Widowspeak :: Plum

Vijf. Zoveel platen moest Widowspeak maken voor ze – rijkelijk laat – op onze radar verschenen. It’s not them, it’s us, want Plum is een klein pareltje voor wie zijn gitaarpop graag dromerig en zonovergoten heeft.

Widowspeak steunt op twee onwrikbare pijlers: de zang van Molly Hamilton, fluisterend, zalvend en verleidelijk (Hope Sandoval is nooit ver weg), en de gitaar van Robert Earl Thomas, kringelend door de nummers als een lichte zomerbries. Nergens worden de twee mooier in elkaar gevlochten dan in “Plum”, meteen ook de opener van de plaat. Riskant, om onmiddellijk het beste dat je in huis hebt naar voren te schuiven, maar het is een melancholisch visitekaartje om u tegen te zeggen: bitterzoet, en zonniger dan wat de twijfelende tekst – “I feel nothing / I feel dumb” – lijkt te willen vertellen.

Klank en tekst spreken elkaar overigens wel vaker tegen op Plum: “Blessed child you’re smiled upon / It’s open roads and their playing your song / And the light shines on everything you do”, klinkt het in “The Good Ones”: de baslijn geeft al aan dat er misschien wat ironie in die tekst schuilt. Het venijn zit in het tweede refreintje: Hamiltons stem slaat even over als ze “You’re one of the good ones / Good for you” zingt, en het nummer neemt een iets donkerdere afslag, voorzichtig richting het geluid van Big Thief. In “Even True Love” wordt dan weer schijnbaar vrolijk gemijmerd over dood en lichamelijk verval. Dat er ondertussen te pas en te onpas perziken, pruimen en ander fruit in verschillende stadia van rijpheid opduiken, zal beslist geen toeval zijn.

Ondanks die niet altijd even luchtige thema’s, heeft Widowspeak muzikaal voortdurend de neiging om zijn luisteraars op kousenvoeten te benaderen. Dat maakt van Plum een plaat die van begin tot einde lieflijk en warm klinkt, geruststellend haast, maar sommige songs dreigen daardoor onopgemerkt weg te kabbelen: “Sure Thing” en “Jeannie” zijn al voor het einde van de plaat bijna weer vergeten – al is de manier waarop Hamilton in dat laatste haar beste Frans bovenhaalt om haar onvermogen en onbegrip te verwoorden, wel weer aandoenlijk. Ook het kabbelende “Money” zou na het ijzersterke openingsduo in een zucht voorbijgevlogen zijn, mocht Thomas daar niet dat prachtige gitaartje bovengetoverd hebben dat aan Deerhunter ten tijde van Halcyon Digest doet denken.

Want ook al maakt op het eerste gehoor de onweerstaanbaar honingzoete stem van Hamilton op deze plaat het meeste indruk, stiekem is het toch telkens weer Thomas die voor een vleugje magie zorgt – hoe zijn gitaarpartijen langzaam grootser worden, hoe er in elk nummer onverwacht iets moois gebeurt. De Real Estate-gitaar die aan het einde van “Breadwinner” plots opduikt, de voorzichtige onderhuidse spanning in “Amy” die uiteindelijk weer tot bedaring komt in de fade-out, het zijn kleine cadeautjes voor wie meer wil horen dan aangename achtergrondmuziek.

Hoe meer Plum vordert, hoe verder Widowspeak de ogenschijnlijke luchtigheid van de eerste paar nummers achter zich laat. In het smeulende “Y2K” maakt het zonlicht finaal plaats voor de nacht, met minder gitaar en véél meer piano. “Don’t take it slow / When you know, you know”, verzucht Hamilton: troostender heeft ze nog niet geklonken, al lijkt ze in zichzelf gekeerd, en is de geruststelling eerder voor haar dan voor ons bestemd. Het nummer knispert heel voorzichtig naar het einde, alsof het onopgemerkt zou willen verdwijnen. Niet gelukt, wél een passend slot voor dit zachte kleinood van een plaat.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 × 3 =