Jonas Winterland :: Zwaartekracht en andere verzinsels

Met Mensen zijn gemaakt van dun papier bracht Jonas Winterland een van de mooiste Nederlandstalige debuten van de afgelopen jaren uit. Kleine woorden werden uitgehuwelijkt aan grootse arrangementen, grote gevoelens werden gesust in intimistische pareltjes. Op zijn tweede plaat verrijkt hij zijn geluid, met een veelbelovende veelzijdigheid als gevolg.

Het is even schrikken wanneer het edgy “Dokter Alstublieft” de plaat aftrapt, en Winterland het gefluister van zijn debuut inruilt voor het hese gegrom waar zijn voorbeeld Mark E. Everett van Eels het patent op heeft. Een slimme zet: E. heeft van zijn beperkte stem een klankkleur gemaakt die zijn songs een absolute eigenheid geven. Ook Winterland slaagt daar nu in, beter dan twee jaar geleden. Zie ook het opvallend rechttoe rechtaan rockende “De jaren van verstand”, dat door tekst en zang toch een weemoedige snik meekrijgt.

Vooral de eerste songs van de plaat liggen lepeltje met Eels — geen toeval dat Winterland met twee platen van die band naar producer Jo Francken was getrokken, en dat er in de hoes een citaat uit “Climbing up to the moon” staat. Zijn nieuwe single “Het meisje uit het lied” knipoogt naar “The look you give that guy”, “Ik hou je warm” is pure Eels-pop zonder dat het gemakzuchtig kopiëren is: het weerhaakje zit ‘m namelijk aan het einde met een wederom weemoedig gitaarlijntje dat nadrukkelijk de handtekening van Winterland draagt. Nee hoor, het plaatje klopt.

Maar het hart van de plaat klopt het hardst in een melancholische hattrick op de tweede helft: “Niemand lijkt op jou”, “Gelukkig zijn wij niets” en vooral “Wie ik ben en hoe ik heet”, medaillekandidaat voor mooiste Nederlandstalige song van het jaar. Credits hier gaan ook naar Pieter Van Dessel van Marble Sounds, die het met zijn kenmerkende dromerige arrangementen aankleedt. Hier schuilt nog veel moois om de hoek.

Maar de grootste sterkte van deze plaat zit hem wederom in Winterlands bloedmooie, trefzekere teksten. Veel beter zijn ze in onze taal niet te vinden, te meer omdat Winterland het zo simpel houdt. Geen vergezochte metaforen, geen ronkende adjectieven. Woorden als pijltjes in de roos, van iemand die mijmert “dat het echte leven zich afspeelt tussen al zijn dagen”. Een piekeraar (“Het huis van mijn gedachten telt te weinig lege kamers”), die vertwijfeld vanaf de zijlijn kijkt naar de jachtigheid en oppervlakkigheid van alledag (“In de lage landen rijden wij ons vast in een dag vol vaste rituelen). En daar dan maar het beste van maakt: “Er liggen honderd maskers in de kelder van mijn huis, daaruit kies ik elke dag”. Herkenbaar, zegt u?

Deze plaat is de warme soep uit “Ik hou je warm” voor wie kletsen heeft gekregen van de wereld. Een bakje troost, die ook hij zelf vindt in de liefde en zijn muziek. Een emotioneel intelligent en daardoor authentiek album, waarop Winterland met angstaanjagende precisie uw twijfels en vragen vat en littekens op hart en ziel zalft.

Zwaartekracht en andere verzinsels is de perfecte tweede plaat geworden, waarop Winterland met succes de vensters van zijn eigen geluid openzet en waarmee hij finaal zijn eigen eilandje in de Nederlandstalige muziek heeft gevonden. Er liggen verschillende, veelbelovende wegen open voor de minzame, Vlaamse halfbroer van E. “Ik wil ontkomen aan de middelmaat” mijmert hij in “Als God teveel gedronken heeft”. Wel dan, missie geslaagd.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

achttien − tien =