Metallica :: Hardwired… To Self-Destruct

“In the name of desperation” is de eerste zin die James Hetfield op Metallica’s elfde plaat uitspuwt. Wat hij zegt. De 21ste eeuw begon al rampzalig voor de band met het gevecht tegen de windmolens van Napster en downloadende fans, en het vooral geluidsmatig gruwelijke St.Anger (meer therapie dan plaat). Kwamen daar de afgelopen jaren nog bij: een geflopte film (Through The Never — Metallica en films, nooit een goed idee) en Lulu, een draak van een plaat met Lou Reed. De status van risée van de metal werd aangedikt, de status van pioniers van de trash metal brokkelde wederom verder af, ondanks de bescheiden rehabilitatie dankzij Death Magnetic. Hardwired… is een agressieve poging om die brokstukken finaal te lijmen, maar die lijm verschilt bovendien minder hard van de vorige pogingen dan men u wilt laten geloven.

Dertig jaar geleden kostte het Metallica acht jaar om eerst koning, keizer, admiraal van de metal te worden en de poort naar een miljoenenpubliek open te beuken (van Kill ‘em all in 1983 tot The Black Album in 1991). Nu kost het acht jaar om een opvolger voor de aarzelende return to form Death Magnetic uit te brengen. En vooral: na die eerste acht jaar ongeëvenaard steile opgang, sjokt Metallica nu al een twintigtal jaar doelloos verder met een dolgedraaid kompas op zak. Alleen op tour is de richting duidelijk: het verleden.

De ellende begon toen Metallica midden jaren 90, aangevuurd door het mainstreamsucces, de “U2 van de metal” wilde worden – Hetfields eigen woorden in recente interviews. Het resultaat was Load: meer hard- en bluesrock dan metal, met echte singles, melodieën en zorgzaam opgebouwde composities. Het gevolg was een Icarusval. De band kon simpelweg niet om met de status, implodeerde en verkrampte compleet toen bleek dat de terugweg naar de hoogdagen van weleer definitief was afgezet. Ironisch genoeg wérd de band wel de U2 van de metal, maar niet zoals ze bedoeld hadden: een greatest hits-circus on tour die elke muzikale relevantie verloren was.

Die vergelijking zet zich echter ook door met Hardwired…: waar U2 met Songs Of Innocence twee jaar geleden een magere plaat uitgkiend in de markt zette als een verhaal van “terug naar de essentie” en daarbij in z’n eigen verleden grasduinde, doet Metallica nu hetzelfde. Het is van Load geleden dat de band promotioneel zo aanwezig was, waarbij ze met succes hun rol als pioniers van de trash metal in de verf zetten. Het doet denken aan de comeback van David Bowie met The Next Day in 2013: kraaide geen haan naar zijn laatste platen, dan volstond 10 jaar stilte en enkele vettige knipogen naar z’n back catalogue op z’n comebackplaat om hem terug relevant te maken op basis van z’n duizelingwekkende carrière. It’s the perception, stupid.

Al werd die eerherstellende perceptie door Metallica zelf op weg gezet door een bóm van een single. Titelnummer “Hardwired” moet het venijnigste en simpelweg beste nummer van de band in een kwarteeuw zijn: rücksichtslos vooruit, gefocust, tempo strak, Ullrich is zowaar mee, geen Frankenstein van elkaar genaaide riffs, en het klinkt eindelijk nog eens lekker scherp. Drie kwartier dit niveau en Metallica heeft z’n beste plaat in dertig jaar. Bevestigen dat: “Moth Into Flame”, inclusief het enige echte gloriemoment van Kirk Hammett, en vooral slotnummer “Spit Out Of The Bone”, dat klinkt als een bende jonge honden die Master Of Puppets tien jaar geleden voor hun plechtige communie hadden gekregen. Samen met een dozijn Metallicasongs als “Battery” in de metal-playlist gebrand.

Maar helaas. Ongelooflijk hoe deze band door te hard te proberen steevast wegglijdt in verlies van zelfkritiek en focus. Songs gaan ten koste van een onbegrijpelijke dwang om zoveel mogelijk riffs en ideeën in amorfe gehelen te proppen. Het lijkt wel alsof ze songs schrijven sinds (Re)Load verleerd zijn, of gewoon niet meer durven. Vooral op plaat twee (ook belachelijk trouwens: Load duurt een minuut langer en werd wél op één schijf geperst) zijn “Confusion”, “Here Comes Revenge” en “Am I Savage?” vermoeiende uitputtingsslagen, wars van één weerhaak die hen in het geheugen beitelt na vijf of tien luisterbeurten. Probleem. Ze maken van Hardwired… een dodelijk vermoeiende zit, die de hoogtepunten ondersneeuwt.

Want op de drie voornoemde songs na, is het vooral zoeken naar uitstekende momenten in songs. Zoals de stompende hardrock à la cover “Whiskey In The Jar” in de slotminuten van “Halo On Fire”, de groovy rock in “ManUNkind”, waarin Robert Trujillo een glansrol speelt als het enige bandlid met dadendrang, en de knipogen naar …And Justice For All in de Lemmy-tribute “Murder One”. Vooral in “Atlas, Rise” wordt dan weer een high five gezocht met Iron Maiden, een band die weliswaar nooit de status van Metallica heeft gehad of betracht, maar op een ongedwongen manier in deze eeuw hoogtepunt na hoogtepunt aan elkaar rijgt in hun oeuvre – zoals onlangs nog met The Book Of Souls. Wie is het gelukkigst?

Enter genregenoten als Anthrax, Slayer en Megadeath. Bands die zich niet vergaloppeerden in het verleggen van grens of publiek, maar zich (te) comfortabel in hun genre nestelden. Het niet te ver gaan zoeken. Maar dat is de hamvraag, waar Metallica in deze periode een in hun voordeel uitdraaiende retorische vraag van wil maken: is het beter je te vergalopperen wanneer je je grenzen wilt verleggen, of kun je je beter veilig en trouw aan jezelf (en fans) blijven wentelen in een vingeroefening die je perfect beheerst? In het verhaal rond deze plaat wil Metallica vooral respect afdwingen door hun legacy, maar die boodschap was veel krachtiger geweest met een simpele kopstoot van een plaat die eindelijk nog eens meer met de buik dan met hoofd gemaakt was geweest.

Nu raakt de luisteraar op Hardwired… wederom de weg kwijt in stuurloze songs, zoals Metallica zelf de weg kwijtraakt in de tijdreis naar z’n verleden. En waarin ze in cirkels blijven ronddraaien, want wat de marketingcampagne u ook wilt wijsmaken: dit is eerder ter plekke blijven trappelen na Death Magnetic dan een fêtering van de eigen gouden jaren. Ondanks alles blijft Metallica echter in een andere categorie spelen dan al wie (twee)jaarlijks Graspop headlinet. Drie keer raden welke van al die bands volgend jaar het Sportpaleis hands down het snelst uitverkoopt. Al is dat veeleer op basis van acht jaar lang de hemel (of eerder hel) bestormen dertig jaar geleden, dan op basis van Metallica acht jaar gemist te hebben anno nu. Hetfield heeft gelijk gekregen: Metallica is meer dan ooit de U2 van de metal.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

12 + 8 =