Willie Nelson & Merle Haggard :: Django And Jimmie

Werken tot 67? Voor de eminences grises van de country Willie Nelson (82) en Merle Haggard (78) geen enkel probleem, want ook ettelijke jaren nadat ze de pensioengerechtigde leeftijd bereikt hebben, blijven ze muziek maken waar het vakmanschap en spelplezier van afspat.

Beide grootmeesters van de country hebben al een hele voorgeschiedenis samen. In 1983 bereikten ze met hun Townes Van Zandt-cover “Pancho and Lefty” en het daar bijhorende gelijknamige duo-album, een van de grootste hits uit hun beider carrières. Ook in de jaren daarna zouden ze nog regelmatig samenwerken, namelijk op Walking The Line (1987, met George Jones), Seashores of Old Mexico (1989) en, recenter, Last Of The Breed (2005, met Ray Price). En nu is er in de herfst van hun carrière met Django And Jimmie nog eens een album waarop ze de handen in elkaar slaan. Dat de heren zich goed geamuseerd hebben, blijkt al meteen uit het met aan mariachi verwante trompetten opgesmukte “It’s All Going To Pot”, het soort countrydeuntje dat al na één luisterbeurt blijft hangen — en dat bedoelen we voor een keer positief — en waarin ze de geneugten van wiet bezingen en hoe ze, wat er ook gebeurt, er toch al hun geld aan verbrassen. Het soort feelgood-country dat in een rechtvaardige wereld meteen de zomerhit van het jaar zou zijn.

Dat het een album van heren op gevorderde leeftijd is, blijkt ook uit de thema’s die aangeslagen worden. Zo wordt er nostalgisch teruggeblikt op een aantal van hun leermeesters. Het titelnummer verwijst naar hun respectieve idolen, met name jazzgitarist Django Reinhardt (Nelson) en de founding father van de country Jimmie Rodgers (Haggard). Ook aan Johnny Cash worden herinneringen opgehaald in “Missing Ol’ Johnny Cash”, dat muzikaal refereert aan diens chick-a-boom sound uit de Sun-jaren. Nelson speelde samen met Cash in de country-supergroep The Highwaymen en Haggard was een geboeid toeschouwer tijdens het legendarische concert van Cash in Folsom Prison. Ondanks de weinig lovende commentaren van Bob Dylan aan het adres van Merle Haggard een paar maanden geleden, blijkt er bij die laatste niets van te zijn blijven hangen, want Dylans “Don’t Think Twice, It’s Allright” krijgt hier een coverversie mee waarin de song een knap rootskleedje aangemeten krijgt.

Evengoed zijn er de liedjes waar beide heren hun levenswijsheid tentoon spreiden, en deze nummers behoren stuk voor stuk tot het betere werk op dit album. Zo is er de prachtige pianoballade “Unfair Weather Friend”, zonder twijfel een van de hoogtepunten op het album, een rustige en met een knap pedalsteelmotiefje opgeluisterde ode aan de vriendschap (“You’re always there / Right where you’ve always been / My come whatever / Unfair weather friend”). Of “Living This Long”, waarin ze mijmeren dat als ze geweten hadden dat ze het zo lang zouden trekken op deze aardbol, ze zich dan toch beter verzorgd zouden hebben in hun jonge dagen. Al mag er toch wel gezegd worden dat ze allbei nog behoorlijk goed bij stem zijn. Stemmen die al heel wat kilometers op de teller hebben, maar wat ze kwijt zijn aan bereik hebben ze bijgewonnen aan gevoel. Zo ook in het berustende “Where Dreams Come To Die”, waarin Nelson en Haggard klinken als twee oude wijze mannen die geleefd hebben en nu beseffen dat ook hun dromen stilaan hun eindpunt bereikt hebben. Nog zo’n knappe song is Merle Haggards “The Only Man Wilder Than Me”, waarin ze een ode aan elkaar brengen en erin slagen dat niet klef te laten klinken.

Ook muzikaal krijgen we over het hele album een warme sfeer, waarin het verleden centraal staat. Tweemaal worden oudere songs opnieuw boven gehaald. Nelson doet dat met “Family Bible” dat klinkt — zowel muzikaal als tekstueel — als Hank Williams ten tijde van Luke The Drifter en Merle Haggard haalt de honky tonk barroom country van “Swinging Doors” — initieel een hitje uit de jaren ‘60 — nog eens boven. Maar ook de exotisch aandoende wals van “Alice In Hulaland” of de uptempo country van “It’s Only Money” brengen tijdloze muziek die toont dat ze nog altijd weten hoe je een goeie song schrijft.

Met Django And Jimmie leveren Willie Nelson en Merle Haggard nogmaals een uitstekend album af, waarop geen zwak moment te bekennen valt. Ook al valt er misschien niets op te horen wat de heren al niet eerder hebben gedaan, voor de liefhebbers van de Amerikaanse rootsmuziek is dit album zonder twijfel een aanwinst in de platencollectie.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zeventien + 6 =