DOSSIER THE BAND :: Een generatie vindt zijn stem in rootsmuziek

Er zijn weinig groepen die zoveel voor de folkrock en Amerikaanse rootsmuziek hebben betekend als The Band, een van de belangrijkste Amerikaanse bands uit de jaren 60 en 70. Hun traditionele aanpak ging lijnrecht in tegen de excessieve producties van de psychedelica. In dit dossier bespreekt Enola voor u de korte maar invloedrijke carrière van The Band, hoe ver hun imago van eenvoudige jongens en de vaak excessieve realiteit uit elkaar lagen en hoe die excessen en interne conflicten uiteindelijk ook hun ondergang zouden betekenen.

Om de populariteit van The Band beter te begrijpen moeten we terug naar 1968: de Vietnamoorlog is in volle gang en er heerst algehele sociale onrust in Amerika. Het is in die context dat The Band hun debuutalbum Music From Big Pink uitbrengt, wars van pretentie of zweverige psychedelische invloeden. Ze adverteerden zichzelf simpelweg als vijf mannen met hoeden en baarden wiens muziek en teksten specifiek naar een Amerika leken te verwijzen uit een simpelere tijd toen mensen op hun veranda samen muziek speelden en liedjes zongen, zogeheten backporch-muziek.

The Band werd het symbool van een periode waarin ambachtelijkheid en muzikanten met een “eenvoudig imago” plots een deel van de mainstream werden. Daarnaast keek The Band net zoals zoveel andere muzikanten van hun generatie voorbij hun eigen, “blanke” muzikale tradities. The Band bestond uit vier Canadezen en één drummer uit het Diepe Zuiden maar lieten zich net zo goed door traditioneel blanke (country, Rock-‘n-roll, bluegrass) als zwarte (blues, funk, soul) muziek beïnvloeden.

Veel van dat ambachtelijke, idyllische beeld dat The Band zo graag uitdroeg, was uiteindelijk meer imago dan realiteit. De bewuste constructie van dat imago droeg voor een substantieel deel bij aan het commerciële succes van The Band en daarom besteden we in dit dossier dan ook veel aandacht aan de idyllische beeldvorming en de verborgen gehouden realiteit. Achter de schermen worstelde namelijk bijna elk lid van de groep met een of andere verslaving, en in deze context is het verhaal van Richard Manuel dan ook bijzonder tragisch en symptomatisch voor het uiteindelijke einde van The Band. Daarnaast hadden ze ook nog een ander probleem: na hun eerste twee albums slaagden ze er nauwelijks nog in om consistente, laat staan succesvolle platen te maken en na te veel interne strubbelingen gooiden ze in 1976 de handdoek in de ring met The Last Waltz: een megalomaan, groots muziekspektakel met een hele resem iconische gasten als Neil Young en Joni Mitchell, door Martin Scorcese op legendarische wijze in beeld gebracht.

Zo snel als rootsmuziek in geworden was, zo snel bleek het na The Last Waltz weer op de achtergrond te verdwijnen: The Last Waltz betekende niet alleen het einde van The Band, maar staat achteraf gezien ook te boek als een sterk staaltje rock-‘n-roll-nostalgie, een symbool voor het einde van een tijd van simpliciteit en “puurheid”. Hierna zouden de grote, door synthesizers gedreven producties van de jaren 80 de hitlijsten veroveren. Roots en folkmuziek zou in de hitparades meestal op de achtergrond blijven, tot de wederopstanding van neofolk en rootsmuziek met bands als Fleet Foxes, Bon Iver of Iron & Wine aan het begin van het vorige decennium. Sindsdien is pas echt duidelijk geworden hoe diepgaand de invloed van The Band eigenlijk was.

DOSSIER THE BAND:

Bronnen:
DVD: The Last Waltz, Classic Albums: The Band
Boek / boxset: A musical history, This Wheel’s on Fire: Levon Helm and the Story of the Band van Levon Helm, het boekje bij The Basement Tapes Raw: The Bootleg Series Volume 11 van Bob Dylan en The Band.
Verder: deze fansite en internet in het algemeen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijftien − twee =