“Hoi, hoe zijn de laatste vijfentwintig jaar geweest voor jullie?” In de AB vond Tom McRae een avond lang de status terug die hij exact een kwarteeuw geleden veroverde met zijn titelloze eerste plaat. Voor even waren die jaren tussenin, de almaar meer teleurstellende platen, vergeten. En dan bleek nog maar eens hoe goed dat eerste album toen al was.
“Vanavond vieren we dat jullie hier nog zijn. En wij ook…. Vijfentwintig jaar later.” Tom McRae weet dat hij hier staat op een weesgegroetje, een inhalen van verloren tijd. De tijd dat de Britse songsmid de Grote Nieuwe Hoop was ligt al lang achter ons – de laatste jaren toerde hij in Europa solo langs kleine zaaltjes – maar dat zo bejubelde debuut – zelfs genomineerd voor de Mercury Prize, mijnheer! – nemen ze hem nooit meer af. En dus kun je dat maar beter vieren.
“Eindelijk nog eens met band”, zo had hij bij die laatste tour al beloofd, en dat is goed, want dat wil zeggen: na jaren afwezigheid nog eens met Oli Kraus, niet alleen cellist, maar ook architect van het unieke geluid van dat Tom McRae. Het waren jaren waarin de zanger de Pyramid Marquee van Rock Werchter inpakte, en vandaag hoor je al van in opener “You Cut Your Hair” weer waarom.
‘Welcome back’, denk je bij die cello die Kraus vanaf halverwege onder het nummer steekt, en dat zeg je ook tegen die stem, die na al die jaren nog even helder klinkt. Dat het bereik iets minder is geworden zullen we later horen in “Hidden Camera Show”, maar aan de zuiverheid scheelt niets. “Dit was het enige wat ik ooit in de richting van hit heb gehad. Onthaal het alsjeblief zo”, vraagt McRae nadat hij de intro van “End Of The World News (Dose Me Up”) stillegt. Natuurlijk is het enthousiasme nadien toch een beetje “too much”, maar goed: wie dit nummer als tweede in rij kan spelen heeft zijn aftrap niet gemist. Er wordt meegezongen, en dat moeten we ook van de zanger.
Dit is muscle memory, voel je. “Dose me up / once is not enough / I can still see the ground” laat hij de ene helft zingen, de andere legt er een “this is the end of the world news” over. Je zou het een plat publieksspelletje kunnen noemen, en dat is het vanzelfsprekend óók, maar het functioneert tegelijk als arrangement. Ook later zal hij het Nationaal Zangfeestaspect van dit optreden gebruiken om er tegen in te zingen, het actief in te zetten in wat het nummer wordt.
Want ja, hier staat een publiek dat is opgegroeid met die eerste plaat. Die gebroken harten heeft doorgeslikt op “Bloodless” (“tell me again, what am I feeling / you know me so well”), boos is geweest op de wereld met “Hidden Camera Show” of “End Of The World News”. Want dat was natuurlijk wat McRae destijds zo aantrekkelijk maakte. In tegenstelling tot zijn genregenoten wikkelde hij zijn songs in prikkeldraad, werd er al eens gezongen van tussen opeengeklemde tanden, zat er nijd in tekst en dictie.
Je hoorde het vanavond ook in publieksfavoriet “The Boy With The Bubblegun” – zijn moment om “welcome back” te zingen – wanneer twee mensen met een bellenblaaspistool effectief het podium op mogen voor een vleugje magie. “If words could kill / I’d spell out your name”, zingt McRae en het klinkt nog altijd even gemeend als destijds. De uitsmijter krijgt hij vanuit het publiek teruggeworpen: “if songs could kill / this one’s for you.”
En die band dus, competent als geen ander. Zijn toetsenist jaagt een pracht van een slidesolo door “One More Mile”, drummer Dean Beresford gaat met gemak van zacht tikken, kleine tegenritmes naar vol meppen als dat moet. Want dat gebeurt ook. Al te graag laat McRae een song, als alle tekst op is, uitbarsten in een coda uit Novastar- en Coldplayland. Dat werkt, soms, maar voelt even vaak ook overdreven. Zeker de manier waarop een al haperend “A&B Song” in de laatste bocht van het concert wel heel erg potig en log wordt uitgebouwd is wat minder geslaagd, vooral omdat we daarna met “Language Of Fools” en “Untitled” diep in de echte albumtracks zijn beland. Gelukkig heeft McRae nog één showstopper achter de hand. “Het label hield niet van dit nummer. Ik wel”, schokschoudert hij. En hij laat nog eens horen waarom het dronken walsje “Sao Paulo Rain” zo onmisbaar is hier, hoe het intuïtief van sterkte naar sterkte beweegt op zijn hoogsteigen manier.
Zonder artificiële pauze laat McRae vervolgens het kleine “I Ain’t Scared Of Lightning” overgaan in de korte bisronde. “Karaoke Soul”, van op opvolger Just Like Blood, moet hij wel spelen; dit werkt immers enkel met die luide strijkersklanken van Kraus. Wat volgt is minder. “Hope Against Hope” is een klef nummer uit die latere jaren, toen hij het gif en de scherpe bon mots parkeerde, waarin hij pleitend “It’s gonna be oooo-kay” door het publiek banjert – dat krijg je als je vader dominee is.
Een verzoekronde verder pikt hij “Vampire Heart” uit de suggesties om dat akoestisch te brengen. Als slot is er “Silent Boulevard” dat hij tot een klein kwartier weet uit te rekken zonder dat daar meerwaarde in zit. Op dat moment weet je ook weer waarom McRae ondanks dat debuut halverwege de jaren nul zijn hand had overspeeld. Als het nieuw werk niet op kan tegen het oude, dan gaat het bergaf.
Dat maakte dit optreden ergens wrang, meer voor hem dan voor ons. Al vijfentwintig jaar sleept Tom McRae die eerste plaat als een molensteen rond zijn hals mee, tegelijk is het de reden dat hij vandaag nog altijd kan doen wat hij doet. Het moet voor hem een worsteling zijn, maar ook niet zo’n erge. Dit concert nemen ze hem noch ons ooit af.




De mening van 1 persoon, die duidelijk McRae niet gevolgd heeft de afgelopen 25 jaar in zijn kleine venues, dichtbij zijn fans…
Neen hoor. Zoek maar op deze site. We zijn hem blijven volgen. Ik zag hem overigens vorig jaar ook in AMOR.