnieuw naar concerten kunnen, blijven artiesten muziek op de wereld lossen. Je kunt de muze niet het zwijgen opleggen, en creatieve dadendrang laat zich niet ketenen door een virus. Gedachten blijven vrij, zorgen voor inspiratie en leiden uiteindelijk naar nieuwe songs. In het geval van The Free Market Loves You gaat het om songs die na een periode van ‘nog-even-wachten’ gereleast worden. “Ik wou niet meer talmen,” zegt François, “de plaat had eigenlijk al in september moeten verschijnen, maar corona stak er een stokje voor. We zullen wel zien wat het geeft, maar ik wou het momentum niet verliezen.”

enola: The Free Market Loves You is alvast een prachtig werkstuk. De vooruitgeschoven single “The Glory of the Body” passeerde even op Radio 1. Het kan niet anders of de andere songs op de plaat belanden ook in een playlist.

François: “Ik hoop het, maar ik weet niet goed of onze muziek past binnen de huidige radioformats. His Trust Fund is verre van een hitmachine. Daar is het me ook niet om te doen, ik ben veel meer geïnteresseerd in het bijeenschrijven van een oeuvre dan in het lanceren van singles met korte levensduur. In die zin ligt deze plaat mooi in het verlengde van de ep die we twee jaar geleden uitbrachten.”

enola: Door je muziek waren de geesten van grootheden als Leonard Cohen, Bob Dylan, Gaetano Veloso, Tom Waits, Nick Drake … Stuk voor stuk muzikanten die nogal een oeuvre bij elkaar geschreven hebben. Over die eerste: in ‘Oppressed Rulers’, het eerste nummer op de plaat, lijken de Webb-sisters (de vaste backings van wijlen Leonard Cohen) te passeren. We kunnen niet om Cohen heen.

François: “Ik ben grote fan, niet enkel van zijn muziek, maar ook van de manier waarop hij met tekst omgaat. Cohen is, wat veel mensen schijnen te vergeten, ook een gelauwerd dichter en auteur. Ik ben een groot liefhebber van Angelsaksische poëzie, en werk hard aan mijn teksten. Ik kan me soms grondig storen aan de stiefmoederlijke behandeling van teksten bij andere artiesten, in die mate zelfs dat een banale tekst een mooie melodielijn voor mij onderuit kan halen. Terwijl het andersom ook kan: een mooie tekst kan een banale melodie beter maken. Als ik songs schrijf, zijn melodie en tekst onlosmakelijk met elkaar verbonden: tekst en muziek ontstaan samen. Mijn gitaar ligt altijd grijpklaar.”

Foto Dries Segers

enola: In dat opzicht verschilt je schrijfproces met andere songwriters, die hun lyrics pas tijdens de opname op een papiertje krabbelen.

François: “Ja, dat wel. Songteksten starten bij mij meestal als een écriture automatique, tot er een versregel langskomt waarop ik verder kan bouwen. Ik weet ook niet altijd waar een song over zal gaan; de betekenis openbaart zich pas later, na het schrijfproces, en dan is er soms een aha-erlebnis en besef ik waar ik al die tijd mee bezig was, onbewust.”

Licht en donker

The Free Market Loves You grossiert in rustige midtempo singersongwritersongs, al heeft François een broertje dood aan die term. “Singersongwriter is te klef, te stoffig. Hoe je het dan wel moet noemen? Geen idee. Songwriter tout court?”

enola: Hoe het ook zij, als songwriter lijk je je niet te willen beperken tot een genre. Met “Back up against the wall” en in mindere mate “For Every Woman” begeef je je op het reggaepad.

François: “Ik hou van reggae, vooral van Bob Marley, en ik heb het ook wel voor artiesten die genres overstijgen. Raymond van het Groenewoud is daar een meester in: hij kan op één plaat laveren tussen pop, tango of wals en toch klinkt het allemaal als genuine Van het Groenewoud. In dezelfde league vind ik Adrianne Lenker, de frontvrouw van Big Thief, inspirerend en dichter bij huis Mauro, die uit talloze vaatjes tapt. Ik ben wel fan van zijn Gruppo di Pawlowski, het vehikel waarin hij samen met onder andere drummer Jeroen Stevens, gitarist Elko Blijweert en bassist Ben Younes muzikale stennis schopt.”

enola: Jouw plaat laat niet vermoeden dat je ook graag luistert naar hardcore.

François: “Ik hou wel van jachtig gitaarspel of genres die doorgaans als obscuur beschouwd worden. Ik vind mijn gading bijvoorbeeld ook bij de Antwerpse klarinettist Joachim Badenhorst of bij artiesten die jazz mixen met elektronica. In mijn kast staan platen die veraf staan van wat ik met His Trust Fund doe.”

Foto Charlotte Van der Goten

enola: Voor deze plaat liet je je omringen door muzikanten met een zekere pedigree. Je breidde His Trust Fund al uit van een trio naar een band met vijf muzikanten, en op de plaat spelen in totaal acht artiesten mee.

François: “Dat zorgt binnen de songs voor variatie. Voor “Back up against the wall” wou ik echt eens met Xan Albrecht werken, de drummer van onder andere Pura Vida, de reggaeband die nog met Lee Scratch Perry gewerkt heeft. Een bijzonder fijne samenwerking. Robbe Kieckens komt uit de Gentse jazzscene en bracht dan weer heel andere bagage mee. Het heeft de plaat echt wel rijk gemaakt.”

enola: Je nam de plaat op in La Patrie, de studio annex hideout van An Pierlé en Koen Gisen. Hij heeft de plaat ook geproducet.

François: “Ik had al veel goeds gehoord over Koens werk, en ik was al fan van wat hij bijvoorbeeld deed op de eerste plaat van The Bony King of Nowhere – niet enkel het debuut van Bram Van Parys, maar ook dat van Koen als producer. Het hele opnameproces was een boeiende en verrijkende trip. An en Koen zijn een soort van stadshippies die thuis de perfecte setting gecreëerd hebben om een plaat op te nemen. De akoestiek van de opnameruimte alleen al laat het toe om erg stil te spelen, iets wat de songs van His Trust Fund enkel maar beter maakt. Het is niet vanzelfsprekend om live percussie en gitaar op te nemen. Dat vraagt heel wat focus.”

enola: Je hoort de akoestiek van La Patrie door de plaat heen. Naast The Bony King Of Nowhere is het ook een plek waar Dans Dans, An Pierlé Quartet, SCHNTZL graag komen.

François: “Ik kan ze geen ongelijk geven. En het is niet enkel de plek die inspirerend werkt. Ook de aanpak van Koen heeft veel gedaan. Je leest soms dat producers verschillende mensen ineen moeten zijn: technieker, songwriter, psycholoog … dat was er allemaal. Koen bezit de gave om muzikanten op het gemak te stellen, ook als het wat moeilijker gaat. De meeste songs hebben we in drie, vier takes opgenomen, maar bij één song bleek het moeilijk om die op te nemen zoals we het wilden. Dat zorgt voor frustratie. Op zulke momenten is het goed om iemand te hebben die het overzicht bewaart en op tijd knopen weet door te hakken. En als autodidact met een enorme kennis durft hij al eens onconventionele beslissingen te nemen. Ik heb enkel maar lof. Ook omdat we de plaat opgenomen hebben zoals ik het voor ogen had: 90 procent van wat je hoort, is live gespeeld. Er zijn amper overdubs opgenomen. Na drie of vier takes klonk de muziek al plaatwaardig. Ik stond er zelf een beetje versteld van.”

Foto Dries Segers

enola: De sound sluit mooi aan bij de eerder genoemde muzikanten. Er zit geen spat ‘gewilde’ hipheid in. De plaat had evengoed in de jaren 1970 gepast.

François: “Misschien wel, maar dat heeft ook weer alles te maken met de manier waarop we gewerkt hebben. Geen al te moderne technische snufjes, maar een combinatie van analoog en digitaal, met een batterij aan microfoons uit de jaren 1940 en ‘50. Dat geeft de plaat extra warmte. Het fijne aan die oude opnameapparatuur is dat ze niet elke dag hetzelfde reageert, en ook onderhevig is aan temperatuur. Aan het begin van de dag was het in de controlroom bijvoorbeeld fijn toeven, ’s avonds was het een sauna.”

enola: Mocht je financieel carte blanche krijgen, bij wie klop je dan aan voor je volgende plaat?

François: “Ik zou zo weer voor Koen kiezen, zeer zeker. Die ervaring was het waard om ze te herhalen. Maar als ik het dan toch verder van huis moet zoeken, dan zie ik ons wel samenwerken met Daniel Lanois, of misschien zelfs Lee Scratch Perry. (Lacht:) Op voorwaarde dat hij zijn studio niet in de fik steekt.”

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zeventien + 18 =