Cult Of Youth :: Final Days

Dat de werelden van neo-folk, in 80’s dampen gehulde postpunk en tribale excessen elkaar kunnen vinden met een overtuigende vanzelfsprekendheid, bewijst Cult of Youth op zijn vierde album.

Hij is intussen al acht jaar bezig, die Sean Ragon. Aanvankelijk op z’n eentje, daarna met steeds meer gasten erbij en intussen is het voormalige soloproject uitgegroeid tot een vijfkoppige band die er volgens het label op uit was om een postindustriële Pet Sounds te maken. Dat is een ietwat merkwaardige vergelijking – van de hemelse harmonieën en gestileerde popverfijning van Brian Wilson en co valt hier niet veel te merken -, maar gaandeweg zijn er wel wat overeenkomsten, al hebben die vooral met bombast te maken.

Maar, first things first. Het album gaat intrigerend van start met “Todestrieb”, waarop Ragon eerst te horen valt op galmende trompet en vervolgens een tribaal hoorspel op gang gebracht wordt, met tromslagen en allerhande zwiepende, schurende objecten. Dat blijken volgens het boekje onder meer kettingen, een schedel en lichamen te zijn. Ietwat sinister, al wordt op de website ook al opgeschept met het feit dat er menselijke botten gebruikt werden tijdens de opnames en dat een deel van de teksten in een gevangenis geschreven werden. Lijkt wat karikaturaal hengelen naar een onguur imago, maar Final Days is echt wel het geluid van een band voor wie het menens is.

Het hele album, dat voortdurend op de wip tussen repetitieve, akoestische folk en gothische doemrock zit, wordt immers gedreven door een intense, strijdlustige energie, die het geheel soms doet overslaan naar punkregionen. Het heeft iets van de zwartgeblakerde gothic blues van het Australische Crime & The City Solution, of de militante rock van New Model Army, maar dan met een pastoraal en savant randje, alsof Death In June en David Tibets Current 93 ermee gemoeid zijn. “Dragon Rouge” wordt zo gedreven door prominente trommels en neigt al snel naar een sound die breder, grootser is dan je van een vijftal zou verwachten.

Instrumenten worden laag per laag gestapeld, tot je een wellustige combinatie krijgt van akoestische en elektrische snaren, gerinkel, gerommel en percussie, synth, cello en knap verweven stemmen, waarbij de bariton van Ragon ergens tussen die van Nick Cave en Ian Curtis zit. Die laatste referentie wordt nog eens herhaald in de compacte single “Empty Faction”, die nadrukkelijk aan “Love Will Tear Us Apart” refereert en gevolgd wordt door het al even catchy “God’s Garden”. Van het postpunkdefaitisme van Curtis en co is hier echter geen sprake. Daarvoor klinkt deze bende te agressief en idealistisch. Denk eerder aan een kwaaie Stranglers.

Het gemeenschapsgevoel dat van de plaat spat werkt niet altijd even goed – voor een overtuigend stuk als “Down The Moon” is er ook een wat drammerig “Of Amber”, wat eigenlijk maar een mager beestje is -, maar als geheel werkt Final Days wel uitstekend: als een coherente, onheilspellende nachtvertelling. Mooist van al is het tweeluik “No Regression” / “Sanctuary”: het eerste bouwt verder (of: klinkt aanvankelijk identiek) op “Down The Moon” en lijkt haast een light versie van wat Swans de laatste jaren uitvreet, terwijl hoogtepunt “Sanctuary” de Nick Cave van The Birthday Party in een folkcontext plaatst, iets dat klinkt als een massief zeemans- of drinklied met een knoert van een climax.

De percussie en akoestische gitaren spelen net zo’n belangrijke rol als de elektrische lading, maar dat heeft amper impact op de kracht van Final Days dat her en der uitpakt met uit z’n voegen barstende passages en een eensgezinde focus die normaal voorbehouden is aan geïndoctrineerde sektes. Fijne plaat, en live gaat dit vermoedelijk al helemaal in ’t rood gaan.

De band speelt op 21 februari in Het Bos (Antwerpen).

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 × 4 =