Yo La Tengo :: ”Een rockband oprichten is nooit een goede carrièrezet”

Met Fade zit Yo La Tengo al aan dertien full albums, een knap vervolg in een indrukwekkende carrière van bijna dertig jaar. In een Brussels café troffen we frontman Ira Kaplan aan, die op dat moment al betere dagen had gekend. Orkaan Sandy had namelijk net lelijk huisgehouden in Hoboken, waar het drietal van Yo La Tengo woont. De minzame Amerikaan liet het niet aan zijn hart komen en had het met ons onder meer over de nieuwe plaat, hun filmmuziek en hun liefdadigheidsprojecten.

enola: Op dit moment staan New Jersey en New York onder water. Ik hoop dat het goed gaat met je familie en vrienden …
Kaplan: “Het ziet ernaar uit. Ik heb mijn vrouw al kunnen bereiken en het lijkt erop dat iedereen veilig is. Er zal wellicht schade zijn aan het gebouw waarin we wonen, maar wijzelf hebben een appartement op de tweede verdieping, dus dat komt goed uit vandaag. In Hoboken mogen de mensen hun huis nog niet verlaten. Ik weet dat Georgia dit desondanks toch al heeft gedaan. Een vriend van ons in Hoboken heeft vreemd genoeg nog elektriciteit, dus ze is daarheen getrokken. Omdat het water op de straat nog altijd hoog staat, is er gevaar door rioleringen en elektrocutie.”

enola: Fade is een eerder rustig album geworden. Was je de luide gitaren beu geworden?
Kaplan:”Misschien wel. Ik had het eigenlijk zo nog niet bekeken. Dit is gewoon wat eruit gekomen is. Het openingsnummer, “Ohm”, is wel best luid. Maar hier zit zeker geen strategie achter. Het is niet onze gewoonte om op voorhand over de structuur of stijl van een plaat te denken. Behalve bij het Condo Fucks -album, maar zelfs dat was niet op voorhand gepland.”

enola: Je krijgt deze vraag wellicht voortdurend, maar wat maakt Fade anders dan jullie vorige platen?
Kaplan:”Dat is jouw job. Niet de mijne (lacht). Ik maak ze. De analyse is voor jullie. De grootste verandering voor ons was dat we na twintig jaar niet meer hebben samengewerkt met Roger Moutenot. We hebben dit album opgenomen met John McEntire. In plaats van naar Nashville te gaan, was het deze keer Chicago. Wat het ontstaansproces betreft zijn er weinig verschillen met de vorige platen. De songs zijn op dezelfde manier gegroeid: samenkomen, improviseren en jammen. We zijn voor deze plaat ook gaan aankloppen bij Jeff Parker, een fantastische gitarist. Maar de keuze voor John McEntire was eigenlijk de enige echt grote verandering.”

enola: Hoor je zijn invloed in deze plaat?
Kaplan:”Ik kan dat moeilijk zeggen. Al onze platen klinken anders voor mij. Zelfs de vijf of zes albums die we met Roger hebben opgenomen verschillen van elkaar. Ik twijfel er helemaal niet aan dat John een invloed heeft gehad op het geluid, al kan ik niet zeggen waar dat precies zit. Het is niet dat we op voorhand zijn samengekomen en hebben gepraat over de specifieke werkwijze.”

enola: Je hebt je openingsnummer “Ohm” genoemd. Ben je wat thuis in de fysica of had je gewoon zin om een leuk woord te gebruiken?
Kaplan:”(lacht)Het tweede vrees ik. Tja, een pun op weerstand.”

enola: Wie zijn Cornelia en Jane?
Kaplan: (aarzelt) “Ik weet niet of ik dat zomaar kan zeggen. Het kunnen bestaande mensen zijn die wij kennen. Of het kan ook niet. Wanneer je een plaat maakt, stop je jezelf erin. Wanneer ik deze vraag beantwoord, doe ik dat een beetje teniet. Laat de mensen zich maar afvragen wie ze zijn. Dat vind ik veel leuker.”

enola: Ik neem aan dat Cornelia en Jane hiermee akkoord gaan. Yo La Tengo maakt af en toe muziek voor films, zoals Junebug en Shortbus. Hoe werkt dat precies? Kijken jullie eerst samen naar de film? Contacteren zij jullie?
Kaplan:”Bij deze twee films hebben we niet getwijfeld. Ze sturen ons een ruwe versie van de film, zodat we kunnen zien of we interesse hebben. Wanneer we in zee gaan, sturen ze ons soms een versie met ‘tijdelijke muziek’. Dit geeft aan waar de filmmakers muziek willen horen. En welke stemming bij welke scène in gedachten is. Vaak staan er nummers van onszelf op, omdat ze aan ons dachten. Bij John Cameron Mitchell (van Shortbus en Hedwig and the Angry Inch, nvdr) was het enigszins anders. Hij kwam naar ons, liet ons een paar scènes zien en was heel specifiek in zijn verwachtingen. Dat was erg leuk voor ons omdat hij niet per se verwees naar nummers van onszelf, maar vaak naar anderen. Hij had bijvoorbeeld een jazzy song in zijn hoofd, dus het was interessant voor ons om iets in die zin te doen. We haalden er een vriend bij die saxofoon kwam spelen. Veel van onze filmsongs zijn verschenen op They Shoot, We Score. Ook nummers die de films niet gehaald hebben.”

enola: Tot nu toe heb je enkel indiefilms van muziek voorzien. Wat als de nieuwe Terminator komt aankloppen?
Kaplan:”Er is een deel van mij dat hier onmiddellijk mee akkoord gaat, maar als je kijkt naar hoe zulke films gemaakt worden, is het niet echt realistisch dat wij hieraan zouden meewerken. Wij hebben onze eigen talenten, maar er zijn zaken die wij niet kunnen. Wij zijn bijvoorbeeld al niet zo goed in arrangementen, en gaan daarvoor vaak zelf aankloppen bij anderen. Wanneer Terminator 5 een meer experimentele kant op wil gaan wat hun muziek betreft, dan hoop ik dat ze ons contacteren. (lacht)”

enola: Jullie zijn ook vaak betrokken in liefdadigheidsacties, zoals op het radiostation WFMU in Hoboken en op Dark Was The Night. Hoe kom je daarbij terecht?
Kaplan:”We zijn nauw betrokken bij WFMU. Het is een geweldig station en we helpen hen al een jaar of vijftien met hun inzamelingsmarathon. We hadden vroeger een flatgenoot die daar werkt, dus via hem zijn we daarin gerold. Het is echt een plezier om deel uit te maken van die familie.”

“Voor Dark Was The Night waren we blij dat Aaron en Bryce (Dessner, van The National, kvdv) ons contacteerden. Ik herinner me niet of we dat nummer voor hen hebben opgenomen dan wel of we het nog liggen hadden. Deze zaken komen soms op hun poten terecht, en soms lukt het niet.”

“Waar we nu veel mee bezig zijn, zijn onze Hannukah-shows. Ik denk dat we hiermee al sinds 2001 nummers spelen waarvan de opbrengst naar goede doelen gaat. Mensen vragen ons soms voor een benefiet. Sommige organisaties kunnen we niet helpen met een nummer, maar proberen we op een andere manier te ondersteunen. We kunnen jammer genoeg niet alles doen.”

enola: Een band met een hart …
Kaplan:”Wel … (kijkt verlegen weg)“.

enola: Yo La Tengo heeft een Twitter-account en een blog. Doe jij die dingen zelf?
Kaplan:”Hebben wij een blog? Oh ja, op onze website. Dat schrijf ik zelf. De Twitter-berichten worden door onze bassist James McNew geschreven.”

enola: Op je blog stond dat een van je vrienden zijn leven dankt aan Obamacare. Gebruik je je shows soms om je fans in een bepaalde richting te sturen?”
Kaplan:”Die post stond er uiteraard niet zomaar. En ik doe dat misschien wel een beetje. Ik denk dat het voor niemand een geheim is voor welke partij wij stemmen. Je merkt het ook aan de organisaties die we ondersteunen. Het is niet dat we vaak speeches houden. Dat laten we aan anderen over. “

enola: Het Russische olympische team droeg t-shirts met daarop “I’m Not Afraid Of You And I Will Kick Your Ass”. Ik neem aan dat zoiets te weten komen je dag goed maakt?
Kaplan:”Zeer zeker! Ik heb er jammer genoeg nog geen ontvangen. (lacht)Ik was het eigenlijk helemaal vergeten. Ik zal hen toch eens moeten contacteren. Ik zal hen er drie vragen, want het zou leuk zijn ze te kunnen dragen tijdens onze Hannukah-shows.”

enola: Er wordt soms gezegd dat een bedrijf beginnen met je partner geen goed idee is omdat je beide zonder job kan geraken wanneer je bedrijf failliet is. Bij Yo La Tengo lijkt het geen probleem te zijn …
Kaplan:”Voorlopig niet neen. Ik denk wel dat een rockband oprichten nooit een goede carrièrezet is. Wij hebben op dit vlak heel wat geluk gehad.”

enola: Wat was je als je geen muzikant geworden was?
Kaplan:”Geen flauw idee. Het musiceren heeft altijd al in mij gezeten. Onze groep is wellicht behoorlijk uniek. Ik denk niet dat Georgia al in de middelbare school zo erop gebrand was om muzikant te worden als ik het was. Maar we hadden beiden instrumenten waarover we te beschaamd waren om hierover tegen anderen te vertellen. Het klikte gewoon goed tussen ons. We speelden samen en daaruit is heel langzaam een band gegroeid. Ik wist dat ik een muzikant wilde worden, maar het is niet dat ik er toen veel voor deed om dat te laten gebeuren (lacht).”

enola: Hoe beslis je wie van jullie beiden de zanglijn doet? Degene die de lyrics schrijft?
Kaplan:”Onze lyrics worden echt maar op het allerlaatste moment geschreven. Soms hebben we een nummer waarvan de melodie nog wat wijzigt of zo. We hebben dit jaar de 7 inch Stupid Things uitgebracht. De reden waarom de vocals daarop zo ondoordringbaar zijn, is omdat ik gewoon nonsens aan het zingen was bij de opname. Omdat we zo hielden van het geluid van de opname, besloten we maar om het bij de nonsens te houden. Ik heb dan die woorden opgeschreven en opnieuw ingezongen. Wie van ons twee zal zingen, is vaak niet zo’n proces waar lang over gediscussieerd wordt. Het gebeurt gewoon.”

enola: In 2014 bestaat Yo La Tengo dertig jaar. Zijn er al plannen gesmeed om dit te vieren?
Kaplan:”We hebben er nog niet aan gedacht. Het zou niet onze gewoonte zijn om hiervoor iets te doen, wat net een sterk argument is om het wel te doen. Je zal het dus moeten afwachten. (lacht)

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

tien − 1 =