Monnik: “Mijn muziek zou heel anders klinken als ik elders was geboren”

Met Hoor mij, God heeft Monnik, pseudoniem voor Thibaud Meiresone, weer een diepe luistervaring afgeleverd die hij het liefst een “innerlijke boetedoening” noemt. Na zes jaar meedraaien in de experimentele scene en de albums Vondeling (2015), Bedevaart (2017) en Bitteroogst (2019) – stuk voor stuk eigenzinnige creaties – vonden we het eindelijk tijd voor een uitgebreid gesprek met de bedachtzame maar praatgrage Waaslander.

We spreken af in Oostende, waar de man achter Monnik een aantal jaren gewoond heeft en hij Hoor mij, God tijdens de eerste jaarhelft – zeg maar eerste lockdown – componeerde en opnam. Een stad met een grote muzikale en symbolische waarde voor de muzikant. Aan de bunkers van de Atlantikwall vlakbij Fort Napoleon, gelegen in de duinen op de Oosteroever van de stad, waaien wandelaars en surfers uit op een druilerige zaterdag. Geen betere locatie om kennis te maken met de van oorsprong Sint-Niklase muzikant die al jaren het liefst opereert in de luwte en met Monnik een trouwe aanhang creëerde.

“Elk stuk muziek dat ik maak, is verbonden met een plaats of levensfase en het gevoel dat daarbij hoort. Oostende reflecteert hoe je jezelf voelt. Soms lijkt het hier ook het Brussel van de zee”, zegt Meiresone over zijn voormalige thuisstad. “Het landschap hier heeft een invloed gehad op Hoor mij, God. Als je hier aan deze kant rondkijkt, heeft de stad iets kil en desolaat. Tijdens de eerste lockdown viel ik plots alleen na een lange relatie. Dan kwam het idee om naar god te spreken naar boven. Ik beleefde tijdens het creatieve proces een meditatieve periode waarin ik aan vasten deed. Ik maakte wekenlang muziek, helemaal alleen, om me te kunnen focussen. Het was een soort religieuze boetedoening in mijn hoofd. De teksten ‘hoor mij God, ik heb mijn boete gedaan, ik offerde mijn bloed aan het hellevuur’ geven die gedachten weer.”

Hoor mij, God verschijnt voorlopig enkel digitaal, om de release bewust low key te houden, klinkt het. “Ik vind dat wel bevrijdend: er zijn gewoon de muziek en het bijbehorende artwork van Niels Verwijk. Het hele promotiecircus rond een plaat vind ik best wel vermoeiend. Daarover heb ik het afgelopen jaar ook vaak nagedacht. Waarom doe je het eigenlijk? Veel artiesten staan graag op een podium, maar bij mij is dat niet het belangrijkste. Uiteraard doet het iets om een publiek in trance te zien gaan en mis ik de liveoptredens, maar ik maak vooral muziek voor mezelf. Ik wilde op een bepaald moment zelfs een manier zoeken om live niet zichtbaar te zijn. Daarom doe ik heel graag floor shows. Ik heb graag het publiek rond mij, daar zit iets in van de eeuwenoude verhalenverteller-sjamaan die omringd wordt door zijn publiek. Nee, mezelf promoten op sociale media zal nooit mijn ding worden.”

Vondeling

Meiresone werkt sinds zijn debuut samen met Consouling Sounds, waarvan hij in Oostende het obligate mondmasker draagt. Het is een muzikale community waar artiesten zich thuisvoelen. Ook zijn andere band Charnia leverde met Dageraad en Het Laatste Licht puike platen af bij het Gentse kwaliteitslabel. “Ik heb het label leren kennen toen ik bij Charnia speelde. Op een dag ging ik mee naar de Consouling Store en ben ik met Mike (Keirsbilck) aan de praat geraakt over mijn plannen om solowerk uit te brengen. Toen hij mijn debuut als een Consouling-release wou uitbrengen, kon ik dat haast niet geloven. Nu neem ik Monnik bloedserieus, het is een van de focussen in mijn leven, maar toen was dat nog niet zo. Ik was een beetje aan het prutsen en wou iets bescheiden uitbrengen op CD-R of cassette. Vandaar ook de titel Vondeling: de plaat voelde een beetje aan als een weeskind dat te vondeling werd gelegd en thuiskwam bij Consouling. Als dat niet was gebeurd, zou ik niet staan waar ik nu sta. Daar ben ik 100 procent zeker van.”

Op Vondeling kan je nog duidelijk het ambient- en postrocketiket kleven. “Ik werd hard beïnvloed door Now and Forever (2012) van Syndrome (het project van Amenra-gitarist Mathieu Vandekerckhove, red.). Het minimalisme en die pure gitaren waren bepalend voor mij in het begin”, is Meiresone nog altijd vol lof. “De stap van Vondeling naar Bedevaart is spontaan gekomen, ik wilde meer naar een eigen geluid zoeken. Die fase is mee ingegeven door Mike, bij de koffie bij wijze van spreken. Ik moest de Syndrome-sound achter mij laten, zei hij, omdat daarin al de standaard was gezet. Daarnaast was Vondeling live opgenomen en kwam ik op het idee om in de studio volop te experimenteren met verschillende instrumenten en overdubs. Ik vond ook dat ik een nieuwe plaat bij Consouling moest verdienen, ik moest het een beetje waarmaken.”

Vanaf Bedevaart wordt de wall of sound van Monnik helemaal opengetrokken. Meiresone laat zich steeds meer beïnvloeden door film en soundtracks. “Ik raakte heel erg into de muziek die Eduard Artemiev maakte voor Tarkovsky’s Stalker. Die heeft soundgewijs een grote impact gehad. De muziek van John Carpenters The Fog heeft me dan weer aangezet tot het maken van de nieuwe plaat. De film op zich is heel kitscherig, maar de soundtrack is echt fantastisch door de minimalistische piano en analoge synths. De sfeer is dreigend en kil. Het is een goed voorbeeld van hoe filmmuziek mij tegenwoordig veel meer inspireert.”

Blade Runner

Over film raakt hij niet zo gauw uitgepraat, want voor de keyboards van Monnik die zo seventies en eighties aandoen, zijn ook componisten als Jean-Michel Jarre en Vangelis bepalend geweest. “Toen ik Bedevaart aan het maken was, kwam er net een remaster van Blade Runner uit in de cinema. Tijdens de middernachtvoorstelling waar ik helemaal alleen was, dacht ik bij de intro meteen: ‘Fuck gitaren, ik moet met synths beginnen’. Daarvoor was elektronica voor mij nog geen echt instrument, ik realiseerde mij nog niet dat het als instrument ook iets emotioneel en menselijk kan uitstralen.”

Terwijl we het einde van de Havendam naderen, zijn we bij nóg een instrument beland dat bepalend is voor de Monnik-sound. “Ik ben zot van het banjogeluid. Dat is gekomen dankzij het nummer “Ain’t No Grave” van Johnny Cash. Het moment dat ik dat hoorde, vond ik dat apocalyptisch en eenzaam klinken. De sound doet me ook denken aan oudere, etnische instrumenten. Ook ‘Polygraph Heartbeat’ van Brecht Ameel heeft een impact gehad. Op die plaat hoor je finger picking op verschillende instrumenten. Ameel speelt eigenlijk op een steelmandoline, maar ik dacht dus eerst dat een banjo was.” (lacht)

Verhaal in eigen taal

Maar waar het Monnik vooral om gaat – en dat ene woord komt vaak terug – is een verhaal creëren met zijn instrumenten. Zo gaat muzikaal Hoor mij, God alle kanten uit, maar gaan alle stukken mooi in elkaar over. Net als zijn voorgangers is het een overweldigende sonische ervaring die meermaals een catharsis bereikt. “De plaat bestaat eigenlijk uit drie live opgenomen stukken. Pas wanneer ik een tweede stuk klaar had, begon dat verhaal vorm te krijgen en heeft de compositie een betekenis voor mij gekregen. Zo kon ik het verhaal van de plaat vertellen.”

In het Monnik-verhaal spelen tegenwoordig ook dronende vocalen, waarmee poëzie gebracht wordt, een belangrijke rol. Ik heb van jongs af veel poëzie geschreven om werelden te creëren.” En dat gebeurt uitsluitend in het Nederlands. “In mijn tienerjaren was ik fan van hardcore punk, à la Dead Kennedy’s en Black Flag, en in mijn eerste bands was de voertaal Engels. Het wordt zo algemeen gebruikt, dat je niet meer origineel uit de hoek kan komen en ik kan mezelf beter uitdrukken in het Nederlands. Als je hier woont, is het toch interessant dat je daaruit inspiratie kan putten? Bij americana denk je meteen aan prairies, bizons en saloons. Het is supermooi om iets gelijkaardig met Nederlands teweeg te brengen. De streek waar ik afkomstig van ben, het Waasland, roept onmiddellijk beelden in mij op: ik denk aan het mistige polderlandschap, het grijze, het vlakke … Mijn muziek zou heel anders klinken mocht ik er niet geboren zijn.”

Monnik is van bij zijn ontstaan een eenmansproject en het is ook de bedoeling dat het zo blijft. “Het woord komt van het Griekse monachos en dat betekent letterlijk ‘alleen’. Ik vond dat een mooie naam voor een soloproject. Het klinkt ook kort en krachtig, en je kan het meteen onthouden, ook marketinggewijs is dat interessant”, knipoogt hij. “Maar ik beschouw mezelf niet echt als muzikant, ik voel me eerder een passioneel prutser die op de best mogelijke manier geluidscollages maakt. Ik heb pas op mijn achttiende voor de eerste keer een gitaar vastgegrepen en nooit écht leren spelen. Ik heb ook het geduld niet om me in het oeuvre van een componist te verdiepen. Het gaat me beter af om als maker tot een orkest aan geluiden te komen na urenlang experimenteren in mijn studio.”

Steve von Till

Op het einde van de wandeling overvalt ons de stilte aan de Oostendse oosteroever. Enkel de zacht beukende golven tegen de dijk zijn nog te horen. “Eigenlijk luister ik niet zo veel meer naar muziek. Als ik dan toch iets beluister, zijn het de soloplaten van Steve Von Till van Neurosis. Ik ben altijd een grote Neurosis-fan geweest, maar Von Till heeft een niet te onderschatten invloed. Hij trekt alle registers open, van drumcomputers tot akoestische instrumenten en elektrische gitaren. Het is allemaal heel psychedelisch, ongeremd en tegelijk superemotioneel, hij is gewoon een fantastische verhalenverteller. Als ik één plaat zou kunnen meenemen naar een onbewoond eiland zou het een van hem zijn.”

De moeilijkste vraag hebben we voor het einde gehouden. Hoopt hij toch bij luisteraars iets teweeg te brengen? “Ik hoop dat iemand iets uit mijn muziek haalt, buiten mezelf. Zo kan ik mij één iemand herinneren, een vrouw van in de 50 of 60 die in een depressie zat, die me via Messenger stuurde dat mijn muziek er haar doorgeholpen had. Ik vond het heel maf om dat te lezen. Ze is achteraf ook nog naar een optreden gekomen. Als je je eigen muziek zo persoonlijk neemt, dan geeft het een fantastisch gevoel dat het bereik toch groter is dan jezelf. Mindblowing als dat lukt.”

Op de terugweg naar de auto, na een hoogst interessant gesprek van bijna twee uur, wil Meiresone nog iets kort kwijt over twee dromen met zijn muzikale alter ego. “Hoe beeld en geluid samen gaan, blijft mij enorm interesseren. Het is een droom om ooit zelf een soundtrack te maken. Of in het voorprogramma van Steve von Till spelen.” Met die twee eerlijke openbaringen in het achterhoofd – want hij is iemand die recht uit het hart spreekt – kijken we uit naar beide vervullingen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

dertien − vier =