The Red Krayola with Art & Language :: Baby And Child Care

Al sinds de jaren negentig is label Drag City bezig met een herwaardering van The Red Krayola. Aanvankelijk was dat door het opnieuw beschikbaar maken van moeilijk te vinden platen, maar deze keer gaat het om een nooit eerder uitgebracht album, waarop de conceptuele gekte van Mayo Thompson & co. helemaal door het dak schoot.

Even een stapje terug in de tijd. The Red Krayola (in het begin Crayola) hield er nooit een echt productieve of consistente carrière op na. Misschien wat jammer, want de band was samen met onder meer The Silver Apples en The Velvet Underground een van de meest baanbrekende bands van de late jaren zestig en wegbereider voor generaties bands die we onderbrengen in het voor de rest weinig betekenende label ‘experimenteel’. In de tweede helft van het vorige decennium leverde het nog een paar fijne releases op, maar sinds Five American Portraits (2010) is het weer stil rond de band.

Die laatste release was trouwens al de vijfde samenwerking met Art & Language, een kunstenaarscollectief dat zich de voorbije decennia vooral heeft toegelegd op conceptuele ideeën. In de jaren tachtig werkte The Red Krayola ook een paar keer met hen samen, wat leidde tot Kangaroo? (1981) en Black Snakes (1983), albums die intussen zo zeldzaam geworden zijn als een deux chevauxtje in de Vlaamse straten. Nu komt daar dus Baby And Child Care bij, dat al opgenomen werd in 1984 en … Eigenlijk wordt het snel duidelijk waarom het 32 jaar duurde voor we dat te horen kregen.

Het concept achter het album is immers behoorlijk ridicuul: pluk een resem teksten uit het klassieke boekwerk The Common Sense Book Of Baby And Child Care (1946!) van de legendarische pediater Dr. Benjamin Spock (dat is dan de taak van Art & Language) en zet die vervolgens op een resem liedjes (The Red Krayola). Inderdaad: Thompson en co. geven hier advies aan kleuterouders, vertellen wat er door de hoofden van kinderen schiet en maken ma en pa duidelijk dat twijfel en onmacht tijdens het opvoedingsproces doodnormaal zijn. Lichtjes hallucinant in combinatie met deze muziek.

Niet dat die zo tegendraads is. In 1984 bevond The Red Krayola zich op het kruispunt van dubby pop, funky postpunk en arty wave-met-weerhaakjes. Denk The Raincoats, denk Au Pairs en denk vooral Pere Ubu. Die laatste vergelijking is natuurlijk cruciaal. Thompson was een paar jaar voor die opnames lid van Pere Ubu en zijn ex-collega Allen Ravestine heeft een bepalende invloed op het geluid van Baby And Child Care, dat voortdurend opgesmukt wordt door zijn schrille sax en ruisende, zeurende en huilende synthgolven. In combinatie met de ultracleane, levendige gitaarlijnen en de hechte ritmesectie, leidt het tot een verrassend frisse, poppy plaat. Maar dus niet altijd een goeie.

Al begint het met “The Tone Of Your Voice: Be Firm, Don’t Shout” nog veelbelovend. De zwalpende gang en Thompsons nonchalante, lichtjes atonale voordracht (die wat herinnert aan Richard Hell in poëziemodus) zijn op het randje, maar de snerpende sopraansax en synth van Ravenstine herinneren een beetje aan de Pere Ubu van Dub Housing, al mist Thompson de neurotische bezetenheid van David Thomas. Pieken gebeurt meteen erna met “No! No! No! Trust Yourself”, dat het midden probeert te vinden tussen Zappa, Ween en The Meat Puppets, met onweerstaanbare ongein en gekapte gitaar. En zo zijn er nog wel een paar die meerdere beluisteringen doorstaan: de plastieken exotica van “Strong Romance” werkt, ook al hoor je hoe Thompson krampachtig z’n teksten probeert in te delen. “Make Believe In Moderation” is een geslaagde, dansbare pastiche met jazzy zijspoortje en “Little Doubts” is een stukje neurotisch gezwans dat opgeluisterd wordt met lullig handengeklap. Opnieuw: dat wérkt.

Maar niet altijd. “Parents Get Cross” is het soort richtingloos geneuzel dat een mens alle opvoedingsvoorschriften overboord wil doen gooien en “Why We Need Idealistic Children” is helaas lang niet zo goed als die titel suggereert. Bovendien kan je je niet van de indruk ontdoen dat het album, ondanks z’n vrij beknopte lengte, uitverteld is voor het slotduo eraan komt. Als EP had dit met wat goede wil een voltreffer kunnen zijn. Nu is het echter een plaat waar je eens goed mee kan lachen als er een andere melomaan over de vloer komt, maar die vooral blijft steken in de Geinig idee, maar …-hoek van onze platenkast. En het moet er even uit: verdomme, wat een kuthoes.

/

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

16 + vijf =