Bill Wells & Aidan Moffat :: The Most Important Place In The World

Het druilerige Everything’s Getting Older raakte in 2011 niet alleen een gevoelige snaar bij ons (misère en melancholie is ons op het verfrommelde lijf geschreven), maar belandde uiteindelijk in heel wat lijstjes en werd uitgeroepen tot de Schotse plaat van het jaar. En terecht. Nu is er eindelijk een opvolger, die bijna even overtuigend binnenkomt.

De kindertekening die de hoes siert is van Moffats zesjarige zoon, terwijl de titel geplukt werd uit een IKEA-slogan. Dat belooft een zonovergoten, goedgeluimd album over het idyllische gezinsleven, maar je hebt hier natuurlijk nog altijd te maken met stumperd Moffat, een bebaarde veertiger die als geen ander kan verhalen (‘zingen’ is meestal wat te veel gevraagd) over lust en dromen, maar vooral ook over spijt en frustratie. En net als de voorganger is The Most Important Place In The World dan ook een lang vertoog over de stunteligheid, de verkramptheid en het triviale van het dagelijkse leven. Van wel willen, maar niet kunnen. Of niet (meer) weten hoe.

Muzikaal is het grotendeels bij hetzelfde gebleven. Het eenvoudige, soms met meligheid flirtende pianospel van Wells staat centraal en wordt ofwel aangevuld met wat goedkoop tikkende Casio-beats, ofwel met wat blazers en een enkele keer zelfs een strijkkwartet en een koor. Het gebeurt echter allemaal met zo’n vanzelfsprekendheid en dosering, dat het, net als de woorden van Moffat, haast geïmproviseerd klinkt, bij elkaar gepend tijdens een paar uur onder een gelige lamp met een fles Glenmorangie binnen handbereik.

Opener “On The Motorway” zet meteen prachtig de toon met een dagdroom in een auto. Regen druppelt op het dak, een richtingaanwijzer geeft het ritme aan, Moffat hunkert naar onschuld én avontuur, aangetrokken door de verlokkelijkheid van de stad, die met gespreide benen op hem wacht. Die aantrekking, van het anonieme en mysterieuze, van wat geheim kan blijven, maar ook van het triviale en vleselijke – de zucht, de opwinding, het openen van BH-klemmetjes – is een rode draad doorheen het album, maar gaat natuurlijk steeds gepaard met de andere zijde van de medaille. De gêne, de teleurstelling, de kater achteraf.

Een uitgeregend muzikaal verhaal is het resultaat, al weegt het misschien net iets minder zwaar op de schouders als de voorganger. Het is immers moeilijk om een grijns te ondedrukken bij “VHS-C”, een korte mijmering bij het opduiken van een zelfgemaakte sekstape (“Will we buy an old machine / to see what can’t be seen / or just let ourselves forget / the best of all we’ve been?”). Dezelfde eenvoud, met enkel piano en stem, keert terug bij een mijmering over een nachtelijk zootje in “The Tangle Of Us” (“Put me in a taxi and send me to my bed / text me words and wishes that never can be said”) en de aandoenlijke ballade “Far From You” (“I’m grey and tired and uninspired / when I’m far from you”).

Moffat hakt er aardig op in: de tijd kent geen genade, geluk en voldoening zijn een kwestie van momenten die wegglippen zodra je erover nadenkt, en eenzaamheid is ons deel. Dat krijgt hier gelukkig wel gedaante in diverse muzikale invullingen. Het stampende “Lock Up Your Lambs”, met jankende sax en onder effecten bedolven slogans, heeft iets van Tom Waits in drinkliedmodus, “Any Other Mirror” zoekt het dan weer op kitscherig bossa-terrein, al klinkt de boodschap – “And I might be a useless prick / but I feel ugly, old and thick / in any other mirror but you” – voldoende luid. De resultaten zijn niet altijd even overtuigend. Zo is de stream of consciousness van “The Unseen Man” haast een Schots antwoord op LL Cool J’s “I Need Love” en is de softscore knipoog van “Vanilla” net iets te flets in de verf gezet.

Maar voor elke track die misschien wat minder overtuigt (en dat zijn er gelukkig maar twee, drie) zijn er voldoende brokjes die meerdere beluisteringen doorstaan. “Street Pastor Colloquy, 3AM” doet aanvankelijk denken aan het gewauwel van Johnny Dowd, maar wordt vervolgens opgesmukt met “Careless Whisper”-saxsolo, een fout koor en handengeklap, terwijl de richtingaanwijzer van de opener terug opduikt in het knappe taalspelletje van afsluiter “We’re Still Here”. Soms zie je iedereen rond je vertrekken of verdwijnen, en blijf je zelf immobiel, ter plekke trappelen, in weerwil van de boude plannen die je ooit koesterde.

Opnieuw geen opmonterend audioboek van Wells en Moffat (en het is nog altijd niet duidelijk wat nu écht de belangrijkste plaats ter wereld is: thuis, of net daar waar je niet wordt herinnerd aan de dagelijkse middelmaat), maar wel gebracht met een gelatenheid, charme, samengaan van muziek en woord, en de geur van verschaald bier en muffe kleren, die hen helemaal tekent. Dat het maar snel herfst wordt.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vier + 19 =