Johanna Warren :: nūmūn

Soms is er niet meer nodig dan een jongedame met een gitaar en wat sterke songs om ons omver te blazen. Ziedaar Johanna Warren die na een bijzonder succesvolle Kickstarter campagne nu met haar tweede album nūmūn (een palindroom, uit te spreken als “new moon”, nieuwe maan) steeds meer territorium verovert in Amerika. Met nūmūn is ze wat ons betreft ook in Europa (en België) van harte welkom.

Elf nummers, in totaal 38 minuten: meer heeft Warren niet nodig om ons van haar kunnen te overtuigen. Neem bijvoorbeeld opener “Black Moss”, waarin ze de dood op een prachtige manier in de ogen staart: “but don’t be drawn to me; I may be here today, but soon black moss will cover over my dead body.” En dat voor iemand van 23 jaar. Ze mag ook mooi met haar gitaarspel uitpakken in het barokke, middeleeuws geïnspireerde “True colors” of de ronduit betoverende tweede helft van “Less Traveled”, inclusief subtiel fluitspel.

Een van de voornaamste thema’s op de plaat is de natuur (in het bijzonder de cycli van de maan, de plaat is opgenomen in de 9 dagen tussen een maaneclips en zoneclips) als scheppende en verwoestende kracht, waar de mens deel van uitmaakt, maar geen vat op heeft; of zoals ze zelf zingt op “Noise”: “Time creates as it destroys”. Warren is in haar teksten noch in haar interviews vies van spiritualisme en ook in de persfoto’s wordt ze (te) vaak als bosnimf voorgesteld, maar gelukkig wordt het nergens echt storend voor verstokte sceptici of atheïsten.

Bovendien houdt ze er in haar interviews interessante visies op de mensheid en vrouw zijn op na en we zouden er niets op tegen hebben als ze die ideeën op volgende platen verder zou uitwerken. Dat maakt van een nummer als “Follow” zo’n succes: of het nu gaat over een one-night-stand of een achteloze ontmoeting met een meisje op café, we weten het niet, maar een intens gezongen strofe als “from within her fragile flesh, where I lay my head to rest / I could feel her heart hammering in her chest” komt hoe dan ook aan.

Dat heeft ook te maken met Warrens originele songstructuren en vaak ongewone, mysterieus aandoende melodieën, zoals het verontrustende “Noise”, waarin ze voor elk refrein bijna ondraaglijk lang met haar stem de hoogte ingaat, terwijl op de achtergrond manisch gelach weerklinkt. Akelig. Haar stem schakelt bovendien onvoorspelbaar regelmatig enkele octaven hoger, wat ons dan weer aan Joni Mitchell op haar albums in de jaren 70 doet denken.

Niet dat het allemaal rozengeur en maneschijn is, op vlak van teksten heeft Warren wel nog enkele boterhammen te eten, door vulselzinnetjes als “I would take the road less traveled” uit “Less traveled” of “Will the angels come down to carry me off in my sleep?” in het grijze schaap dat het liedje “Figure 8” is. Met name in de tweede helft verslapt onze aandacht een beetje met nummers als “Pin Oaks” en “This is Why”. Warren gebruikt met opzet een heel beperkt instrumentarium (akoestische gitaren, wat achtergrondstemmen en hier en daar beperkte percussie) maar de nummers lopen hier en daar in elkaar over.

nūmūn luistert echter altijd erg aangenaam weg (soms té aangenaam) en ook al mag Warren nog wat meer werken aan gedurfdere arrangementen om haar ongewone folkliedjes meer eer aan te doen, is dit toch een bijzonder assertief tweede album van een artiest die in Europa nog geen voet aan de grond gekregen heeft. Als het van ons afhangt, mag daar gauw verandering in komen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

een × vijf =