Head Full Of Flames :: War Times

Het is een cliché, maar sommige platen zijn gewoon gemaakt om in een bepaald seizoen met je mee te dragen. En net nu de herfst op zijn mooist is, komt Head Full Of Flames daar de perfecte soundtrack bij afleveren.

War Times heeft die soundtrack ietwat onheilspellend als titel meegekregen, maar maak u geen zorgen: het gaat hier wel degelijk om akoestische lo-fi, omkringeld door groengele bladeren. Het debuut van Head Full Of Flames biedt elf met veel zorg opgebouwde songs, waar in elk hoekje en gaatje een subtiel geluid komt piepen en die in combinatie met de warme stem van Sim Van Thienen (gitaar en allerlei andere fijne instrumenten) een plaat opleveren waarop het aangenaam mijmeren is. Ooit begonnen als tributeband voor Elliott Smith (uit wiens “Roman Candle” ook de bandnaam gelicht is), kwam de groep een dikke vier jaar geleden voor het eerst op de voorgrond met de Seven Song EP. Nu komt de band, die naast Van Thienen nog uit Jan Evenepoel (allerlei gitaren), PJ Seaux (bas, kan u ook kennen als de helft van Hydrogen Sea) en Lotte De Troyer (drums) bestaat, pas echt tot volle wasdom met dit eigenlijke debuut.

Dat tot volle wasdom komen heeft echter wel wat voeten in de aarde gehad. Het positieve onthaal na de release van de EP kon niet echt verzilverd worden. Daarna volgden enkele jaren van zoeken naar platenfirma’s, bookers en andere praktische beslommeringen. Zo werd War Times eigenlijk al in 2014 opgenomen, maar duurde het dus nog twee jaar voor de groep ze kon loslaten. Het resultaat mag er zeker zijn, en de productie van Koen Gisen zorgt ervoor dat de plaat veel warmer en natuurlijker klinkt dan de EP, die de groep zelf opnam. Toen waren de songs er al, maar als je dit debuut naast die vier jaar oude nummers legt, hoor je toch wel hoe alles nu pas écht op zijn plaats valt.

Tegelijk is het klankenpalet ook uitgebreid. Waar de nadruk toen echt op het akoestische gedeelte lag, met hier en daar een elektrisch versterkte uitschuiver, durft de groep nu ook wat meer abstracte elementen in hun songs steken, of in sommige nummers juist voor een veel directere aanpak te kiezen. Opener “Yield” is bijvoorbeeld nog een van de klassiekere nummers op de plaat. Beginnend met wat spookachtige achtergrondgeluiden en een zachte gitaartokkel, bouwt de groep laagje per laagje op. De subtiele manier waarop alle klanken in elkaar haken, bezorgt (niet voor het laatst) het nummer zijn kracht. Het resultaat is een dromerig nummer dat zo bij optrekkende ochtendlijke mist past. Daarna volgt echter de single “Little Men”, die veel meer leunt op het contrast tussen de rustige strofes, met ergens wel al een ruizige noot, en het stevige, onheilspellende refrein waarin het nummer werkelijk boven zichzelf uitstijgt. De meeslepende zangpartij waarschuwt ondertussen voor de beestjes in je hoofd en zorgt voor nog meer rillingen. Iets verder doen ze dat over op het wat minder meeslepende, maar met zijn jazzy sfeer en knappe gitaarspel nog steeds degelijke “Brothers”.

Daartegenover staat echter weer een dromerig nummer als “We Might”, dat op een heel andere manier ook een hoogtepunt van de plaat vormt. Zachtjes over elkaar heen buitelende gitaarpartijen, een enkele pianotoets, een zachte trombone en een tekst waarin de vlucht met die ene grote liefde wordt bezongen: meer is er niet nodig om diep te ontroeren. Nog een nummer dat op die dromerige sfeer leunt: “Lonely Boy”, een lang uitgesponnen song die niet zou misstaan in een Erased Tapes-release, waarin echoënde geluidjes aangevuld worden met mooie blazers en een enkele gitaartokkel, waardoor het nummer toch niet té veel gaat zweven. Een nummer dat opnieuw in het vakje “aangenaam mijmeren” past. Spijtig alleen dat dat andere ambient-achtige nummer, “Renate”, wat verloren achteraan de plaat staat: elders had ze als overgangssong meer een stempel kunnen drukken, in plaats van wat onopgemerkt van de plaat af te vallen zoals nu.

Andere nummers moeten het dan weer meer van hun opbouw hebben, zoals het knappe “Fiery Head” en “Hit The Lead Out Your Heels”. Beginnend vanuit vaak niet meer dan een gitaartokkel, vervoegen zich langzaam drums, bas en elektrische gitaar bij het naakte spel van Van Thienen. “Poolhouse” springt er dan weer uit door zijn atypische zomerse atmosfeer. Tegelijk krijg je door de voortzetting van de warme klanken die heel de plaat kenmerkt, niet per se een echt breukgevoel, zodat het nummer niet onnatuurlijk aanvoelt. Want echt radicaal breken met die klankkleur doen ze nergens, wat zowel een plus- als een minpunt is: het geeft veel coherentie aan de plaat, maar tegelijk zorgt het er ook voor dat je weinig echte verrassingen tegenkomt en bepaalde nummers soms wat inwisselbaar worden (“100 Forms Of Light” bijvoorbeeld). Maar echt storen doet dat uiteindelijk niet, want deze War Times haalt zijn kracht uit iets anders.

Vindt Head Full Of Flames hier het warm water uit? Is het de enige Belgische groep die met succes zacht melancholische muziek voor de nadagen van het jaar maakt, muziek om even de wereld te vergeten? Zeker niet, maar dat is ook niet de bedoeling. Vorig jaar was er omstreeks deze tijd Billy van Isbells om je aan te warmen (muzikaal toch), en dit jaar is er War Times. 2016 was al een prima Belgisch muziekjaar , zeker op het vlak van debutanten, en daar draagt deze eersteling van Head Full Of Flames zeker een mooi steentje toe bij. Daarna is het tijd voor een mooie wandeling, bij voorkeur in een verkleurend bos.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

2 × twee =