Maurits Pauwels :: Afscheid in Kloten

Mauro Pawlowski, de eigenzinnige Many-Faced God van de vaderlandse rockscene, inspireert velen tot welhaast blinde idolatrie. Niet geheel onterecht, gezien ‘s mans indrukwekkende discografie. Van tegendraadse jonge noisehond tot charmante popeminentie: het duldt geen tegenspraak dat Mauro (want we mogen hem collectief Mauro noemen) zijn plaatsje in de belpopbijbel al dubbel en dik verdiend heeft. Helaas is de verleiding daardoor groot om elke nieuwe plaat van zijn hand bij voorbaat al met superlatieven te overladen. Ook nu weer was het vlees van menig recensent zwak. Een Nederlandstalig project! Een zoveelste nieuw gezicht van de kameleon! Juicht en jubelt, gij allen, want een nieuw godsgeschenk is waarlijk tot ons nedergedaald! Nou, niet dus. Even serieus, mensen: wat ís dit?

Laat ons even aannemen dat “Afscheid in Kloten” als grap bedoeld is. Dat Maurits Pauwels een parodie op de Vlaamsche zanger wil zijn. Dat we deze plaat naast pakweg Weens “Twelve Golden Country Greats” moeten leggen. Laat ons even aannemen dat het allemaal maar om te lachen is. Wel, dan valt er helaas te weinig te lachen. Toegegeven, de op de spits gedreven ballengrap van de titelsong is clever. Het is niet iedereen gegeven op geloofwaardige wijze een volledig liefdeslied op te bouwen, met enige tristesse bovendien, rond de centrale premisse dat er afscheid wordt genomen op de luchthaven van Kloten/Zurich. De rest van het album veroorzaakt echter meer pijnlijk gegrijns dan geamuseerde glimlachjes, laat staan schaterbuien. Nee, voor een waardige opvolger voor Drs. P moeten we alvast niet bij Mauro wezen.

Maar wat als het nu toch allemaal serieus bedoeld is? Wat als Mauro met deze plaat zijn metier als moedertalige bard tentoon wil stellen? Wel, in dat geval is het verdict zo mogelijk nog pijnlijker: we hebben iets gevonden waar Mauro gewoon echt niet goed in is. Goed, “Merel” mag er zijn, als romantische en lieflijke ode aan een bevallige deerne, en “Nieuwe apenjaren” herbergt de poëtische regels “nieuwe apenjaren/een extra refrein/karaoke met Magere Hein”. Maar de naam “Anneliese Michel” laat Mauro in een waarachtig relaas van haar tragische dood rijmen met “go suck some cocks in hell”, en de Merle-Haggardcover “Klojo uit de regio” (oorspronkelijk “Okie from Muskogee”) is, meer dan een ode aan de eenvoud, een verheerlijking van de kleinburgerlijkheid geworden. Nog andere teksten lijken à l’improviste bijeen gestameld te zijn door een kleuter met ADHD, zonder rijm, ritme of exotischer structurerend principe. Songsmeden als Wannes Cappelle of Jonas Winterland hoeven dus vooralsnog geen concurrentie te vrezen.

Over naar de muziek. “Hemel en Aarde” heeft een indrukwekkende gitaarsolo, op “Nooit meer alleen” wordt een heel mooi stukje piano gespeeld en “Klojo uit de regio” haalt een stevige portie geloofwaardigheid uit z’n honkytonkarrangement. Bovendien valt niet te ontkennen dat alle arrangementen vakkundig afgewerkt zijn. Vakkundig is echter nog niet per definitie geïnspireerd. “Hier een liedje”, bijvoorbeeld, inspireert vooral tot het indrukken van de forwardtoets, en de huppeligheid van “Een dode nabij” en “Nieuwe apenjaren” is riskant voor luisteraars met een carnavalallergie.

Al bij al is “Afscheid in Kloten” een warboel met weinig of geen herbeluisterpotentieel. Zowat elk nummer bevat een reden om naar het volgende te skippen, en zo blijft een mens natuurlijk bezig. Wie moet deze plaat dan wel in huis halen? De Mauro-verzamelaar met een compulsieve drang tot volledigheid, eventueel. Misschien het soort mens dat aan een halve grap genoeg heeft. Of mensen met een schrijnend teveel aan geld. Alle anderen kunnen beter wachten tot Mauro weer eens een goeie plaat maakt. Het goede nieuws is dat dat hoogstens een paar weken kan duren.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

drie × 5 =