Communions :: Blue

Rock is dood, zeggen ze. Popmuziek vervelend. Er gebeurt niets meer, gaat het adagium. Misschien moet u ons dus excuseren dat wij even achterom kijken. Als het spannendste gitaarbandje van vandaag sprankelende britpop brengt, dan zegt dat misschien meer over de levendigheid van dat genre dan over de doodsheid van gitaren.

Want ja, Communions is in een groot vat 1994 gevallen, waarin Definitely Maybe, Parklife en het prille Coming Up lang hebben liggen trekken. Alsof de hitparade niet al eeuwen is overgenomen door Simon Cowells griezelige Oempa-Loempa’s en trossen r&b-fröbelaars, brengt dit Deense kwartet popmuziek zoals het door de Beatles is uitgevonden, door Bowie met mascara gedecoreerd en in de jaren negentig van tanden voorzien. Maar vooral: ze hebben de belangrijkste les van al die voorgangers niet in de wind geslagen.

Communions kan songs schrijven, immers. Dat we het moeten benadrukken is gek, maar in tijden van Bastille en late Coldplay is het niet te veel gevraagd diegenen te eren die de basis wel nog respecteren. Kop, poten en oren worden in de juiste volgorde gezet, en die eerste wet van de popmuziek hoog in het vaandel gehouden: don’t bore us, get to the chorus. Hooks zijn er te over, meezingbare refreinen worden standaard geleverd.

Neem nu “Don’t Hold Anything Back”, met zijn call-to-armsintro, zijn staccato opbouw naar een refrein dat nog even wordt uitgesteld, maar uiteindelijk toch mag triomferen. Dit is pop zoals het nooit had mogen ophouden te zijn. Nog beter is “She’s A Myth”; euforie in drie minuten éénenveertig en vier pirouettes. En als het lijzig wordt, is het goed lijzig. “Get Free” heeft iets psychedelisch dat per ongeluk in de kast van The Verve is blijven liggen, “It’s Like Air” had in een rechtvaardige wereld “Supersonic 2” geheten.

Dat mag. In deze schrale tijden hebben wij een arm veil voor een “Supersonic 2”. Of voor elk van de heerlijke gitaarlijnen die Jacob van Deurs Formann telkens opnieuw uit zijn zes snaren weet te trekken. Of het nu “Today” of “Passed You By” is, telkens opnieuw leggen ze een nieuwe melodie, een extra hook, onder de song. Natuurlijk heeft dit Blue niet de branie van Definitely Maybe — er zijn slechts drie Gallaghers en die derde deed niet eens ter zake – maar wat Communions met Britse geestesvaderen gemeen heeft, is een gebrek aan schaamte. Om zonder twijfel rechtdoorzee te scheuren, bijvoorbeeld. Al is er altijd die dansende beat om de boel wat lichtheid te geven — is dat het Blur van “There’s No Other Way” in die shuffle van “Take It All” of zijn wij dat?

Bedenkingen zijn altijd mogelijk. Voor de teksten moet u niet langskomen, en Martin Rehof heeft het soort stem dat snel verveelt en zichzelf ook regelmatig bijna overschreeuwt. Ach, er zijn mensen die vinden dat Morrissey klinkt “alsof hij twee weken onder een dode koe heeft gelegen”. Wanneer “Today” opnieuw gierend de bocht ingaat, zingen wij al lang weer luider, en doe daar maar iets aan. Negen nummers later sluit “Alarm Clocks” af alsof Coldplay nog steeds bloed naar zijn kop voelt stromen, en op dat moment willen we alleen nog, opnieuw, meer. Noem ons nostalgisch, maar wie dit niet lust, weet niet wat echte popmuziek is.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

een + elf =