Bruce Springsteen :: Letter To You

In een jaar waarin we het meest van al via schermen met elkaar communiceerden, komt Bruce Springsteen met een brief. Gericht aan z’n E Street Band, aan overleden bandleden, aan z’n jongere zelf, aan ons. En hij is zo goed dat het lijkt alsof de inkt nooit zal drogen.

Net als met The Rising na 9/11 slaagt Springsteen er weer in de juiste plaat uit te brengen op een moeilijk moment. Troost en verbinding stromen door Letter To You als bloed door onze aders. Toen de plaat werd opgenomen, was er van covid-19 nog geen sprake. Het gaat dan ook een pak verder dan dat. Dit laat zich luisteren als een knipoog, een begripvolle grijns, een schouderklop op momenten dat het nodig is en zal zijn. Muzikaal is het in een warm bad plonsen met het badschuim van Born To You, zoals dat in veertig jaar niet meer gebruist heeft. De piano dartelt, de sax scheurt, het orgel balsemt. Dat dit geen goedkope nostalgietrip is, komt door de stuk voor stuk uitstékende songs.

Van de writer’s block die Springsteen na Wrecking Ball parten speelde, is geen spoor meer te bekennen. Letter To You haakt ook wel z’n wagonnetje aan de uitgebreide terugblik die Springsteen reeds enkele jaren bezighoudt. Het begon met z’n uitstekende biografie en een best of, ging verder met een tour rond The River en z’n levensverhaal dat hij 236 keer live ging vertellen op Broadway. Op z’n vorige plaat Western Stars schreef hij dan weer songs over personages die allemaal met gemengde gevoelens op hun leven terugkeken.

Op Letter To You is hij zélf zo’n personage. Springsteen begon aan deze brief met de overleden E Street-bandleden Danny Federici en Clarence Clemons in gedachten, en George Theiss, de zanger van Springsteens eerste “echte” band The Castiles. Hun geest waart rond in een van de kernnummers van de plaat, en van Springsteens oeuvre tout court, “Ghosts”. Het is een standbeeld van een nummer, voor hen drieën, voor The Boss zelf, voor de hele band. Dit is passie, bitterzoete fierheid op wat is geweest, dit is op 71-jarige leeftijd nog de kracht, goesting en het onverwoestbare talent hebben om die erfenis relevant te blijven houden met nieuwe songs.

Nog zo’n lauwerkrans rond het eigen oeuvre is “Burnin’ Train”, dat het uitschreeuwt om door een festivalweide of stadion te denderen. Dit is de muzikale brandende trein die de E Street op z’n best is. Het nummer zelf is dan weer een liefdesbrief van Springsteen aan z’n vrouw Patty Scialfa. Het spelplezier van een bende ouwe vrienden slaat gensters. Ook daar zit ‘m die verbinding als rode draad in: deze plaat werd op vijf dagen ingespeeld, elke song in één take. Het was een primeur voor de band en hoorbaar een gouden zet.

Er worden dus ook een plaat lang bruggen gelegd naar het verleden. Springsteen duikelt drie songs op die hij begin jaren zeventig had geschreven en aanvankelijk op geen enkele plaat pasten. Hij botste er terug op bij het samenstellen van een, naar verluidt, nieuwe Tracks-box – dus dat zit er ook nog aan te komen. “Janey Needs A Shooter”, “If I Was The Priest” en “Song For Orphans” staan zonder blozen naast het sterke nieuwe werk, of komen er zelfs in terug – zo citeert Springsteen uit “If I Was The Priest” in “Ghosts”.

Dat recycleren van oude nummers is dus zwaktebod noch bloedarmoede. Ze passen perfect in dit verhaal van verbinding leggen naar het verleden, naar bestaande vriendschappen, naar overleden vrienden, naar Springsteens immer dubbele verhouding tot spiritualiteit (zoals ook het bloedmooie “The Power Of Prayer”), één van de rode draden in z’n biografie. Dan is het felle “Rainmaker” meer een buitenbeentje: een aanklacht tegen demagogen dat in aanloop naar de presidentsverkiezingen gezien werd als sneer naar Trump, maar reeds enkele jaren eerder geschreven was. Dat het ondanks z’n afwijkend karakter op deze plaat staat, mag alsnog als signaal gezien worden.

Passie dus, in elke vezel van elke song. Een bende ouder wordende muzikanten die het vuur in elkaar doen oplaaien, die achter hen een waanzinnige legacy zien, en voor hen hun sterfelijkheid zien naderen. “One minute you’re here, next minute you’re gone”, mijmert Springsteen dan ook in het nog ingetogen openingsnummer.

Het sneeuwt op de hoes van Letter To You, de blik én stem van Springsteen erkennen dat de winter in z’n carrière aanbreekt. Maar dankbaarheid haalt het van fataliteit, koesteren haalt het van bang zijn, vooruit blijven stappen haalt het van achteruitstappen. Het is ondenkbaar dat dit de laatste plaat zou kunnen zijn. Het is confronterend dat zulke gedachten voortaan over elke plaat zullen hangen. Aan Springsteen zal het alvast niet gelegen hebben: in de winter haalt hij het niveau van z’n lentedagen. Hopelijk doet de E Street Band het op termijn nog eens zomeren op een weide.
Letter To You is een plaat die troost en hoop brengt, het is de mooiste brief in dit godvergeten jaar.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twaalf − 3 =