Baio :: The Names

Hij is bassist bij Vampire Weekend en in zijn vrije tijd houdt hij van dj’en, maar bovenal wil hij als producer aan de bak. Is Baio’s solodebuut een open sollicitatie bij de platenbonzen, of toch een verwarrende poging om een nieuw publiek aan te spreken?

Chris Baio is met The Names in elk geval niet aan zijn proefstuk toe: hij bracht al drie EP’s uit, al staan daarop vooral dancetracks die weinig gemeen hebben met het geluid van Vampire Weekend. Op zijn eerste langspeler durft hij ook de microfoon al eens ter hand nemen, waardoor het album meer echte songs bevat. Niet dat hij daarmee resoluut voor indiepop kiest, want dat zou te simpel zijn.

In een recent interview met enola verklaarde Baio zijn bedoelingen met deze eerste solo-LP: een combinatie van instrumentale tracks en popsongs maken die naadloos op elkaar kunnen aansluiten. En het dient gezegd dat The Names een mooie, homogene sound heeft die ervoor zorgt dat het album zonder al te veel erg van nerveuze techno in dromerige indiepop verglijdt. Een met krautritmes doorspekt dansnummer als “All The Idiots” kan op die manier zonder blozen naast de aanstekelijke zanglijnen van “Needs” staan. De onderlinge verscheidenheid van de nummers maakt duidelijk dat Baio bij het schrijven alvast niet kampte met een gebrek aan ideeën.

Tegelijkertijd moet de aandachtige luisteraar opmerken dat het album in een ongemakkelijke spreidstand uit elkaar dreigt te schuiven. Laten de titeltrack en de leuke single “Sister Of Pearl” een begaafde songwriter horen die poppy strofes en radiovriendelijke refreinen met elkaar afwisselt, dan is er ook Baio de hobby-dj die repetitieve motiefjes met elkaar combineert en nummers als “Brainwash yyrr Face” of “Scarlett” zo naar een subtiel hoogtepunt probeert te stuwen. Door die dubbele aanpak lijkt het album als geheel slechts overeind te blijven dankzij de productie: de hoge pianoakkoordjes, pingelende gitaren en speelse baslijnen vormen zowat de enige constante op een plaat die muzikaal gezien alle kanten op gaat.

Het eigenzinnige “I Was Born In A Marathon” is het beste voorbeeld van zowel de sterktes als de tekortkomingen van The Names: het nummer begint met een uptempo ritmetrack die al snel vergezeld wordt van een lekker dansbare bas. Met een ijle synthesizer, subtiele gitaar en bijna grappige zangsample mikt Baio vervolgens op de benen, om de song na twee minuten plots volledig te doen stilvallen. Langzaam manifesteert dezelfde gitaar zich opnieuw, waarna een ingetogen strofe volgt die zowaar naar folk neigt. Het is een interessante dynamiek om vanop een afstand te volgen, maar de loutere nevenschikking van de niet-geïntegreerde onderdelen begint na enkele luisterbeurten toch een beetje artificieel aan te voelen.

Het zou nochtans jammer zijn om Baio’s solodebuut af te doen als een loutere oefening in productie, want de man weet wel degelijk hoe hij leuke songs moet schrijven. Dat maken nummers als “Sister Of Pearl” en “Needs” meer dan duidelijk — de nauwelijks verhulde Vampire Weekend-invloeden nemen we er dan graag bij. Het probleem is dat de man zich niet alleen als songwriter, maar ook als dj en producer wil profileren, waardoor het publiek een beetje verward achterblijft. Ach wat, ondertussen kan Baio zijn cv toch weer wat verder aanvullen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 × 3 =