Steve Von Till :: A Life Unto Itself

“Coyotes call in a dark wood / I could have sworn they called my name.” Met die openingszinnen laat Steve Von Till er geen twijfel over bestaan: ook zijn nieuwste soloalbum A Life Unto Itself bestaat weer uit zwart en schakeringen van donkergrijs.

In het dagelijks leven is Von Till onderwijzer op een lagere school in zijn woonplaats in de afgelegen bergstaat Idaho. Maar als muzikant, of het nu bij de stoner/doom-metal van het invloedrijke Neurosis — waarmee hij er net een tournee ter ere van hun dertigjarig bestaan op zitten heeft — of de ambient folk van dat andere nevenproject Harvestman is, brengt hij muziek die de donkere kanten van het bestaan opzoekt. Het verschil met zijn platen onder eigen naam, waarvan A Life Unto Itself ondertussen het vierde deel is en het eerste sinds het ondertussen al uit 2008 daterende A Grave Is A Grim Horse, is dat hij hierop muzikaal een uitgebeende versie van folkmuziek brengt. Geen bruut lawaai, maar ingetogen spanning. Tel daarbij zijn korrelige, loodzware misthoorn van een stem en dan is die andere lachebek Mark Lanegan ten tijde van pakweg Scraps At Midnight het meest vanzelfsprekende referentiepunt.

Muzikaal sluit A Life Unto Itself nauw aan bij zijn voorgangers. Duistere, afgekloofde folk die de sfeer oproept van duistere en onherbergzame wouden, donkere nachten vol dreiging en een allesoverheersende weemoed. Een soundtrack bij het onheilspellende pad naar het vagevuur. Met een minimum aan middelen slaagt Von Till er perfect in om die sfeer het hele album vol te houden. Met amper zeven songs verspreid over 45 minuten neemt Von Till zeker zijn tijd. Daarnaast is er nog de spaarzame invulling van de songs — buiten Von Till’s gitaar de ene keer met viool, maar een andere keer evengoed met pedal steel, percussie of synthesizer — en het gebrek aan opvallende melodieën. Dat maakt dat het geen album is dat makkelijk behapbaar is, maar het soort muziek waarvoor een mens zijn tijd moet nemen. Bij voorkeur in het midden van de nacht, bij guur tempeestend herfstweer. Dat spreekt voor zich.

Ondanks de stilistische eenheid van het album, blijken de verschillende songs bij nadere beluistering elk hun eigen accenten te leggen. Zijn het op openingssong “In Your Wings” nog de vervaarlijke en sombere klanken van de viool van Eyvind Kang (John Zorn, Bill Frisell) die het nummer zijn authenticiteit bezorgen, dan roept de pedal steel van Jay Kardong die door het titelnummer “A Life Unto Itself” zweeft de post-apocalyptische sfeer van Cormac McCarthy’s The Road op. Op “A Language of Blood”, zowat het meest rockende liedje op het album — al moet u ook dat met een paar korrels zout nemen — zorgt de draailier voor een drone-achtige begeleiding. In “Night Of The Moon” — gebaseerd op werk van de 19de-eeuwse Duitse romantische dichter Joseph Freiherr von Eichendorff — zorgt een synthesizer voor een dreigend, repetitief ritme waarbij de gitaar op het einde voor een zwaarmoedige, verdoemde sfeer zorgt. Of “Chasing Ghosts”, waar Von Till plaatsneemt achter de piano.

Dan is er nog de prachtsong “Birch Bark Box” die heen en weer slingert tussen kalme passages met eenvoudig gitaargetokkel, tot episch uitwaaiende minimalistische gitaarwolken. Afsluiter “Known But Not Named” is ook weer zo’n soort donkere mis, waar een galmende en sinistere sfeer hangt, met Von Till die als een volleerde lijkbidder de tekst declameert om zijn demonen uit te drijven. “”My life had not been my own / Since I gave the reins to fear and pain / And traded joy for madness”.

Met A Life Unto Itself levert Steve von Till weer een ijzersterk werkstuk af. Net zoals op zijn voorgaande soloalbums krijgen we ook hier weer een album waarop Von Till als een grootmeester een ondoorgrondelijke, naargeestige sfeer weet te scheppen. Het soort plaat dat nog door je hoofd blijft spoken als de laatste noot al lang uitgestorven is. Muziek als loutering voor de ziel.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

negen − zeven =