Perfume :: The Story Of A Murderer




Toen in 1985 de roman ‘Das Parfum’ van Patrick Süskind
verscheen, brak er rond het boek het soort van literaire hype los
dat zeldzaam is geworden, behalve voor tovenaarsleerlingen. Zelfs
mensen die normaal gezien zelden of nooit een boek vastnamen,
haalden dit exemplaar wel in huis en beweerden er gek op te zijn.
‘Das Parfum’ werd een soort van literair mode-accessoire, een ding
dat je gewoon moest hebben om ermee gezien te worden. Ook twintig
jaar later blijft de reputatie van ‘Das Parfum’ als een huis
overeind staan – een reputatie van klassieker, en vooral ook van
onverfilmbaar te zijn. Meer dan vijftien jaar lang beten
verschillende producers hun tanden stuk op het boek, tot Duits
producent Bernd Eichinger toch de rechten loskreeg.

In het Parijs van de achttiende eeuw wordt Jean-Baptiste
Grenouille geboren als het zoveelste ongewenst kind van een
vismeid. Zijn moeder wordt betrapt wanneer ze hem wil laten
creperen onder haar kraam en het kind groeit dan ook op in een
weeshuis en later in een leerlooierij. Affectie of waardering zijn
hem volslagen vreemd, maar Grenouille is wel gezegend met een
buitenproportioneel reukzintuig. Hij kan alle geuren ter wereld
onderscheiden, zelfs tot op kilometers afstand. Hij ruikt het
verschil tussen natte en droge stenen, hij ruikt in zijn eigen
kleren een worstje van een week geleden en hij weet het zelfs
wanneer zijn bazin helemaal aan de andere kant van het huis een
nummertje ligt te maken.

Grenouille gaat in de leer bij parfumier Guiseppe Baldini
(Dustin Hoffman in een bijrolletje), maar raakt algauw gefrustreerd
door het feit dat hij de geur van mensen niet kan bottelen.
Meerbepaald, de geur van jonge vrouwen. Uiteindelijk vindt hij toch
een methode om dat te doen, maar daarvoor moet hij hen wel eerst
het hoekje om helpen.

Met ‘Das Parfum’ vertelde Patrick Süskind het verhaal van een
menselijk monster. De schrijver ging ervan uit dat het echt geen
toeval was dat er bij geuren vaak gesproken wordt van de “essentie”
van een bepaalde stof, en construeerde zijn plot dan ook rond de
basisgedachte dat de geur gelijk staat aan de ziel. Je aroma
onthult wie je werkelijk bent, wat je eigen essentie is. Grenouille
heeft zelf geen lichaamsgeur, en is bijgevolg letterlijk een
zielloos wezen, iemand bij wie het vermogen om te ruiken alle
andere gevoelens heeft verdrongen: hij voelt geen liefde, verdraagt
de vreselijkste omstandigheden zonder morren, geneest op
wonderlijke wijze van ziekten, lijkt zelfs nauwelijks in staat om
enige emoties te ervaren. Bij hem gaat àlles door de neus. Daarom
wil hij een parfum maken op basis van vrouwenlichamen – hij wil in
feite hun ziel in zich absorberen, zodat hij geen monster meer zal
zijn, maar iemand die een ander lief kan hebben en het ook verdient
om zelf graag gezien te worden.

En dat was dan ook de grote vraag: hoe vertaal je zoiets naar
een visueel medium? Grenouille’s hele ervaringswereld bereikt hem
via geuren, wat zich al verdomd moeilijk laat beschrijven in
woorden, laat staan in beelden. Regisseur Tom Tykwers oplossing
daarvoor is niet revolutionair, maar ze is zeker afdoende: hij
werkt met snelle montages en travellings, die tonen hoe Grenouille
bij elke geur onmiddellijk een associatie maakt met de verspreider
ervan. Geuren roepen beelden op, en die beelden krijgen wij in
korte flashes te zien. Echt uitblinken door originaliteit
doet het niet, maar de boodschap is wel duidelijk.

Visueel gezien scoort de film trouwens over het algemeen erg
hoog. Tykwer is nooit m’n favoriete regisseur geweest, aangezien
z’n vorige films, inclusief het alom bejubelde ‘Lola Rennt’, voor
mijn part teveel vormelijke pretentie hadden voor het flinterdun
gegeven dat er uiteindelijk achter zat. Ditmaal weet de regisseur
echter perfect in te schatten wat zijn verhaal nodig heeft. Hij
maakt prachtig gebruikt van lange steadicamshots en goed gekozen
close-ups om ons de smerigheid van de steden van die tijd te laten
zien. We zien de vliegen rondcirkelen boven de vissen op de markt,
we zien die vervallen huizen en mensen die onder de modder zitten
en we kunnen de stank haast zelf ruiken. Tykwer weet die vettige,
vuile wereld zeer efficiënt te construeren. Hij maakt hiervoor
gebruik van een soort hyperrealisme, dat dan prachtig afsteekt
tegen de surrealistische figuur die Grenouille zelf is. Een
moordenaar die geen geur en dus geen ziel heeft, en dan maar de
ziel van onschuldige vrouwen probeert te bottelen? Als je daar ook
maar heel even bij stilstaat, dan zie je hoeveel “bigger than life”
dat gegeven wel is. Grenouille staat dan ook als een soort van
buitenaards wezen totaal apart van die normale, realistische wereld
die we voor het overige zien. Hij hoort hier niet thuis, en wordt
veroordeeld tot een leven in de schaduwen: keer op keer duikt hij
plotseling uit de duisternis op om zich haast ongemerkt te mengen
in de afgrijselijke wereld van normale mensen waar hij nooit toe
zal behoren. Tykwers vormgeving is zeer indrukwekkend, omdat het
ditmaal geen visuele hoogvliegerij betreft zonder meer. Alles staat
ditmaal ten dienste van het verhaal.

Ondanks de status van Süskinds boek, is dat verhaal overigens
lang niet perfect, en een aantal zwaktes van de roman worden
klakkeloos overgenomen in de film. Zo is het proza van Süskind soms
erg uitleggerig – in een poging om de alwetende verteller van de
achttiende en negentiende eeuwse literatuur te parodiëren, is
Süskind er haast continu mee bezig om alles wat er scheelt aan
Grenouille expliciet te vertellen. Hij geeft ons daarbij vaak
teveel de pap in de mond, en die fout maakt Tykwer hier ook. Een
voice-over, ingesproken door John Hurt, leest hier en daar stukken
van Süskinds tekst voor, maar lijkt veel te vaak een overbodige
aanvulling op de beelden. We zién wel wat er gebeurt, en wat de
psyche van het hoofdpersonage betreft, zijn we best in staat om
onze eigen conclusies te trekken, zonder dat de verteller het
allemaal komt uitleggen. Ook het einde was een teer punt in het
boek – het realisme van daarvoor slaat plotseling volledig om in
een bizarre, barokke finale die op het randje van het lachwekkende
balanceert. De film neemt ook dat einde over en gaat hier en daar
óver dat randje – je hoeft echt geen puber te zijn om even te
gniffelen bij die slotscènes.

‘Das Parfum’ is dan ook een zeer goed gerealiseerde adaptatie
van een boek dat niet zo meesterlijk was als veel mensen wensen te
denken. De gebreken ervan worden uitvergroot in de film, maar het
zijn wel degelijk de gebreken van het boek. Er wordt bijzonder
sterk geacteerd door hoofdrolspeler Ben Wishaw, die het voor een
groot deel van het verhaal enkel met zijn lichaamstaal moet doen,
het gaat goed vooruit (dit zijn een bijzonder korte twee en een
half uur) en visueel zit alles snor. Niks te klagen dus – nu is het
enkel nog wachten op een regisseur die moedig genoeg is om een film
te draaien over mijn sokken.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

19 − achttien =