Waclaw Zimpel :: Lines – Green Light – Saagara

Trance en minimalisme zijn tegenwoordig vaste kost in het oeuvre van Waclaw Zimpel. Dat blijkt althans uit drie recente releases, waarop de Poolse klarinettist zich vastbijt in het repetitieve werk en daarmee ver verwijderd blijft van de freejazz waarmee hij de concurrentie enkele jaren geleden praktisch in de vernieling reed.

Met de projecten HERA en Undivided leek Zimpel (1983) de jazzwereld nog niet zo lang geleden stormenderhand te gaan veroveren. Uit het niets kwam deze jonge Pool op de proppen met spiritueel geladen freejazz, waarin emotie en ratio elkaar in evenwicht hielden en zodoende de Amerikaanse en Europese muzikale tradities op een handvol platen op hoogst originele wijze wist te combineren. Het was idiosyncratische muziek die honger en verlangen uitstraalde, maar bovenal ook torenhoge ambitie. Desondanks ging Zimpel zijn aandacht al snel verdelen over andere genres en stijlen, hoewel hij actief bleef in Ken Vandermarks Resonance Ensemble en Mars Williams’ Switchback. Met zijn kwartet bracht hij bijvoorbeeld meer ingetogen jazzwerk op het album Stone Fog (For Tune, 2013), terwijl hij op het fascinerende Nature Moves (For Tune, 2014), opgenomen met het achtkoppige To Tu Ensemble, de invloed van minimal music voor het eerst liet doorwerken. Op Green Light en zijn eerste soloplaat Lines dringt deze invloed plots tot in de diepste vezels door.

Waclaw Zimpel :: Lines

Wat soloplaten betreft, was het bij Zimpel niet zozeer de vraag of hij er ooit eentje zou maken, maar wel wanneer. In het hedendaagse jazz- en improvisatiecircuit is het nu eenmaal een courante praktijk – zeker bij rietblazers – en vaak zorgt een solorelease ook voor wat extrageloofwaardigheid. Het weerhoudt Zimpel er echter niet van om enkele conventies aan zijn laars te lappen. “Solo” is een begrip dat door hem erg breed wordt ingevuld, want Lines is in se één grote legpuzzel van overdubs. Patronen worden gecombineerd, lijnen van verschillende instrumenten over elkaar geschoven. Op die manier komt hij tot meerstemmige composities die hij volledig zelf inspeelde, laag na laag en met een divers instrumentarium.

Ook de stilistische keuze is opmerkelijk. Minimalisme is de kapstok waaraan Zimpel zijn composities ophangt en wat dat betreft drukt hij zijn luisteraars meteen met de neus op de feiten. In “Alupa – Pappa” wordt een eenzaam orgelpatroon (Zimpel speelt niet alleen klarinetten, maar ook orgels, Fender Rhodes en de Aziatische khene) steeds verder aangedikt met nieuwe laagjes, die zich ritmisch in elkaar schragen tot het geluidsbeeld met haar steeds wijzigende harmonieën potdicht zit. Het siert hem wel dat hij op deze manier erg transparant te werk gaat. Je hoort de verschillende elementen stuk voor stuk hun intrede doen, een beetje zoals de introductie van personages in een roman. Ook de titeltrack is een festijn voor de minimalliefhebber, maar hier zijn de bewegingen iets complexer. De basis wordt gelegd met een pulserende partij van de khene (een soort mondorgel van bamboepijpen), waar Zimpel diverse klarinetlijnen omheen weeft, waaronder een diepe baspartij en enkele heerlijk schurende erupties.

Een korte canon zorgt in het midden van de plaat voor een dromerig hoogtepunt. “Deo Gratias” is een motet van de 15de-eeuwse componist Johannes Ockeghem en wordt hier door Zimpel op magistrale wijze gereconstrueerd, met de klarinetten alweer in een hoofdrol. Minstens even indrukwekkend is “Breathing Etude”, waarin lange, soms erg schelle klarinetklanken worden gecombineerd en de trillingen van de verschillende frequenties nadrukkelijk tegen elkaar aanbotsen. Op die manier vindt de jonge Pool telkens weer interessante invalshoeken om zijn muziek te presenteren, hoewel de plaat zonder meer als een coherent statement kan gelden.

Ziporyn / Zimpel / Zemler / Riley :: Green Light

Op de kwartetplaat Green Light zet de invloed van de minimal music zich nog wat verder en bevindt Zimpel zich in het gezelschap van enkele opmerkelijke figuren, waaronder de Amerikaanse gitarist Gyan Riley (zoon van componist Terry Riley, die met een “In C” een sleutelwerk in het genre componeerde) en zijn landgenoot Evan Ziporyn, als klarinettist onder meer ooit deel uitmakend van het Steve Reich Ensemble. Die twee werken wel vaker samen – vooral dan in het trio Eviyan met de charismatische zangeres en violiste Iva Bittova – maar dit project met Zimpel en de Poolse percussionist Hubert Zemler is een primeur.

Opnieuw zijn daar de vertrouwde elementen: verschillende repetitieve partijen die als puzzelstukjes in elkaar passen en zo af en toe wonderlijke resultaten teweeg brengen. Die aanpak komt voor het eerst tot bloei in het meditatieve “Id Kiss Gale” – een compositie van Ziporyn -, waar de diepe tonen (van een grote xylofoon?) herinneringen aan gamelanmuziek oproepen. Wanneer de klarinetten van Zimpel en Ziporyn, en vervolgens ook het gitaarspel van Riley wat meer uitgesproken komen opzetten, ontstaat een prachtige carrousel van fonkelende melodieën. In “Dial-A-Cent” en “Tam-Zam” wordt een vergelijkbare strategie gehanteerd, maar dan wel met heel uiteenlopende resultaten. Terwijl het eerste stuk een beetje blijft hangen in de etude-sfeer, kent het andere een interessante ontwikkeling, met zeker in de tweede helft een leuke pot knetterende ensemblemuziek.

Het kwartet trekt het muzikale veld heel wat breder open in het hevige “Chemical Wood”, waar de strakke ritmes worden losgelaten en de muzikanten zich meer gaan beroepen op hun capaciteiten als improvisator. Een andere soort expressiviteit doet haar intrede, maar het bezwerende en repetitieve karakter worden vooral dankzij de korte motiefjes van de blazers behouden. Ziporyn en Zimpel mogen zich solistisch een zeldzame keer tonen in het stiekem naar flamenco neigende “Melismantra” en zorgen vlak daarna voor een mooi slotakkoord in het hemelse “Gupta Gamina”, waar ze dartel dansen binnen de magische sfeer gecreëerd door de akkoorden van Riley en de eenvoudige maataanduidingen van Zemler.

Saagara :: Saagara

Minder minimaal, maar minstens even bezwerend en repetitief is de plaat die Zimpel opnam met een Karnatisch muziekensemble uit India, waarmee hij naar eigen zeggen het werk verderzet dat hij met HERA was aangevat: op zoek gaan naar de roots van muzikale improvisatie. Voor dit project verdiepte Zimpel zich geruime tijd in de Indische klassieke muziek en studeerde hij onder verschillende goeroes. Vervolgens componeerde hij een enkele nieuwe stukken die hij samen met een groep lokale muzikanten op cd zette. Al snel komen we daar opnieuw de compositie “Gupta Gamina” van op Green Light tegen, met haar meeslepende thema gekenmerkt door enkele opmerkelijke glissandi. Net als de titeltrack van Zimpels soloplaat krijgt het op Saagara een aparte bewerking, waarmee duidelijk wordt dat deze drie albums allemaal zijn ontstaan in eenzelfde creatieve periode. Het overwicht van de Karnatische muzikanten (een klassieke Indische muziekstijl uit het zuiden van het land) zorgt hier evenwel wel voor een aparte toets met percussie-instrumenten als de ghatam en de kanjira, en uiteraard ook de viool.

Zimpel maakt er wel duidelijk zijn muziek van en verrijkt de traditionele Indische sound met zijn typerende klarinetpartijen, wat onder meer in “Avega” voor leuke momenten zorgt wanneer de Pool improviseert bovenop de stuwende percussie. “Shikara” kent een gelijkaardig verloop met een afwisseling tussen vurig ensemblewerk en solo’s, die aantonen dat Zimpel gul is voor zijn medemuzikanten door ze voldoende ruimte te geven om hun persoonlijk verhaal te vertellen. Het doet wel eens onwillekeurig denken aan Shakti, het bekende fusionproject van John McLaughlin uit de jaren ’70, maar dan gelukkig zonder die vervelende focus op techniek en blinde virtuositeit. Daar blijkt Zimpel hoegenaamd niet in geïnteresseerd, getuige ook het vredige “Ya Maru”, dat na een open begin (het lijkt wat op een raga) pas goed op dreef raakt dankzij een lang unisono-thema door de melodie-instrumenten klarinet en viool.

Ook op deze laatste plaat dus geen spoor van freejazz, maar hebben we die dan gemist? Nauwelijks. Zimpel weet ons ook het hof te maken met heel andere muzikale uitingsvormen en schippert zo vlotjes heen en weer tussen jazz, wereldmuziek en hedendaags klassiek. Het kan dus geen kwaad deze 32-jarige Pool het vertrouwen te geven en zelfs blindelings te volgen, waarheen hij de komende jaren ook nog mag dwalen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

2 × twee =