Hamilton Leithauser + Rostam :: I Had A Dream That You Were Mine

Wanneer twee ongekroonde prinsen van de New Yorkse indie scene de handen in elkaar slaan, is dat niet om hits te schrijven. En toch is hun eerste gezamenlijke wapenfeit er één met een zeer rijk klankenpallet dat een breed publiek verdient.

Niet zelden zijn moderne supergroepen – bestaande uit artiesten die hun sporen al voordien bij andere bekende acts hebben verdiend – in hetzelfde bedje ziek. Dergelijke samenwerkingen leiden immers dikwijls eerder tot een juxtapositie van uiteenlopende achtergronden dan tot een geïntegreerd en vernieuwend geluid. Bij Hamilton Leithauser en Rostam Batmanglij liggen de zaken enigszins anders. Ten eerste heten zij niet Dave Grohl of Josh Homme en worden zij dus minder geassocieerd met één bepaalde band. Rostam stond tot januari van dit jaar weliswaar op de loonlijst bij Vampire Weekend, maar het staat vast dat hij – ondanks zijn herkenbare pianospel, dat ook op I Had A Dream That You Were Mine doorklinkt – bij zijn vroegere groep nooit het hoge woord voerde. Leithauser is dan weer de frontman van The Walkmen, maar die andere New Yorkse band lijkt zijn zoektocht naar de grote doorbraak inmiddels gestaakt te hebben.

Om dezelfde redenen is het duidelijk dat er toekomstmuziek in deze samenwerking zit: hoewel I Had A Dream… onbeschaamd nostalgisch klinkt – getuige daarvan de speelse sixtiesgitaren van “When The Truth Is…” of het naar Fleet Foxes knipogende “In A Black Out” – kan men beide heren zeker niet verwijten dat ze achterom zouden kijken. Van Rostam is het in ieder geval duidelijk dat hij nog aanzienlijke ambities koestert en ook los van Vampire Weekend een eigen carrière wil uitbouwen. In tegenstelling tot zijn ex-bandlid Chris Baio, die zich in 2015 ook aan een zijprojectje waagde, heeft Rostam immers de vleugels uitgeslagen en het nest definitief verlaten.

Daar waar Baio’s solodebuut vooral een niet onaardige oefening in productie was, is Rostam echter een ervaren arrangeur die niet alleen bij Vampire Weekend maar ook al bij onder andere Carly Rae Jepsen en Solange Knowles achter de knoppen zat. En dat is ook op I Had A Dream… te horen: de kraakheldere gitaren, weids klinkende drums en loepzuivere samenzang maken dit album vaak een waar genot om naar te luisteren. Het veel te korte “The Bride’s Dad” is daar misschien wel het beste voorbeeld van: na anderhalve minuut verandert een ingetogen pianowalsje in een epische rondedans terwijl Leithauser zijn liefde uitschreeuwt voor een jeugdvriendinnetje waarvan hij – oh ironie – zelf het trouwfeest opluistert.

En ere wie ere toekomt: het is inderdaad de doorleefde vertolking van Leithauser die de al bij al redelijk alledaagse songs van I Had A Dream… naar een hoger niveau tilt. Van zijn getormenteerde gecroon in “When The Truth Is…” over het hartverscheurend mooie “Peaceful Morning” tot aan de triomfantelijke strijdkreten van “Rough Going (I Won’t Let Up)”: wat de man hier neerzet, mag gerust een krachttoer heten. Veel meer dan bij The Walkmen staat de intensiteit van zijn gevoelens centraal, en hij laat de luisteraar werkelijk alle hoeken van de kamer zien. “I use the same voice I always have,” zingt hij bescheiden in “Sick As A Dog”, maar blijkbaar inspireert Rostam hem toch om met die herkenbare stem nieuwe emoties te bespelen.

Dat de nummers op deze plaat enkele luisterbeurten nodig hebben om zich van elkaar te onderscheiden en een permanente plaats in het muzikale geheugen te veroveren, komt de houdbaarheid van het album misschien zelfs ten goede. Al bij al is I Had A Dream… een erg leuk album dat niet zou misstaan onder de kerstboom van de geduldige indieliefhebber.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

elf − zeven =