Sophia :: Holding On/Letting Go  

Ach ja. Nu de herfst in dit hopeloze 2020 ook niet bepaald vertrouwd zal aanvoelen, is er gelukkig nog Sophia om dit seizoen alsnog herkenbaar in te kleuren.

En dat doet Rob Proper-Sheppard met plaat acht, die er mooi voor zorgt dat herkenbaarheid geen flauwe herhalingsoefening wordt. Hij is rustiger geworden het afgelopen decennium. There Are No Goodbyes was nog een beenharde afscheidsplaat van een zoveelste verloren liefde, waarvan hij alle schuld torst. Dat bleek ook uit het ontzettend openhartige interview rond de plaat destijds. Wat volgde, was een vorm van berusting op As We Make Our Way. Een plaat over spijt, een streep onder dat verleden. “I don’t know what we’re always resisting or what we’re even kicking against”, klonk het daar, of “We’re all running from something”. In plaats van daartegen te vechten en wat demonen of (toekomstige) exen in die strijd tegen te komen, verzoende Proper-Sheppard zich ermee dat het leven niet meer dan één groot gevecht tegen de bierkaai is. Richting zoeken in tegenstelling tot “Directionless” rondlummelen, leven in het nu in plaats van stil te staan bij veel te veel “If Only’s”.

Die berusting vervelde op de vorige plaat echter niet tot gelatenheid. Die grens is flinterdun. Dat Sophia daar voldoende ver van weg bleef, komt door muzikale afwisseling, met bloedmooie draaikolken van weemoed, afgewisseld met ingetogen momenten. Die teneur zette Proper-Sheppard kracht bij met een van de sterkste tournees uit z’n carrière, met een uitstekende band. Op dat elan gaat hij nu verder met Holding On/Letting Go.

Een titel die diezelfde berusting heeft, zoals in openingsnummer “Strange Attractor”: “All we know, is we’ll never know anything”. Ook muzikaal wordt de lijn van de vorige plaat en van de tour doorgetrokken, met een gebalder groepsgeluid als de warmste kleurtinten van de herfst. Het is even schrikken wanneer jaren tachtig-synths de plaat op gang trekken, maar al snel trekt Sophia een eerste bloedmooie gitaarmuur op, waarachter de rest van de plaat geborgen kan schuilen.

Er zijn nog verfrissende elementen. Het koortje van “Wait” bijvoorbeeld, dat klinkt alsof nevel en mist zouden kunnen zingen. U heeft het misschien al horen passeren bij die andere ouwe vriend met een perfecte timing voor troost in deze tijden: Duyster. Er is de saxofoon die met de ogen naar beneden door het nummer “Alive” draalt. Het is het slot van een ongemeen sterk openings-klavertje vier.

Dat verfrissende niveau wordt pas echt weer gehaald bij het venijn van “We See You (Taking Aim)”, dat de middelvinger opsteekt naar de graaicultuur en (morele) decadentie van vandaag, naar “the new normal that feels mundane”: “They’re just the one percent that think ‘Yeah, fuck the rest’”. “Days” en vooral “Road Song” laten daarvoor wel horen dat Proper-Sheppard duidelijk in z’n sas is met de subtiele gelaagdheid van z’n nieuwe bandgeluid. “Avalon” en “Gathering The Pieces” hadden dan weer op eender welke eerdere Sophiaplaat kunnen staan. Ook thematisch. Ze harken beide alsnog terug naar een relatie van vroeger, met verzuchtingen als “And through the tears we apologise / Admit we’ve both made mistakes / We were both just afraid”.

Een fijn wederhoren met Sophia dus, met een plaat waarop opgefriste herkenbaarheid het haalt van de herhaling. En waarop berusting het haalt van de onrust. Dat is bij Sophia al anders geweest. Proper-Sheppard had in 2020 in meerdere opzichten met geen betere plaat kunnen komen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijf × 5 =