King Gizzard & The Lizard Wizard :: Flying Microtonal Banana

Moeten er nog lettergrepen zijn? Omdat de naam King Gizzard & The Lizard Wizard nog niet lang genoeg was, heet hun nieuwe album Flying Microtonal Banana. En hoe Monty-Pythonesk die titel ook moge klinken, er zit bovendien nog een volstrekt logische verklaring achter ook. Frontman Stu Mackenzie kreeg een gitaar cadeau die was bewerkt tot microtonaal instrument (met 24 tonen per octaaf in plaats van 12), en om de harmonie te behouden moest de rest van de band ook die kant uit. De keuze viel op knalgele gitaren: model Flying V. Flying Microtonal Banana dus. Zoals gezegd, volstrekt logisch. Maar hoe klínkt dat dan, eigenlijk?

Wel, op “Rattlesnake” klinkt dat bijvoorbeeld als een schier eindeloos herhalende riff, met in de lyrics 104 keer “rattle”, waarvan 51 keer “rattlesnake”. Het gekke is dat het zelfs na zeven minuten niét gaat vervelen, toch niet voor wie zich gewillig laat hypnotiseren. Met dank aan de zevenkoppige bezetting gebeurt er constant nét genoeg: een aparte drummer per oor, een gierend stormpje noise, of een solo op de zurna, het Turkse blaasinstrument waar je elke rechtgeaarde slangenbezweerder op ziet toeteren.

“Melting” begint met een drumsolo in stereo, die geleidelijk aan transformeert in een afrobeat-achtig ritme. Apocalyptische teksten over klimaatveranderingen worden met zo’n cool gezongen dat je je op slag minder zorgen maakt. Een al even zorgeloos hockeyorgeltje zweeft van links naar rechts terwijl een handjevol gitaren soleren alsof het niks kost. Dansbaar voor wie Austin Powers heet, en voor anderen is het geschikte dutjesmuziek.

“Open Water” rockt rechtdoor zonder omkijken. De ritmesectie haalt de mosterd bij Led Zeppelins “Immigrant Song “, de ritmegitaar kwekt als een funky eend, en de zurna zingt een zotte zolosolo.

“Sleep Drifter” doet sterk denken aan de Desert Sessionsreeks: een dromerige, weidse jam vol wah-gitaren, gejaagd getrommel en samenzang. Vervolgens gaat het van de Californische woestijn naar de Sahara voor “Billabong Valley”, een apestonede mix van trage stoner rock, nasaal gezongen folk en Arabische muziek, ideaal voor buikdansen in slow motion en de recreatieve consumptie van substanties met een ambigue legale status.

Wekker van dienst is “Anoxia”, een lapje klassiek aanvoelende hardrock – een soort Anatolische Santana of seventies Tinariwen – met veel drumroffels en gitaren die van wacka-wacka doen.

Als het album een LSD-trip was, dan bereikten we met “Doom City” het hoogtepunt: trage stonerpassages wisselen met sneller geriff, doorspekt met vervormde stemmen zoals we ze dichter bij huis bij Creature With the Atom Brain aantreffen. Ook “Nuclear Fusion” tapt uit dat vaatje, met een iets tragere groove en stemmen overal.

Afsluiter en titelsong “Flying Microtonal Banana” ten slotte, flirt met Indisch klassiek, met tabla-percussie, langgerekte basdrones en schelle blazerspartijen. Het nummer eindigt met het suizen van de wind, dat net als op het voorgaande album Nonagon Infinity weer naadloos aansluit bij de intro van het eerste nummer.

Om het hele album echter meteen opnieuw te beluisteren moet je helaas wel écht onder invloed zijn, want hoewel alle nummers op zich best aardig zijn, wordt het na een tijdje toch wat te veel van het goede. Maar goed, dit soort muziek is dan ook helemaal niet gemaakt voor autoritten of kantoren. Nee, deze muziek hoort thuis tussen uw platen van Tame Impala, Monster Magnet en Kula Shaker, naast uw voorraad wierook en lavalampen. Goede reis, en behouden terugkeer.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

een × 2 =