Little Joe

Dat het met de razendsnelle technologische vooruitgang opletten geblazen is, weten we al langer. Vooral artificiële intelligentie die dra slimmer zou worden dan ons, dwaze mensen, is iets om nauwlettend in de gaten te houden, zo bleek al in o.a. The Terminator van James Cameronin 1984. Dat het echter niet de robots maar de plantjes zijn die ons het leven zuur gaan maken kwam als een totale verrassing. Hooikoortslijders, wees op uw hoede vooraleer u Little Joe gaat zien en denk tweemaal na vooraleer u uw kamerplant bewatert!

Alice Woodward (Emily Beecham), een workaholic plantenkweekster heeft een revolutionaire genetisch gemodificeerde plant ontwikkeld die geurstoffen verspreidt die de mens gelukkig zou maken. Prima toch? Gauw blijkt echter dat mensen die in contact geraakt zijn met de pollen van de plant vreemd gedrag gaan vertonen en ze zijn opvallend sterk overtuigd van het feit dat er niets aan de hand is. Nadat ze niet alleen haar eigen zoon (Kit Connor), maar ook haar trouwe collega Chris (Ben Wishaw) steeds meer ziet veranderen, wordt Alice steeds wantrouwiger tegenover haar eigen creatie, haar Little Joe.

Regisseur Jessica Hausner schetst met Little Joe een zeer kil toekomstbeeld. Vanaf shot één maakt ze dit duidelijk: een intrigerend vogelperspectief waarin de personages vanop afstand geïntroduceerd worden in hun al even onderkoelde werkomgeving, een strak geometrisch opgebouwde serrelaboratorium met honderden meticuleus naast elkaar geplaatste bloemen. Hausner schetst de leefomgeving van die personages steeds in gelijkaardige koude, karig ingeklede decors, met hier en daar telkens een aantal fel gekleurde voorwerpen of kledingstukken die snoeihard vloeken met de rest van de omgeving. Ze laat de film voortkabbelen aan de hand van lange shots, waarin er tergend traag in- of uitgezoomd wordt op het beeldkader of waarin de camera zachtjes doorheen de arena glijdt. Die zeer consequent aangehouden stijl met langzame camerabewegingen zorgen voor een constante dreiging en de kijker is dan ook continu op zijn hoede voor Het Kwade dat om de loer ligt. De goedkope trucs uit de slechtere horrorfilm laat Hausner gelukkig achterwege. In plaats daarvan laat ze die spanning steeds maar verder oplopen en geeft ze niet toe aan al te gemakkelijke pay-offs. De contrasterende soundtrack, die voornamelijk tribale geluiden en percussie laat horen die je eerder situeert in een tropisch woud versterkt dat constante gevoel van dreiging: je voelt letterlijk de natuur in opstand komen tegen de kille menselijke omgeving die rondom haar gebouwd werd. Die koele stijl lijkt het verhaal perfect te dragen, maar door die zó ontzettend consequent aan te houden en amper van tempo of intensiteit te veranderen, snijdt Hausner misschien wel nét iets te veel in haar eigen vel. Het verhaal mist te veel aan spankracht en de radeloosheid die Alice stilaan overneemt, is onvoldoende uitgesproken.

De plot zelf opent met het type mysterieus idee waarvoor je als kijker graag een dik anderhalf uur geboeid blijft kijken. Het is dan ook jammer dat de film al vrij snel prijsgeeft hoe de vork aan de, euh, stengel zit zonder nog andere verrassingen op de kijker los te laten. Ook de boodschap van de film zelf is wel eerder aan de simplistische kant en mist wat diepgang. Er wordt herhaaldelijk gezegd dat het “onnatuurlijk is wat we met die planten doen” en die beschuldigende vinger priemt daarbij wat te hard in het gezicht van de kijker – dat er steeds meer wetenschappelijke consensus is over de voordelen van genetisch gemanipuleerde organismen laten we hier even terzijde. Vanuit een breder perspectief kunnen we uiteraard de boodschap wel volgen: de mens is het hier aardig aan het verkloten op deze aardkloot en we zijn steeds dichter bij een aantal onomkeerbare kantelpunten aan het komen, zij het nu een Terminatorachtige ‘Judgement Day’ of een plant die besluit in opstand te komen…

Al bij al is het wat jammer dat deze mooi gefotografeerde film, met een behoorlijk interessant uitgangspunt en een op niveau spelende cast – aan Beecham en Wishaws vertolkingen ligt het heus niet – ons toch op onze honger laat zitten. Voorlopig breekt bij ons het angstzweet dus nog niet uit wanneer wij volgende zondag onze welriekende kamerplant water geven.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

18 − twee =