Mykki Blanco :: Mykki

Een ontluisterend verdict deed Mykki Blanco onlangs beseffen dat zelfachting het begin van alle wijsheid is. Een deugdzaam inzicht, maar het zorgt op zijn eerste full album voor muzikale wisselvalligheid.

Blanco, het genderqueer alter ego van Michael David Quattlebaum Jr., kreeg bekendheid nadat hij in 2012 een aantal LGBT-militante hiphopvideo’s maakte. Daarbij liet hij zich inspireren door de ‘shock rock’ van Marilyn Manson of — nog erger — GG Allin. Hoewel voortkomend uit de New Yorkse underground rap scene, wilde Blanco nooit geassocieerd worden met het genre queer rap vanwege het halfzachte jeanettenimago. Zijn in your face attitude heeft naar eigen zeggen meer van doen met punk, waarbij toestemming vragen niet aan de orde is en verontschuldigen nog minder. Hij is niet het type genderactivist dat knipoogt, maar wel het type dat muilperen uitdeelt. Hoewel de hiv-besmetting die hij onlangs wereldkundig maakte een nooit eerder vertoonde kwetsbaarheid boven bracht.

Blanco hield rekening met de vroegtijdige carrièrebeëindiging die deze bekentenis kon meedragen. Maar verrast door positieve reacties en steunbetuigingen besloot hij al snel door te gaan. Op debuutalbum Mykki wordt weifelend naar heroriëntatie gezocht. Waar hij vroeger de vloer aanveegde met het hetero-ideaal en respect eiste, geeft hij nu toe dat het hem bij wijlen aan zelfrespect ontbrak. “Perhaps I’m going to have to love myself first/Really learn to respect myself/Really learn to value myself, treat myself good”, bedenkt hij zich in “Interlude 2”. Het is een vorm van schoon schip maken die de rode draad doorheen Mykki vormt.

Assertieve ontboezemingen over het isolement (“Loner”) en het angstvallige geheimhouden (“You Don’t Know Me”) van hiv maken het album intiemer dan de twee EP’s die eraan voorafgingen. Al levert dat niet noodzakelijk boeiende nummers op. “Hideaway” vervalt al snel in een ergerlijk geneuzel op een slenterende beat. Ook “The Plug Won’t” laat het finaal na uit de startblokken te schieten. De kern van het album, met twee “interludes”– welk dertig minuten durend album heeft twee onderbrekingen nodig, anyway? — haalt de vaart er nodeloos uit en dat is jammer.

Want er is ook de ‘ouderwetse’ Blanco, die schuimbekkend agressief uit de hoek komt. Wiens krankzinnigheid en hyperkinesie aan een Ol’Dirty Bastard of vroege Busta Rhymes doet denken. De Blanco die iedere ruige nachtclub van Williamsburg in lichterlaaie kan zetten met zijn clubanthems. Zo bijvoorbeeld met “For The Cunts”, dat geenszins het meest bedachtzame, dan wel het meest bonkende nummer van het album kan genoemd worden. “Fendi Band” ontwaart dan weer een duistere, dreigende Blanco. “Fuck being low key”, spuwt hij en dat kunnen we alleen maar toejuichen. Zijn vlijmscherpe tong bovenop de bekruipende beat roept visioenen op van de ‘scary clowns’ die tegenwoordig de VS terroriseren.

De sterkste momenten van het album zijn diegene waar Woodkid de productie in handen heeft. In “Highschool Never Ends” krijgen we wederom een fragiele Blanco te horen en voor eenmaal komt die helemaal tot zijn recht. En dan is er “My Nene”, het gestoorde liefdesrelaas waarin het geslacht van de tegenpartij per opzet in het midden wordt gelaten. Blanco flowt en speelt met intonatie zoals alleen hij dat kan. Hij bezweert en schept als vanouds op over zijn fysieke bekwaamheid, waarbij Woodkids diepe beats bijdragen aan een seksuele geladenheid. Een ronduit geil nummer, en het is net dat waarvan het album er tekort heeft.

Hoewel Mykki muzikaal en rap-technisch een stap voorwaarts betekent op de voorafgaande EP’s, boet het over de hele lijn in aan robuustheid en opwinding. Dat valt te kaderen binnen de omstandigheden, al komt deze rapper simpelweg minder tot zijn recht als een onzeker, worstelend wezen. Die paar momenten waarin hij vrank en aanmatigend tekeer gaat, roepen de ultieme hoop op dat hij zijn trauma’s snel overwint.

Mykki Blanco speelt op 12/11 op Sonic City in De Kreun, Kortrijk.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

negentien − zestien =