DOSSIER THE BAND 4: “This wheel shall explode” :: The Last Waltz als laatste mythe

Nauwelijks acht jaar na de release van Music From Big Pink hield The Band hun afscheidsconcert, op Thanksgiving, 25 november 1976 in San Francisco. Het concert kreeg de titel The Last Waltz en werd grotendeels door Martin Scorcese op film vastgelegd. The Last Waltz werd het laatste muzikale erfstuk van een band die op dat moment eigenlijk al uit elkaar gevallen was.

“Toeren is een verdomd onmogelijke manier van leven.” (Robbie Robertson)

De beslissing om met The Band te stoppen kwam vooral van Robertson: hij was het toeren moe. Zoals hij zelf al zei in een van de interviews voor de documentaire: “Dat is The Last Waltz: zestien jaar onderweg. Als je ‘t natelt word je er bang van”. Robertson was op dat moment 32 en was eigenlijk op het podium opgegroeid, eerst onder de hoede van Ronnie Hawkins, later op tour met Dylan en ten slotte met The Band zelf. Robertson was paranoïde en bang om te verongelukken: het was voor hem genoeg geweest.

Het leven onderweg en op tournee was, zoals voor zoveel andere rockgroepen uit die tijd, voor The Band een leven van excessen, en dat had dan ook zijn tol geëist. Het was al een thema dat vooral op Stage Fright, de derde plaat van The Band, op de voorgrond kwam. Het refrein van het titelnummer, prachtig gezongen door de ijle, wat nasale stem van Rick Danko, zegt eigenlijk alles al: “See the man with the stage fright/Just standin’ up there to give it all his might/And he got caught in the spotlight/But when we get to the end/He wants to start all over again”. De roem en bijbehorende uitspattingen hadden op iedereen een zware wissel getrokken, maar vooral Richard Manuel was er erg aan toe: na jarenlang zwaar drinken was zijn delicate falset op The Last Waltz verveld tot een ruwe rasp zonder veel dynamiek of reikwijdte.

The Last Waltz staat qua drugsgebruik dan ook als legendarisch excessief te boek. Backstage werd er een aparte cocaïnekamer ingericht met neuzen aan de muur als decoratie en een tape die constant snuifgeluiden op de achtergrond afspeelde. Scorcese zou in de laatst uitgebrachte versie van The Last Waltz de cocaïne uit Neil Young zijn neus zelfs digitaal moeten wegvegen. Het was pijnlijk tekenend dat datgene wat The Band voor een deel had geruïneerd ook op hun afscheidsconcert een bijzonder grote rol heeft gespeeld.

“De grootste fuckin’ afzetterij die The Band ooit overkomen is.” (Levon Helm)


“Ik dacht dat het een grapje was”, zo zei Levon Helm over het einde van The Band in zijn autobiografie This Wheel’s On Fire. Veel van de communicatie tussen Helm en Robertson verliep op dat moment al via advocaten en de strijd om The Band draaide dan vooral rond Helm, die er absoluut mee wilde doorgaan en Robertson die een solo slim had gespeeld en The Band voor het blok had gezet: het was buigen of barsten. Helm zelf had daar al onverbloemd zijn ongenoegen over laten blijken: “Ik wenste dat we vijftig albums hadden gemaakt, en tien keer meer mensen hadden bereikt”.

Het conflict tussen Helm en Robertson was al enkele jaren gaande: al sinds The Brown Album uitgekomen was, vond Helm dat Robertson teveel van de credits naar zich had toegetrokken. Dat betekende dus ook dat het geld grotendeels voor Robertson was. Of het nu lag aan Robertson die effectief het grootste deel van de nummers schreef of aan The Band dat als collectief langzaam uit elkaar begon te vallen en met steeds minder ideeën op de proppen kwam, is moeilijk te zeggen. Zeker is dat het water tussen Helm en Robertson tegen The Last Waltz net daardoor onpeilbaar diep geworden was.

Achteraf heeft Levon Helm ook geen gelegenheid onbenut gelaten om The Last Waltz door het slijk te halen. Dat hij noch de rest van The Band behalve Robertson ook maar iets van geld van de film of de soundtrack had gezien, zal ook wel niet geholpen hebben. Voor Helm werd The Band in de film tot begeleidingsgroep van Robertson gereduceerd. Dat moet pijn gedaan hebben, van een band die zich altijd als eenheid had voorgedaan, kreeg één lid plotseling veel meer schermtijd dan de rest van The Band en tijdens het concert kwamen vooral Garth Hudson en Richard Manuel zelfs bijzonder weinig in beeld.

Helm beschreef The Last Waltz bijzonder cynisch als een film met “lange en liefkozende close-ups van zijn [Robertsons] zwaar gemaquilleerde gezicht en peperdure kapsel”. Robertson was de ster van de film die volgens Helm deed alsof hij de hele band leidde. Geen wonder: de film was uiteindelijk het vehikel dat Robertsons Hollywoodcarrière als soundtrack samensteller (die samen met Scorcese de film had gemonteerd) zou lanceren.

“Er was geen betere manier om af te zwaaien dan zo.” (Ronnie Hawkins)


De avond van het concert werd groots aangepakt. Aangezien het Thanksgiving was, werd er voor 5000 man kalkoen besteld, een reeks dichters kwamen tussen de nummers door voordrachten houden en er was een balzaalorkest en -dansers ter introductie. Als klap op de vuurpijl werden er een stuk of vijftien gastmuzikanten uitgenodigd die zowat alle invloeden van The Band en de voornaamste genres van Amerikaanse volksmuziek omvatten. The Band moest en zou in stijl eindigen.

The Last Waltz was echter niet half zo’n overwinningstocht als de documentaire liet uitschijnen. Aanvankelijk kreeg The Band de Winterland-zaal in San Francisco, waar ze hun eerste concert hadden gespeeld de 5400 stoelen nauwelijks verkocht. De ticketverkoop begon pas echt te lopen toen de totale affiche met al de gastmuzikanten bekend geraakt was: commercieel zat The Band al een hele tijd in ruwer vaarwater: hun laatste plaat Northern Lights, Southern Cross had bijzonder weinig verkocht.

Om de focus op The Band (en hun vermeende grootsheid) en hun samenspel gericht te houden, werd het publiek nauwelijks gefilmd. Alleen naar het einde van een stomende versie van “Caravan” toe wordt het publiek gefilmd wanneer een extatische Van Morrison in de lucht begint te schoppen op maat van de muziek. De waarheid was echter dat iedereen, behalve Levon Helm die persistent weigerde, nadien overdubs heeft opgenomen in de nabewerking van de film en de opnames. Het zou ten tijde van Rock Of Ages, een veel strakker en intenser live-album dan The Last Waltz, niet waar geweest zijn. Het filmproject van Scorcese speelde dan ook een grote rol in het hooghouden van de schijn, niet alleen van het succes van The Band, maar ook van hun kunnen.

The Last Waltz was dus meer dan zomaar een concertregistratie: Scorcese volgde een draaiboek van meer dan 200 pagina’s en de nummers met Emmylou Harris en de Staple Singers werden in een aparte filmstudio opgenomen. De interviews moesten dan weer de “normale” roots en de onderlinge broederschap van The Band benadrukken, zoals Richard Manuel die met pretlichtjes in zijn ogen vertelt over hoe ze vroeger worst uit de supermarkt stalen of The Band die met zijn vijven een gouwe ouwe als “Gimme that old time religion” begint te spelen.

De film lijkt misschien vrijblijvend en geïmproviseerd, maar daar is niets van aan. Denk maar aan de schijnbaar achteloze (en vaak hilarisch pretentieuze) interviews of de “valse start” van de openingsscène waarin Rick Danko een potje biljart speelt. Heel gewone jongens, dat was het imago, maar dan wel vastgelegd door een van de grootste Hollywoodregisseurs. De film moest niet zomaar een evenement registreren, het moest een mythe construeren: The Band als symbool, stemmen van hun generatie.

“Het was het einde van een tijdperk.” (Robertson)


Dat idee kwam ook in de line-up terug: oorspronkelijk wilde The Band alleen Ronnie Hawkins (die de leden van The Band als eerste had samengebracht) en Bob Dylan uitnodigen, maar al snel kwamen daar vrienden zoals Neil Young, Eric Clapton en Van Morrison bij. Zo groeide The Last Waltz stukje bij beetje uit tot een ware staalkaart van Amerikaanse rootsmuziek, inclusief bluesartiesten als Muddy Waters en achteraf gemaakte studio-opnames met The Staple Singers (een gospeltrio die het gitaarspel van Robertson en de onderlinge samenzang van The Band danig hadden geïnspireerd) en countryzangeres Emmylou Harris.

Op die manier bewees The Band een eerbetoon aan hun diverse inspiratiebronnen en keken ze tegelijk om over hun schouder naar hun eigen nalatenschap, naar hen die ze hadden geïnspireerd en die mee met hen de rootsbeweging in de jaren 60 en 70 hadden vormgegeven. The Last Waltz was meer dan zomaar een afscheidsconcert: het was The Band die zich voor de laatste maal als ambassadeurs van de “pure” rootsmuziek profileerde, van blank tot zwart, van country tot blues of gospel: het was een laatste, krampachtige poging om de geest van de muziek uit de jaren ’60 en ’70 vast te leggen, te vieren en te verheerlijken.

Met slogans als “het einde van een tijdperk” of “het begon als een concert, maar het werd een viering” werd ter promotie van het concert en van de concertfilm het beeld opgehangen van The Last Waltz als laatste manifestatie van de roots- en folkbeweging van de jaren 60 en 70. De ambachtelijke muziek van The Band en consorten met de nadruk op teksten, samenspel en ‘eerlijke’ producties zou in de jaren na The Last Waltz op de achtergrond verdwijnen en plaatsmaken voor “artificiële” synthesizers en de breed uitgemeten producties van de jaren 80.

Of The Last Waltz nu effectief het einde van een tijdperk was of niet, is een moeilijke vraag, maar zeker is dat de film vandaag de dag geldt als een belangrijk voorbeeld van Rock-n-roll nostalgie: de film en de muziek heeft de reputatie van een gouden tijd waar we sindsdien niet meer overheen gegaan zijn. Het is ook een beeld dat door Robertson nog steeds wordt opgehangen in recente interviews: “Ik wil niet zo iemand zijn die zegt: ‘Weet je nog hoe het vroeger allemaal beter was?’ Maar alsjeblief, iemand, laat je horen.” Zo heeft The Band met The Last Waltz dus een laatste mythe gecreëerd: een succesvolle groep vrienden die met enkele hypergetalenteerde muzikanten samen de stem van hun generatie waren.

De beeldvorming van The Band als ambachtelijk en traditioneel Amerikaans schakelde op The Last Waltz een versnelling hoger om The Band groter, beter en succesvoller te doen lijken dan ze op dat moment eigenlijk was. Achter de schermen hadden drugsgebruik, commerciële flops en onderlinge onenigheid Robertson en de rest van The Band uit elkaar gedreven. Op The Last Waltz zag je vijf jongens die groter geworden waren dan ze ooit hadden kunnen vermoeden, maar die zichzelf in hun eigen mythologie hadden verloren.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijftien − zeven =