BEST OF: The Band

Geef toe: meestal zijn ze uw geld niet waard, die verzamelaars van uw favoriete groep die u in de winkel vindt. De platenfirma denkt dat enkel singles in aanmerking komen en een artiest zelf is ook al zelden goedgeplaatst om het eigen werk te beoordelen. Tijd dus dat het eens aan professionals wordt overgelaten, en wie beter dan een team kenners van enola om maandelijks de vijftien beste tracks van een artiest te selecteren. Deze maand: het beste van The Band.

1. Tears Of Rage

Van een binnenkomer gesproken; het openingsnummer van debuutplaat is er meteen één om u tegen te zeggen. “Tears Of Rage” werd meegenomen uit de legendarische sessies met Bob Dylan in Big Pink, maar het was met deze Dylan-loze versie uit ’68 dat de wereld dus eerst zou kennismaken – lang vóór de release van The Basement Tapes. Over de tekst, waarin Dylan Amerikaanse geschiedenis vermengt met Bijbelse beeldspraak, is al heel wat inkt gevloeid. Richard Manuel, die de muziek schreef, wist naar eigen zeggen zelf ook niet helemaal wat Dylan bedoelde met de tekst, maar voelde wel perfect aan waar hij naartoe wilde. De verbittering, de zielenpijn en de ingehouden woede die hij in zijn zang legt, klinken dan ook oprecht en authentiek. Muzikaal gezien wijkt deze versie ook af van de originele song: niet alleen is er die soulvolle stem van Manuel, het refrein – waarin hij wordt bijgestaan door de falset van Rick Danko – sleept zich voort als een treurmars op een druilerige dag in New Orleans.

Hoogtepunt 0’10”: Richard Manuel zorgt vanaf het begin voor kippenvel per strekkende meter: “We carried you in our arms / On Independence Day / And now you’d throw us all aside / And put us on our way”.

2. Across The Great Divide

Van het ‘moeilijke tweede’-syndroom had The Band duidelijk geen last. Een jaar na hun debuut Music From Big Pink laat het vijftal zijn titelloze tweede los op de wereld. Net als op de eerste brengt de groep op het zogeheten The Brown Album tal van Amerikaanse genres samen. Ook qua thematiek vormt de langspeler meer dan zijn voorganger een geheel. “Across The Great Divide” is het openingsnummer en laat een groep horen die in bloedvorm verkeert. Het is een song over ‘een nieuw leven beginnen op een nieuwe plek’ en over ‘de kansen grijpen waar ze liggen’. Het hoogst aanstekelijke refrein – “Across The Great Divide / Just grab your hat / and take that ride” – nodigt uit tot meezingen, terwijl de vrolijke blazers allerminst nefast zijn voor de feestvreugde.
Hoogtepunt 1’48”: “Had t’ stall till the fall, now I’m gonna crawl” zingt Manuel aan het einde van de tweede strofe, waarna de blazers het refrein overnemen.

3. The W.S. Walcott Medicine Show

Nog zo’n song waar The Band – en dan vooral Robbie Robertson die vanaf het onderschatte Stage Fright al dan niet eenzijdig (zie ook ons artikel over The Last Waltz) zowat alle songwriting credits op zich nam – speelde met beelden uit de Amerikaanse folklore, in dit geval dat van de rondtrekkende medicijnmannen annex muzikanten. The W.S. Walcott was trouwens een bestaande troupe, eigenlijk “F.S. Walcott” genaamd maar dat zong niet zo lekker. Een song die eigenlijk evengoed een intentieverklaring van en over The Band zelf is: “Once you get it / You can’t forget it”.

Hoogtepunt 1’36“: Een heerlijk onderkoelde soulvolle saxofoonsolo van Garth Hudson. Hadden we al gezegd dat The Band een band van multi-instrumentalisten was?

4. Stage Fright

Een song met Rick Danko in de hoofdrol: zijn nasale stem vertolkt het verhaal van een “poor boy” die eensklaps beroemd wordt, bijna ten onder gaat aan podiumvrees, maar “when he gets to the end, he wants to start all over again”. Het nummer is een bijna compleet autobiografische tekst van Robertson, die maar al te goed wist en zag wat de prijs voor roem en de bijbehorende excessen van het leven op tournee was. Het nummer stond op het gelijknamig getitelde derde album van The Band, waarop ook “The Shape I’m In” terug te vinden was, een pijnlijk treffende beschrijving van de gevolgen van drugs- en drankmisbruik. In die zin was The Band dan ook helemaal niet anders dan zoveel andere bands uit hun tijd, hoezeer ze dat met hun publieke imago ook hebben geprobeerd te bestrijden.

Hoogtepunt: 0’52”: Na een funky strofe, vertraagt het tempo en het refrein breekt voor de eerste maal open en Rick Danko haalt hoog uit: “See the man with the stage fright”. De wanhoop in zijn stem doet pijn.

5. The Weight

Niet alleen de bekendste song van The Band, maar ook een van die liedjes die de late jaren 60 definiëren. Dat is in niet geringe mate te danken aan het gebruik in Easy Rider. Ook al roept het in die film eerder associaties op met de uitgestrekte landschappen van het Amerikaanse Westen, eigenlijk is dit meer dan eender welke ander liedje van The Band het verhaal van de Deep South. Het is het – door Luis Buñuel beïnvloedde en rijkelijk van bijbelse beeldvorming voorziene – verhaal van de allesbeklemmende religiositeit van de Bible Belt. Alleen al met deze song zou The Band haar plaats in het pantheon der Amerikaanse muziek opeisen.

Hoogtepunt : 0’ 48“. “Aaaannnnddd you put the load right on me”. Het gewicht van de religie – het woord ‘weight’ zelf komt overigens niet eenmaal in de tekst voor – op de schouders van Levon Helm, de enige van The Band die ook daadwerkelijk uit het Amerikaanse Zuiden (zelfs uit de VS tout court) kwam.

6. Acadian Driftwood

Northern Lights – Southern Cross, het zesde album van de band, was volgens de meeste fans ook de laatste écht goede plaat. De groep nam het album op in een nieuwe studio in Californië, en daar leefde vooral organist Garth Hudson zich uit bij het arrangeren van het songmateriaal. Keyboardpartijen worden op elkaar gestapeld of vullen hier en daar een muzikale leemte in, maar toch zijn het vooral de songs zelf die van uitstekende makelij blijven. In “Acadian Driftwood”, een van de beste tracks van de plaat, wordt de leadzang netjes verdeeld over Richard Manuel, Levon Helm én Rick Danko. Gitarist Robbie Robertson leverde muziek en tekst en vooral die laatste leest – letterlijk – als een geschiedenisles. “Acadian Driftwood” vertelt het verhaal van de bewoners van Acadië, een Franse kolonie in het noordoosten van Amerika die in de loop van 18de eeuw in Britse handen kwam. Het ‘Acadische drijfhout’ zijn de Franstalige bewoners van het schiereiland die weigerden trouw te zweren aan de Britse koning en die in 1755 op hardhandige wijze werden verdreven uit hun land.
Hoogtepunt: 1’03”, wanneer de drie stemmen voor het eerst samenkomen in het ingetogen, eenvoudige, maar mooie refrein: “Acadian driftwood / Gypsy tail wind / They call my home / the land of snow / Canadian cold front / movin’ in/ What a way to ride / Oh, what a way to go”

7. Chest Fever

Over de ontstaansgeschiedenis van heel wat The Band-songs werd achteraf stevig gediscussieerd, niet zelden door de groepsleden zelf. “Chest Fever” van Music From Big Pink wordt volgens de credits volledig toegeschreven aan Robertson. Die zorgt hier inderdaad voor een snedige gitaarpartij, maar toch is het vooral de orgelintro van Garth Hudson die bepalend is voor deze song. Hudson liet zich hiervoor inspireren door (en improviseerde voort op) een fuga van Bach. Ook de tekst kwam al improviserend tot stand tijdens een repetitie. Daarbij deden behalve Robertson ook Levon Helm en Richard Manuel een stevige duit in het zakje. In “Chest Fever” keren de heren het cliché van de drinkende man met de losse handjes om en bezingen ze het lot van een man die ten onder gaat aan zijn liefde voor een heavy boozende vrouw. Niet alleen muzikaal maar ook tekstueel moest deze groovy song een tegengewicht bieden aan de serieuzere songs op het album.

Hoogtepunt 2’35”: “It’s long, long when she’s gone / I get weary holding on / Now I’m coldly fading fast /I don’t think I’m gonna last / Very much longer”. Een dronken jazzfanfare komt even meehuilen met de vertwijfelde, wanhopige duts.

8. Georgia On My Mind

Het nummer waarin Richard Manuel zijn grote voorbeeld Ray Charles naar de kroon steekt met een “evergreen” waar Ray Charles zelf bekend mee geworden is. Het nummer gaat al mee met The Band sinds hun dagen met Ronnie Hawkins, toen nog als The Hawks, in de late jaren 50 en vroege jaren 60. Het nummer is altijd in hun repertoire blijven zitten en wie naar deze studioversie luistert, in 1976 als single uitgebracht ter ondersteuning van de presidentscampagne van Jimmy Carter, begrijpt waarom. In deze studioversie die op de restjesverzameling Islands te vinden is, het laatste officiële album van The Band in de voltallige bezetting, klinkt Manuel op zijn meest gekweld: zijn stem sleept, sleurt en schuurt zich een weg doorheen het weemoedige nummer. Het nummer toont bovendien aan hoe The Band niet alleen uit het vaatje van blanke muziek maar ook uit dat van de zwarte muziek (soul, blues, funk) tapte. Deze versie kan zonder schaamrood op de wangen naast die van Charles staan.
Hoogtepunt 2’08”: Na een heel nummer laag te hebben gezongen, haalt Manuel na een fantastische drumbreak van Levon Helm uit met zijn zo karakteristieke falset: “Oh Georgia”. Na talloze flessen Grand Marnier klinkt zijn stem niet meer zo zuiver als in de begindagen van The Band, maar het gevoel van verlangen wordt er niet minder om.

9. Life Is A Carnival

Dat men niet altijd als een trieste plant door het leven moet, bewijst The Band met “Life Is A Carnival”, dat in ware New Orleans-stijl met een blazersarrangement van Allen Toussaint de grootste problemen van het leven weet te relativeren. Het nummer klinkt feestelijk, exuberant en past dan ook als gegoten bij de tekst die enerzijds het luxueuze moderne leven bekritiseert, maar anderzijds in het refrein relativeert en aanvaardt. Helm zit goed in zijn vel met zijn karakteristieke, funky, halftijdse drums in de strofes terwijl Garth Hudson een carnavaleske melodie op zijn orgelwerk speelt.

Hoogtepunt 3’15”: Helm, Danko en Manuel schakelen een toon hoger, zingen voor een laatste keer het refrein en de stem van Danko komt net boven die van Helm uit. Vier woorden, meer had The Band niet nodig om hun meerstemmige magie te laten horen: “Life Is A Carnival”.

10. This Wheel’s On Fire

Een van de drie songs uit de kelder van Big Pink die ook het debuutalbum van The Band haalde. Waar het liedje in de originele versie een valse trage was, klinken de rockinvloeden in de versie van The Band veel duidelijker door. Zelden klonken ze uitbundiger dan op dit door Bob Dylan en Rick Danko samen geschreven nummer, en dat is vooral te danken aan de glansrol die weggelegd is voor Garth Hudsons toetsenwerk. Wat dat wiel in de tekst precies mag zijn, is niet geheel duidelijk – een tekst van Dylan, weet je wel – maar dat neemt niet weg dat de band zelf in ieder geval on fire was in dit nummer.

Hoogtepunt : 2’45“. “This wheel shall explooode”. Een geweldig einde van een geweldig refrein.

11. Katie’s Been Gone

Jaren nadat de eerste bootlegs van The Basement Tapes verschenen, werd een officiële release uitgebracht. Aan Robbie Robertson werd gevraagd om dit in goede banen te leiden. En dat deed hij op zijn eigen manier: met overdubs en acht songs waarop er geen spoor van Dylan te bekennen was. “Katie’s Been Gone” was een van de eerste songs die The Band schreef na hun masterclass rootsmuziek in Big Pink. Samenzang, instrumentale veelzijdigheid en gedrenkt in de traditie van Amerikaanse folkmuziek, alles zat al in deze song over een vergane liefde.
Hoogtepunt 1’26“: Een heerlijk melancholisch moment waar Richard Manuel snakt naar de afwezige Katie.

12. The Night They Drove Old Dixie Down (Live – The Last Waltz)

Niet alleen een van de beste nummers van The Band, maar ook een van de belangrijkste en meest karakteristieke. Het nummer speelt zich af ten tijde van de Amerikaanse Burgeroorlog in 1865, tijdens de laatste slag om Richmond, maar verteld vanuit het perspectief van een zuiderling die vreselijke honger en koude lijdt en die zijn familie in de oorlog heeft verloren. Het was geen nummer dat kanten koos, maar een dat wel, zoals ook “Arcadian Driftwood”, een vergeten bevolkingsgroep een stem gaf. Het nummer wordt logischerwijze dan ook gezongen (of liever: vertolkt) door Levon Helm die zelf uit Arkansas kwam. Het nummer vat dan ook de esthetiek van The Band mooi samen: traditionalisme en met de voeten stevig in de Amerikaanse geschiedenis, maar altijd met oog voor nuance. Er zijn veel mooie versies van dit nummer (niet in het minst de studioversie op The Band) maar onze favoriet is die van het afscheidsconcert The Last Waltz. Het blazersarrangement van Toussaint blaast het nummer richting crescendo en Helm zingt voor de laatste keer met de voltallige band de ziel uit zijn lijf voor een uitzinnig publiek.

Hoogtepunt 3’35”: Het refrein – de sterkhouder van zoveel nummers van The Band – wordt voor een laatste keer ingezet. Helm gaat na een laatste drumroffel met zijn stem een toonladder hoger, de trompetten schallen als een cavalerie in aantocht en het publiek barst in applaus uit.

13. Don’t Ya Tell Henry (Live – Rock Of Age)

The Last Waltz krijgt de meeste superlatieven over zich heen gegooid, maar wij hebben het meer voor dat andere live-album Rock Of Ages, opgenomen tijdens de vier laatste dagen van 1972 in de Academy of Music in New York. Op oudejaarsavond kwam Bob Dylan plots het podium op om een paar liedjes te komen meezingen met The Band. Op het heerlijk rommelig klinkende “Don’t Ya Tell Henry” kregen we zowaar een duet van Bob Dylan en Levon Helm. Heel even beperkte de magie van The Basement Tapes zich niet tot een kelder in West Saugerties, maar kwam ze tot leven op een podium in New York.

Hoogtepunt : 0’17“. De start van de samenzang tussen Helm en Dylan. Zo kan je dus ook een duet doen.

14. King Harvest (Has Surely Come)

Als chroniqueurs van ‘het leven zoals het was…’ kent The Band zijn gelijke niet. Toch wordt er in de songs geen geromantiseerd ideaalbeeld opgehangen van vroegere tijden waarin alles beter zou geweest zijn, integendeel, de groep zet realistische personages neer, plattelandsbewoners die vaak met de moed der wanhoop probeerden op te boksen tegen hogere machten en tegen de elementen. In dit nummer, de afsluiter van het tweede, titelloze album, kruipt Richard Manuel in de huid van een arme, wanhopige boer uit het zuiden van de Verenigde Staten. Nadat hij werd getroffen door allerlei rampspoed – een mislukte oogst, een afgebrande schuur,…- grijpt hij de laatste strohalm en legt hij zijn lot in de handen van de Union. Niet dat dat veel soelaas brengt, want ook dan leeft hij nog steeds bij de gratie van de weergoden. The Band brengt in dit nummer op een organische, haast onopvallende manier traditionele genres bij elkaar zoals blues, country en rock-‘n-roll, en maakt daar een geheel van dat erg naturel klinkt. Wat de songstructuur betreft, wordt dan weer wel gebroken met de traditie: het eerder ingehouden refrein – gezongen door Levon Helm en Richard Manuel – opent de song, waarna Manuel in de strofen op zijn onnavolgbare wijze de boer vertolkt.

Hoogtepunt 0’35”: Garth Hudson gooit er nog een laagje orgel bovenop. De song, die op dat moment eigenlijk al flink op dreef is, krijgt zo plots nog meer schwung.

15. I Shall Be Released

Het derde en laatste overblijfsel van The Basement Tapes en de perfecte afsluiter voor Music From Big Pink. Het nummer was van de hand van Dylan, maar alleen in de religieuze metaforen uit de tekst valt daar nog iets van te merken, aangezien The Band zo hard hun eigen stempel op dit nummer had gedrukt. Het spiralende leslie-orgel van Hudson, de delicate zang van Manuel met een licht schurende falset, het aarzelende stop-en-start drumwerk van Helm en de etherische samenzang in het refrein dat ergens tussen wanhoop en geloof balanceert: dit was gospel voor een nieuwe generatie. “I Shall Be Released” was nog zo’n nummer dat eigenlijk nooit een hit geweest is, maar dat iedereen die iéts van The Band kent, onmiddellijk met hen associeert.
Hoogtepunt 0’07”: Manuel begint te zingen: “They say everything can be replaced / They say every distance is not near.” Wat volgt, is een 3 minuten en 12 seconden durende hartkreet van iemand die gedoemd lijkt te moeten wachten op iets wat maar niet komt.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × 5 =