21 Bridges

Met Black and Blue en 21 Bridges lijkt een trend te zijn ingezet waarin de localiteit van de grootstad weer een meer prominente plaats inneemt in misdaadthrillers. Na de belangrijke stedelijke entiteiten in de misdaadfilms uit de jaren negentienzeventig,  werden de urbane arena’s steeds abstracter en lijkt er nu een soort terugkeer te zijn naar het belang van de verankering binnen een specifieke stedelijke identiteit. Dat was zeker het geval voor New Orleans in Black and Blue, maar in het geval van 21 Bridges is dat helaas slechts schijn. De film doet heel hard zijn best om de grimmige New Yorkse misdaadportretten van Martin Scorsese en Sydney Lumet voor de geest te halen – ‘the homeless are pissing in front of Tiffany’s again’ zegt de detective waar alles om draait – maar is te gladjes om zelfs maar in de buurt te komen van de grote titels van weleer en is bovendien een prent die buiten een enkele plotmechaniek, eigenlijk eender waar zou kunnen spelen.

21 Bridges opent nochtans met een schitterende premisse: bij een overval die misloopt, ontstaat een schietpartij tussen de daders en de politie, waarbij 8 agenten het leven laten. De speurder die belast wordt met het onderzoek (Chadwick Boseman) beslist om alle bruggen en tunnels van en naar Manhattan af te sluiten gedurende een paar uur, om zo de daders te vatten voor ze de stad kunnen verlaten. Dat klinkt als een uitstekend opzet, maar wat de film vervolgens serveert is een lange aaneenschakeling van achtervolgingen die zich eender waar kunnen afspelen en waar het idee van de stedelijke jungle als actieterrein eigenlijk niks meer mee te maken heeft. Samen met een partner komt Boseman terecht in de ene schietpartij na de andere, maar de jachtige montage en de repetitiviteit, zorgen ervoor dat die er allemaal eender uitzien en we nooit het gevoel hebben dat de belofte die het uitgangspunt met zich meebrengt, ook echt wordt ingelost.

Naarmate de plot vordert blijkt de zaak uiteraard ingewikkelder in elkaar te zitten dan eerst bleek en lijkt het er op dat corrupte agenten betrokken zijn bij het hele geval. Heel veel van de aanwezige officieren lijken ook maar al te blij met het feit dat uitgerekend een man met een reputatie die suggereert dat hij eerder eerst zal schieten en dan pas vragen stellen, de opsporing leidt. Ook met die elementen probeert de film een titel als Prince of the City te evoceren, maar eens te meer doet 21 Bridges vooral niets meer dan slapjes de grote voorbeelden kopiëren. De prent zit vol met dat soort half uitgewerkt ideeën die nooit hun volle potentieel bereiken: het moderne New York hangt vol camera’s en dat netwerk komt inderdaad in het spel. Alleen had een veld aan ‘ogen’ die de hele stad gadeslaan best wel iets interessanters mogen opleveren dan af en toe een uitvergrote politiefoto die op een van de schermen verschijnt.

Boseman – en naast hem Sienna Miller, Alexander Siddig en J.K. Simmons – is best goed op dreef, maar de film waar hij doorheen rent geeft hem weinig om echt mee te werken. 21 Bridges is niet eens echt slecht te noemen – het ritme is aardig en het entertainmentgehalte ligt vrij hoog – maar het is allemaal dermate generisch, afgevlakt en onpersoonlijk, dat je dit toch absoluut niet kan bestempelen als iets anders dan een aardig tussendoortje.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

15 + 17 =