Cannibales & Vahinés: Songs For A Free Body :: The And: The And

Wanneer er wordt geschreven over G.W. Sok, gaat het doorgaans ook over de band die hij mee oprichtte en waarvan hij dertig jaar deel uitmaakte. Dat is normaal, zo’n nalatenschap gom je immers niet weg als een korte zijstap, maar het leidt misschien ook wat vaak de aandacht af van wat er sindsdien gaande is. En dat is niet minder dan imposant, getuige de knappe releases die de man aan elkaar blijft rijgen met allerhande bands en projecten (om nog maar te zwijgen van z’n concertritme). Op de valreep verschenen er nog een paar in 2015.

N.O.W.H.E.R.E. van Cannibales & Vahinés werd een van onze favorieten van 2012, maar die stunt werd ook nog eens herhaald met Different Drummer (2013) én Songs For The Golden Hour (2014) van King Champion Sounds, terwijl er ook nog samenwerkingen waren met onder meer Two Pin Din (volk dat ooit grote sier maakte met Dog Faced Hermans en Nomeansno) en het Britse kabaalcollectief Action Beat. Het einde van 2015 werd dan weer opgefleurd door nieuw werk met Filiamotsa, Cannibales & Vahinés en het daaruit ontstane The And.

Was N.O.W.H.E.R.E. al een machtige vrijbuitersoefening op de wip tussen avant-rock, freejazz-skronk en poëzie, dan zet Songs For A Free Body die evolutie verder met een coherente en misschien iets meer rockgerichte koers. Maar de samenwerking met gitarist Nicolas Lafourest, baritonsaxofonist Marc Démereau en drummer Fabien Duscombs slaat opnieuw gensters in een zone vol spannend gewring, politiek geladen vuur en regelmatig in een machtige kramp schietende bijna-herrie. Heeft de olijke hoesfoto nog iets van een herinnering aan een familievakantie uit de oude doos, dan is de indruk die achteraf nazindert van een andere orde. Zelfs de meer vrijblijvende of minder giftige mijmeringen van Sok worden vaak verpakt in een onwennige, soms haast dystopische dreiging.

Sok observeert en registreert, en terwijl dat in het verrassend luchtig dobberende “City Of Shades” (een ode aan het zo vaak bezochte Parijs?) leidt tot een trance-ervaring in de schaduwen van de Stad van het Licht, is de toon elders heel wat minder geruststellend. In opener “Whatever” luidt het al “(…) hell is all around me / not just inside my head”, terwijl het in het traag wentelende “Old Oak Tree”, dat zich aanvankelijk lijkt te ontvouwen als een herinnering door de ogen van een minderjarige Sok, vergezeld wordt door wapens en vlaggen, en hoop die, net als de muziek aan het einde, steeds meer gaat oplossen. Dat die muziek zich niet zomaar aan banden laat leggen, is ook al zo’n troef, waardoor engagement, schijnbaar triviale stukjes (“The Bus Is Late”) en cultuurkritiek vorm krijgen in songs die variëren van schijnbare luchtigheid tot wild kronkelende gifspetters.

Zo heeft “Goghsuckers”, dat vertrekt vanuit Van Goghs De aardappeleters, even iets van een biografie van de schilder, maar krijgt het een wrange wending, opnieuw ook gespiegeld door de muziek, wanneer Sok sarcastisch inhakt op de instituties die staan te trappelen om kunst in poen om te zetten (“It’s three cheers / for the Embarrassors of Good Taste / who can’t see talent / even when it smacks them in the face”). Het kafkaëske “Mirror Man” met z’n sloom kringelende gitaarlijnen en droge voordracht, wordt dan weer opgeschrikt door abrupt scheurende erupties.

Twee van de sterkste stukken, waarvoor de band zich liet inspireren door eerder bestaand materiaal, vormen een machtige tandem aan het einde van het album. “Murder Poets”, waarin een vertaling verwerkt is van “Les poètes” van de politiek actieve chansonnier Leo Ferré, is de meest indringende combinatie van woord en muziek, met een genadeloos doordrammend motief en een onophoudelijk groeiende intensiteit. Voor “Zavod” werd dan weer gebruikt gemaakt van Rudyard Kiplings gedicht “The Secret Of Machines” en componist Alexander Mosolovs suite Steel (waar “Zavod” deel van uitmaakte). Het resultaat is, net als “Symfonie voor machines” van The Ex, waarvoor ook inspiratie opgedaan werd bij Mosolow, een denderende dissectie van moderne technologie, met een mechanisch draaiende urgentie.

Songs For A Free Body is in deze tijden van prefabpop en gimmickkunst zowat een aberratie, maar ook een enorm frisse wind. Het is een overtuigend huwelijk van gefocust engagement en genrevermenging, van muziek en woord, van intelligentie en urgentie. Een tweede voltreffer voor het kwartet, dat zich profileert als een van de boeiendste bands uit deze contreien. Het is dan ook te hopen dat ze elkaar nog eens tegen het lijf lopen, ergens tussen Frankrijk en Nederland.

Voor de liefhebbers verscheen eerder in 2015 trouwens al een 7”-single. Die bevatte het vooruitgeschoven “Mirror Man”, met nog een overblijvertje uit de N.O.W.H.E.R.E-sessies. “November Night” gaat van start als een stukje poëzie met muzikale ondersteuning, maar ontpopt zich tot een steeds rauwer en intenser wordende martelgang met delirisch toeterende sopraansax. Muzikaal eigenlijk oersimpel, maar wel efficiënt. Opmerkelijk is ook dat de tekst geïnspireerd is op de eerste pagina van Willem Elsschots klassieker Het Dwaallicht.

Sok en Lafourest houden er ook nog een duo op na, The And. Op hun titelloze 10” presenteren ze zes songs, samen goed voor een half uurtje, die een echte back to basics-beweging laten horen. De stijl van Sok wijzigt niet echt, maar voor Lafourest wordt de speelzone een stuk nauwer en gestroomlijnder dan bij Cannibales & Vahinés. De lawaaierige excursies zijn grotendeels verdwenen en hebben plaats gemaakt voor een meer klassieke begeleiding, met hier en daar een extra laagje of vervlochten motief. Daardoor sluit het nauwer aan bij een singer-songwriter- en folktraditie dan bij de hoekige avant-rock van Cannibales & Vahinés. Opvallender is echter het materiaal dat gebruikt wordt, want het duo zocht inspiratie bij een paar illustere voorbeelden.

Weliswaar is dat vooral tekstueel, want de muziek blijft van The And. Zo wordt geopend met “Rock ‘n’ Roll Suicide”, de afsluiter op Bowie’s Ziggy Stardust. Ogenschijnlijk verrassend, maar het origineel werd destijds ook al geroemd omdat het aansloot bij een traditie – die van het Franse chanson – die ook voor Sok geen onbekende is. Muzikaal blijft het bij een zachtaardige gitaarbegeleiding. Iets opvallender is hun versie van Captain Beefhearts “Love Lies”, een stuk uit meesterwerk Shiny Beast. Uit een periode dat Van Vliet tekstueel al minder sterk de absurde toer opging, maar niettemin verrassend in z’n poëtische en indringende eenvoud. Met terugkerende lijnen als “Streetlamps flutter like fireflies / I wish I hadn’t told you all of those love lies” en een hunkerende hartkreet als “Where would you go, at this hour?”, is het, zeker samen met die gedubbelde gitaarlijn, een song met een verassende impact.

Dylans “Masters Of War”, nog altijd een van de meest pakkende en venijnige anti-oorlogssongs (“And I hope that you die / and your death’ll come soon / I will follow your casket / in the pale afternoon”), is na meer dan een halve eeuw nog altijd een relevant, zelfs in de ingetogen momenten, als het haast een busker-moment lijkt, een ziedende, verontwaardigde aanklacht. Met “Stroo” wordt dan weer naar binnen gekeerd. De tekst werd eerder al gebruikt door De Kift, maar werd ontleend aan de betreurde dichter Jan Arends, die jarenlang worstelde met psychische problemen en wiens werk nog altijd blijft inspireren.

Ten slotte zijn er nog twee songs waarvoor de teksten en muziek van The And zelf zijn, al werd voor “Around The Corner” inspiratie opgedaan bij Joy Divisions “Atmosphere”. De iele synths van het origineel zijn de afwezige, maar het blijft ook nu een grauwe, ongemakkelijke song. Het van een lange intro voorziene “Writer’s Blog” voelt ten slotte aan als een koortsdroom. En ook The And bracht een 7”-single uit, met daarop een Engelstalige versie van “Stroo” (“Straw”), en een tot op het bot uitgeklede versie van “Town Of Stone”, eerder verschenen op Dizzy Spells (2001) van The Ex. Ze bevestigen de indruk die ook heerst op de ep: eentje van gelooide, spartaanse ambacht. Tekstueel blijft het allemaal de moeite, want Soks teksten blijven ook overeind zonder muziek (haal daarvoor gerust ook A Mix of Bricks & Valentines, 400 pagina’s teksten, in huis). Muzikaal zullen de liefhebbers van het experiment misschien op hun honger blijven zitten, maar het strekt de muzikanten tot eer dat ze ook de meer vertrouwde gebieden verkennen.

Alle releases zijn te beluisteren/kopen via de Bandcamp-pagina van G.W. Sok en de webshop van The Ex.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twaalf − 6 =