Yo La Tengo :: Stuff Like That There

Yo La Tengo, dit jaar dertig jaar actief, was eigenlijk al goed bezig toen in 1990, na drie albums vol steeds eigenzinniger gitaarrock, coveralbum Fakebook verscheen. Toch betekende het een kleine doorbraak en zou het sporen nalaten in de latere carrière van de band uit Hoboken, New Jersey. Nu, een kwarteeuw later, krijgt die cultklassieker een vervolg. Een brokje nostalgie?

Met al die verjaardagen zou je kunnen gaan denken dat de band in een nostalgische fase zit (zeker met die prachtige heruitgave van Painful van vorig jaar in het achterhoofd), maar in het verleden duiken via de platencollectie heeft altijd al in het DNA van Yo La Tengo gezeten. Die onvoorwaardelijke melomanie is ongetwijfeld ook een van de belangrijkste redenen waarom de band aan het hart gedrukt wordt door zo’n gevarieerd en loyaal publiek. Weinig bands lopen zo fier te koop met hun invloeden en weinig bands hebben er ook zo veel.

Wie doorheen de jaren oplette, kreeg immers een karrenvracht covers over zich heen, een traditie die al begon met hun eerste 7” single, die als B-kantje een versie van Loves “A House Is Not A Motel” kreeg. Daarna bleven die covers maar opduiken. Songs van Richard Thompson en The Velvet Underground, maar ook The Beach Boys en Sun Ra. En dan was er Fakebook, met eigen songs en prachtige bewerkingen van onder meer John Cale, Daniel Johnston en The Kinks. Er volgden talloze uitlopers: de band haalde in een radiostudio talloze obscure songs door de mangel, bracht onder het pseudoniem The Condo Fucks een lo-fi/garage-variant uit (Fuckbook), bleef die liefde voor obscure en minder obscure parels delen.

Maar nu is er dus Stuff Like That There, dat exact hetzelfde stramien volgt als de voorganger uit 1990: twee nieuwe nummers, drie bewerkingen van eigen songs en negen covers. Daar zitten een paar klassiekers bij, maar vooral veel spul uit de plooien van de geschiedenis. En nagenoeg alles krijgt hier een introverte of zacht-zwierige bewerking, met schuifelende ritmes, een combinatie van akoestische en elektrische gitaar (oud-lid Dave Schramm zorgt voor de nodige twang) en lome contrabaspartijen van James McNew. Het bevat weinig energie en is al helemaal niks om op te dansen (alhoewel, tegeldraaien is een optie), maar mooi en dromerig is het wel.

Goed nieuws: de nieuwe songs zijn erg knap. Het jazzy trippelende “Rickety” laat horen waarom de softe gedaante van de band al net zo intrigeert als de met feedback rotzooiende, met aaibaar gemijmer, schimmige gitaar en gefluisterde zang. “Awhileaway” is zachtjes kabbelende folk met huilende gitaar, delicaat als een toevertrouwd geheimpje. Bij de bewerkingen opnieuw twee pareltjes: “All Your Secrets” (uit Popular Songs) is hier een ontroerend stukje melancholische folkpop, “The Ballad Of Red Buckets” (uit Electr-o-pura) doet het net als “Rickety” met een repetitieve baslijn en fraai vlechtwerk van akoestische en elektrische gitaar. “Deeper Into Movies”, een sleutelsong op klassieker I Can Hear The Heart Beating As One, is iets minder overtuigend, kabbelt voorbij zonder veel impact.

Het zijn de covers die eigenlijk voor de variatie in stijl zorgen. “My Heart’s Not In It” (van ene Darlene McCrea uit 1964) en “I’m So Lonesome I Could Cry” (Hank Williams) zijn nu al klassieke YLT-covers. En gezongen door Georgia Hubley. Vijfenvijftig is ze intussen, maar ze zingt nog altijd als een onweerstaanbaar onschuldig muurbloempje, waardoor de Williams-cover bijna zo mooi is als die van Al Green. De drie songs van verwante bands Great Plains, Special Pillow en Antietam sluiten aan bij de schimmige en zachtjes rinkelende folkpop van de nieuwe nummers. Goed, maar niet zo veel fun als de songs van The Parliaments (de wiegende soulpop van “I Can Feel The Ice Melting”), Sun Ra’s Cosmic Rays (doo-wop (!) met “Somebody’s In Love”) of de geinige country van The Lovin’ Spoonful (“Butchie’s Tune”).

En dan is er nog die vooruitgeschoven versie van The Cures “Friday I’m In Love”, een brokje nazomer dat op gemengde reacties onthaald werd, maar wat ons betreft een van de charmantste songs op de plaat is. En ‘charmant’ is misschien ook wel het sleutelwoord voor Stuff Like That There. Yo La Tengo slaagt er opnieuw in om songs naar zijn hand te zetten op een respectvolle en instant herkenbare manier, maar de verrassing van vijfentwintig jaar geleden is natuurlijk afwezig. Het klinkt allemaal mooi, echt spul om bij weg te dromen op een luie nazomerdag, maar terwijl je door Fakebook ook meteen op zoek wilde gaan naar platen van The Flamin’ Groovies, NRBQ of John Cale, blijf je deze keer onderuitgezakt in de zetel hangen, tevreden met wat er is: een warm gloeiende, oprechte en goeie Yo La Tengo-plaat.

Yo La Tengo speelt op 24 oktober in de Paradiso (Amsterdam) en de dag erna in Het Depot (Leuven).

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

9 + 6 =