Bazart :: Bazart (EP)

Stelling: een taal is geen genre. Bewijs: Bazart.

Weet je nog de laatste keer dat je een song van pakweg Jonas Winterland op Studio Brussel hoorde? Nee? Wellicht niet, nee. Naar verluidt past zoiets namelijk niet in het zenderprofiel. Melige melkmuilen à la James Blunt, tot daar aan toe, maar een singer-songwriter in het Nederlands? Nee, dank u. Het is een opmerkelijke eigenaardigheid van ons taalgebied dat je als artiest over een aantal extra hordes moet springen als je in je moedertaal zingt. Zo komen je platen al haast automatisch in het rek met Nederlandstalige muziek terecht, alsof dat een genre op zich zou zijn. Zo bevind je je meteen ook in het illustere gezelschap van Luc Steeno, André Hazes en K3. In de buurt van dat rek wil een beetje serieuze muziekliefhebber nog niet dood worden teruggevonden. En zelfs als je toch door de popwereld wordt opgepikt, dan nog is de kans heel groot dat mensen zich zo hard op de teksten gaan concentreren dat ze je muzikale kwaliteiten amper opmerken. Neem nu die zinderende instrumentale passage in Raymond van het Groenewouds “Twee meisjes”, waarin een gitaarsolo de boel in lichterlaaie zet. Herinnert u zich die? Ook al niet? Quod erat demonstrandum.

Bazart wordt in de promotekst beschreven als “allesbehalve een doorsnee Nederlandstalige band”, en iets verderop als “Engelstalige muziek maar dan in het Nederlands”. De band is zich dus duidelijk ten volle bewust van de risico’s. Het getuigt dan ook van enige durf dat het vijftal zijn openingssong (en eerste single) “Tunnels” na enig ge-aahaah meteen inzet met de woorden “helemaal alleen”. Wie niet beter weet heeft nu al de vinger op de skipknop. Maar stop! Schijn bedriegt! Terwijl jij nog op de tekst zit te letten, sluipt een handvol spaarzame beats de song binnen, en voor je het goed en wel beseft, zit je met een brede grijns te luisteren naar een perfect electropoprefrein: aanstekelijke beats, driestemmige zangharmonieën en zwellende synthetische strijkers. Ook het tweede nummer, “Goud”, is een pareltje. De beats zijn hier iets energieker geworden, waardoor het nummer zonder blozen naast de machinaal funky technopop van Radioheads Kid A kan staan.

De tekst, die is ondertussen net zo belangrijk geworden als in de Engelse liedjes waar je normaal naar luistert: leuk voor mensen die er op letten, maar voor de rest gewoon een onderdeel van de song, niet meer of minder belangrijk dan de overige partijen. Dat betekent overigens niet dat de teksten niet goed zijn. Zanger Mathieu Terryn houdt zich uitstekend aan het principe “show, don’t tell” – met de juiste woorden en klanken een gevoel oproepen in plaats van je gewoon te zeggen welke emotie je verondersteld wordt te voelen. En de refreinen, wel, de refreinen haken zich als velcro in je hoofd vast. Neem nu “Koortsdroom”, de soundtrack voor het moment waarop je beseft dat je naar huis moet en halfwakker doorheen een slow-motiondiscotheek stapt, terwijl meewarige gitaren de ochtendlijke tristesse bezingen. Het refrein blijft harder plakken dan de dansvloer rond die tijd van de nacht: “Niemand weet hoe laat het is/Totdat ik weer een afspraak mis/Ze denken dat ik alles kan/Maar ik ben nog veel meer van plan”. Ook in het vierde nummer, “Zienderogen”, is het refrein een instant meezinger, waardoor je haast niet merkt dat er zich ondertussen stiekem een waar muzikaal epos ontwikkelt – denk DJ Shadow, maar denk ook een heel orkest. Of denk in het vervolg misschien Bazart, dat is een stuk makkelijker.

Kijk bij je volgende bezoek aan de platenzaak dus eens goed om je heen, en als niemand het in de smiezen heeft, loop dan snel langs het rek “Nederlandstalig”. Met een beetje geluk ligt de B van Bazart zelfs vlak naast het jazz- of bluesrek. En als je daarna thuis komt, luister dan ook nog eens naar Raymond, wil je?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

17 − 2 =