Nu millennials en Gen X’ers eindelijk aan het opgroeien zijn, brengen ze massaal hun cd’s naar de tweedehandswinkel. Wij geven die met veel liefde een tweede thuis en fietsen aan de hand van onze vondsten elke maand door de alternatieve muziek van 1990 tot 2010.
Zaterdagochtend sta je op, een beetje brak nog van de avond ervoor. Bonen malen, koffie, rust. Kings of Convenience erbij. Collega (mvm) wist het twintig jaar geleden al: dit is muziek voor bij de kleine oogjes. Aardige muziek, als een vriend die je niet veroordeelt om je dronken fratsen van vrijdagavond. “Quiet is the New Loud” heette de opstoot van akoestische muziek zo rond de eeuwwisseling, naar het debuut van het Noorse duo uit 2001. Jong, bleek en te grote brillen, zo moet je je die jonge Kings of Convenience voorstellen. In tijden van new metal en poppunk leken zachte akoestische gitaren héél even cool en tegendraads. Maar dan ook maar eventjes. Al snel was deze muziek heel erg Niet Cool. Schoon, dat wel. Past nog steeds goed bij kamerplanten, ambachtelijk brood en het weekendmagazine van de krant vol met verhalen over mensen die een zelfpluktuin bestieren of een ecologische B&B uitbaten. Als je écht iets goed te maken of te verwerken hebt op zaterdagochtend, raden wij eerder Bright Eyes of Death Cab For Cutie aan.
We kunnen nu wel wat lacherig doen over de erfenis van Kings of Convenience, maar uiteindelijk kon de band wel echt iets, meer dan hun veel anoniemere, inwisselbare navolgers. Nog altijd heeft de band een miljoen maandelijkse luisteraars, al zullen daar ook flink wat generische koffiebars en playlists bijzitten. En wij kunnen de songtitels nooit echt uit elkaar houden. Met de cd-boekjes erbij dan maar: is een plaat (Riot on an Empty Street) ooit zachter begonnen dan met “Homesick” en dat “I’ll lose some sales and my boss won’t be happy/ But I can’t stop listening to the sound/ of two soft voices blended in perfection/ From the reels of this record that I’ve found”? Of zo teder als met “24-25” van Decleration of Dependance, dat wij een paar herfstweken terug uit de tweedehandsbak plukten? Dit is de perfecte troost na a weekend in the city, die je wel escapisme biedt maar nu ook weer geen oplossing. “Boat Behind” en “Peacetime Resistance” hebben een shuffle en viool die de oren doen spitsen. Met die verzameling nummers eindigde het in 2009 een dik decennium voor de band, tot ze tijdens covid op kousenvoeten terugkwamen. Je kan maar zolang blijven fingerpicken. Maar in de tussentijd: wij maken wortelpompoensoep vandaag en daar hoort een soundtrack bij.
Zaterdagnamiddag, hoe gaat dat? Misschien doe je een dutje, nog wat verder bekomen van de week. Misschien ga je winkelen of zwemmen. Misschien schrijf je deze tekst. Of doe je helemaal niets. Voor alles kan de akoestische gitaar dienen: als zielloze achtergrondmuziek in een shoppingcentrum of de “Scandinavische winkel” vol onschuldige kleuren. Het zoveelste G-akkoord van een softboy met een hoedje die twijfel lijkt te bezingen maar de arrogantie bezit van iemand die denk dat hij de wijsheid in pacht heeft. Neen, dan liever Feist. Om de stem en de songs van Leslie Feist kan je nu eenmaal niet heen. Zij zorgde er mee voor dat Riot on an Empty Street de beste plaat van Kings of Convenience werd. Als tiener in de jaren ’90 zong ze in een hardcoreband waar ze haar stembanden scheurde. Op het podium tijdens een optreden. Ze werkte samen met Broken Social Scene. En dan was daar in 2004 Let It Die, de echte doorbraak van de zangeres.
Feist had een fantastische stem en maakte akoestische muziek, maar mixte die met bossanovaritmes en jazzy sfeertjes. “Gatekeeper” is nog een warme en veilige opener, maar vanaf “Mushaboom” mag het allemaal wat uitbundiger, vreemder en alle kanten opgaan. Feist stond met haar voeten in de indiewereld maar klonk soms schaamteloos opgewekt en poppy. Maar ze ging ook aan de haal met traditionals (“When I Was a Young Girl”) en “Tout Doucement” is een Franstalige chanson. Soms schuurde het tegen de hippievibes van Joanna Newsom aan, maar er was minder over nagedacht en een hippie was Feist zeker niet. Met opvolger The Reminder brak de zangeres echt door met en werd ze een queen, vanaf Metals uit 2011 was de titel van grande dame van de indiepop van haar. Dit was indiefolk en -rock die zelf generaties beïnvloedde. Het muzieklandschap de laatste vijftien jaar had er ongetwijfeld heel anders uitgezien, zeker de boom van vrouwelijke artiesten, zonder de invloed van deze singer-songwriter. Dus doe ons een plezier en geef dit weekend Let It Die nog eens een luisterbeurt tijdens het kuisen, het puzzelen of gewoon al wandelend.
Zaterdagavond. Andere sfeer. De twintigers gaan uit, de tieners dromen er nog vooral van of moeten voor middernacht thuis zijn. De freaks én de populaire kids zijn elk op hun (huis)feestjes, maar wij hebben het meer voor de freaks. Saturdays = Youth zoals M83 ooit een plaat noemde. De twintigers hadden in de jaren nul Soulwax’ Nite Versions, Peaches, Tiga, Yeah Yeah Yeahs, Digitalism en Justice. De dertigers en de jonge oude zielen hadden Tom McRae, voor in de zetel of op hun kamer alleen met zijn titelloze debuut uit 2000, voor altijd in de Mercury Prize-categorie “wel genomineerd, niet gewonnen, daarna vergeten”. Hij was een pak venijniger dan veel van zijn tijdgenoten als Ed Harcourt of Badly Drawn Boy, minder een populaire jongen dan Ryan Adams. Hij hing niet rond met The Strokes maar zong songs of love and hate – en dan vooral dat laatste. McRae smeekte niet dat je hem oppikte van de vloer maar zong dat hij je liever met een lang touw van het plafond zag bengelen. Hij schreef songs over het regime van Pinochet, over teren op te weinig slaap en veel bitterheid. Over hoe zijn kop de hel in het klein was en dat hij liever alleen op de maan zou zitten eerder dan omringd te zijn door zijn medemensen.
“ This train don’t stop / At the stations of the cross /No reasons left to believe”: geen idee wat McRae ermee bedoelde maar de openingszin van “Bloodless” bezorgt ons nog altijd rillingen. En dan moet de rest nog komen. Ideaal om op een eenzame avond met een fles rode wijn en veel stilte een stapel oude dromen in het haardvuur – hebben mensen dat tegenwoordig nog of is dit een uitstervende metafoor? – op te stoken. Wij hebben dat debuut, dat McRae 25 jaar later herneemt in een aantal concertzalen waaronder de AB, al meerdere keren staan. Een eerste keer gered van de vergetelheid in het tweedehandsvak. We komen die eerste cd daar nog steeds vaak tegen, en telkens vinden we dat jammer. Omdat we McRae een iets succesvollere carrière hadden gewenst. Omdat het iets triest heeft, een ooit zo gewaardeerde songwriter te zien wegkwijnen. Je wilt hem meenemen en cadeau doen, maar iedereen die hem zou willen heeft hem al eens te geef of te leen gekregen. Samen met opvolger Just Like Blood, die we stiekem nog beter vinden. Jonge fans wint hij niet, of het zouden de kinderen van Freek Braeckman moeten zijn. Elke keer wanneer we teruggaan naar de platenwinkel, hopen we dat iemand – jong of oud maar met wat krassen op de ziel – hem in de tussentijd meegenomen heeft naar huis en hem daar nu koestert op donkere avonden. Maar hij ligt er nog steeds.
Weer een illusie armer. Maar het zal een mooi weerzien zijn zaterdag.
Tom Mcrae speelt op zaterdag 22 november zijn debuut integraal in de AB. Er zijn nog tickets beschikbaar. Onze Best Of van Mcrae lees je hier.


