The Wild Goose Lake (Nan Fang Che Zhan De Ju Hui)

De Chinese regisseur Yi’nan Diao kende zijn grote internationale doorbraak toen de gitzwarte neo-noir Black Coal, Thin Ice in 2014 de Gouden Beer won op het filmfestival van Berlijn. Vijf jaar later kwam de cineast naar Cannes met een hypnotiserende prent die opnieuw de regels van het misdaadgenre aanwendt om onderhuids te reflecteren op de sociale realiteit van het moderne China, een hybride staat die de communistische basis overeind houdt, maar die combineert met de ergste uitwassen van roofkapitalisme. Het is een wereld die ook verkend wordt in de grimmige films van zijn landgenoot Zhangke Jia (Ash is Purest White, A Touch of Sin) en die hier gebruikt wordt als ankerpunt voor een fascinerende stijloefening.

Van bij de in diepe filmische droefenis gedrenkte opening – een nachtelijke ontmoeting onder straatlampen in een betonnen niemandsland – presenteert The Wild Goose Lake zich als een postmodern experiment, waarin verschillende stijlen en invloeden samenkomen. Er is de traditie van de late Hong Kong ‘polars’ van Johnny To met hun abstracte configuraties van bendegeweld en erecodes, de invloed van het Europese modernisme van Michelangelo Antonioni van wie de film niet alleen composities overneemt, maar ook de van alle psychologische realiteit gestripte personages en de nocturne urbane arena’s zijn erfgenamen van de bevreemdende wereld van Wong Kar-Wai – op zijn beurt geïnspireerd door de Franse ‘cinema du look’ uit de jaren negentientachtig – niet toevallig het land waar tijdschriften en proselitische bewonderaars zoals Olivier Assayas als eersten de lof zongen van nieuwe Aziatische cinema. Anders dan het puur postmoderne idioom, hanteert deze genreprent die elementen echter niet ten voordele van een pastiche en is alles doordrenkt van een duidelijke liefde voor de geijkte situaties en beelden. In interviews gaf Yi’nan Diao ook aan dat hij zich heel bewust van die herkenbare patronen bedient, omdat ze volgens hem ideaal geschikt zijn om een gestileerde spiegel van de maatschappij te zijn.

De plotlijn komt uit een klassieke ‘film noir’ en verhaalt hoe een ouder geworden misdadiger na een uit de hand gelopen intern conflict waarbij agenten gedood werden, probeert om een laatste betekenisvolle daad te stellen door ervoor te zorgen dat zijn vrouw het geld kan opstrijken dat de politie heeft uitgeloofd voor de tip die tot zijn aanhouding kan leiden. In een wereld van neon, verlaten buurten en fotogenieke regenbuien, ziet de protagonist zich aangewezen op de hulp van een mysterieuze ‘femme fatale’ wiens drijfveren nooit echt duidelijk zijn. Met die elementen creëert Diao een puur cinematografisch universum waarin de personages sjablonen zijn zonder enige echte karaktertekening. Precies die leegte zorgt ervoor dat we gefascineerd raken door de vormelijke schoonheid waar een bedwelmende kracht van uitgaat. Het ontbreken van enige dramatische of psychologische diepgang, bevrijdt de film echter ook, zodat er ruimte ontstaat voor een portret van een samenleving eerder dan van individuen. Voortgedreven door een langoureuze, beschouwende stijl, dompelt The Wild Goose Lake (de vertaling van de originele titel – ontmoeting in een station in het zuiden – geeft de sfeer trouwens veel beter weer) de kijker onder in een kille maatschappij, geregeerd door hebzucht en vervreemding. Dat neemt niet weg dat de film af en toe ook donker grappig uit de hoek komt: terwijl de politie uiteenzet welke acties ondernomen worden om de voortvluchtige te klissen, krijgen ‘de werklozen en nietsnutten’ een veeg uit de pan, evenals iedereen die niet tot de stedelijke jungle behoort. Die laatste allegorie is niet toevallig: in de beste scène van de film, vindt een schietpartij plaats in een zoo, waardoor het stedelijk oerwoud ook heel letterlijk wordt.

Stilistisch is dit een absolute triomf en een film waarmee Yi’nan Diao zijn talent en visie definitief bevestigt.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vier × 3 =