Lynn Cassiers :: Yun

De spreidstand tussen eerbied voor de traditie en een hang naar vernieuwing is een centraal gegeven in de jazz. Je kan het zien als een gracieuze dans in het spanningsveld tussen de begeerte naar vrijheid en de behoefte aan discipline. Weinig artiesten geven aan die balans zo’n opvallende invulling als Lynn Cassiers.

De Brusselse heeft met Yun nog ‘maar’ een derde release op eigen naam, maar draait natuurlijk al langer mee in de Belgische jazz en improvisatie. Zo is ze geen onbekende voor wie vertrouwd is met haar band. De ritmesectie daarvan – bassist pianist Erik Vermeulen, Manolo Cabras en drummer Marek Patrman, samen ook een trio – hield ze over aan haar Imaginary Band en vult ze hier aan met oude bekenden Bo Van der Werf (baritonsaxofoon) en Jozef Dumoulin (keyboards), zie o.m. Octurn, Lidlboj en Lilly Joel. Zo ontstaat er een elektroakoestisch sextet, waarmee ze het American Songbook (het merendeel van de stukken vertrekt bij composities van Cole Porter en de Gershwins) kan benaderen vanuit markante perspectieven. Weinig dingen werken zo desoriënterend als het bekende dat plots onherkenbaar lijkt.

Geen voorbeeld beter dan “But”, haar interpretatie van “But Not For Me” (dat geen enkel van deze stukken de oorspronkelijke titel intact houdt suggereert al dat er geen sprake is van getrouwe uitvoeringen). Was het in de klassieke versie van Judy Garland voorzien van een stevige portie pathos, dan waren heel wat latere versies, zoals die van Ahmad Jamal, John Coltrane of het Modern Jazz Quartet, een stuk speelser of alleszins gejaagder. Of beluister eerst nog eens die bitterzoete, maar lichtvoetige versie van Chet Baker. Zo compact en aandoenlijk vind je ze zelden. Cassiers maakt er slepende, atmosferische versie van die beweegt aan een tempo dat haast morbide is. Je belandt in een onwerkelijke, in duistere nevelen gehulde sfeer, meer Julee Cruise dan Ella Fitzgerald. De verwantschap met het origineel zit ‘m vooral in de tekst.

Het stemt alleszins tot nadenken over de impact die de standards gehad moeten hebben op de jonge Cassiers, en wat haar ertoe aangezet heeft om die impact op deze manier te vertalen. Het sextet schuift regelmatig op richting jazz en hier en daar vang je soms een duidelijker glimp op van het origineel, maar dat lijkt vooral per ongeluk te gebeuren. Hier is het vooral een oefening om een persoonlijke connectie aan te houden in een voor de rest grondig verbouwde constructie. Daarin is duidelijk plaats voor afspraken en arrangementen, maar de invulling is opvallend vrij. Zo kan het in “I You We” (gebaseerd op Porters “I Love You”) een paar minuten duren voor er genoeg barsten verschijnen die wat herkenning toelaten. Dit is musiceren op de tast, die deels buitenaardse transmissie en deels subtiel ontluikende compositie is.

Het zet de toon voor de rest van het album. Dat blijft uit de buurt van gratuit atonale of vormloze verwarring, maar is best radicaal in z’n eigenzinnigheid. Door haar voorliefde voor allerhande knopjesdraaierij (dat klinkt oneerbiediger dan het bedoeld is) speelt Cassiers het spelletje sowieso al niet rechttoe-rechtaan, maar met deze kompanen draait het regelmatig uit op een schaduwspel van diffuse vormen, met momenten die vrije spacefunk suggereren (“All”), dan toch iets strakker in elkaar zitten (“Move Them Mountains”) of de ontregeling opzoeken met stevig vervormde zang, ronkende toetsen en een verloren gelopen pianosolo (“Fair Deep Blue Skies”). Wat het ene moment met haken en ogen aan elkaar lijkt te hangen, maakt even later deel uit van een prikkelende totaalvertelling, met vier collectieve scharnierimprovisaties die de toevalsfactor nog eens aandikken en je voortdurend op het verkeerde been zetten.

Het is geen spek naar de bek van retro-fanaten die graag een rondje ‘herken de standard’ spelen. Het is wel een fascinerende duik in een origineel proces dat die klassieke bronnen omvormt tot iets helemaal anders. Iets heel persoonlijk ook, want ondanks de combinatie van sterke karakters is dit een Cassiers-album pur sang: vreemd en toch vaag herkenbaar, moeilijk te doorgronden en toch prikkelend, intimiderend én verleidelijk. De term ‘sirene’ viel nog niet. Yun is geen doorsnee kost, laat staan makkelijk te verteren, maar wel een gewaagd album dat enkel op z’n eigen voorwaarden benaderd wil worden. En dat leverde een uurtje muziek op om steeds opnieuw in verloren te lopen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

drie × 1 =