Mark Ronson :: Uptown Special

Wie dacht dat Mark Ronson voor zijn nieuwe plaat snel een verzameling funkpastiches naar het model van “Uptown Funk” zou opnemen, is er aan voor de moeite. Het zou het makkelijkst, en wellicht het meest lucratief geweest zijn. Niet dus, maar neemt u toch maar even de tijd om te luisteren naar wat Uptown Special dan wel te bieden heeft.

Het grote publiek zal Mark Ronson wellicht voor altijd associëren met Amy Winehouse, van wie hij de productie van doorbraakplaat Back To Black voor zijn rekening nam. Maar het CV van Britse producer, muzikant en liedjesschrijver is rijker gevuld dan je zou denken: hij lanceerde ook Lily Allen, kroop achter de knoppen voor Adele en Robbie Williams, bracht al een aantal soloplaten uit en viel in de prijzen tijdens zowel de Brit Awards als de Grammy’s. Dat maar weinigen hem zouden herkennen mocht hij bij ons over straat lopen, heeft vooral te maken met het feit dat Ronson zelf niet zingt, en ook niet de behoefte voelt om in de schijnwerpers te staan. Dat laat hij liever over aan de wereldsterren die zijn nummers inzingen. Zoals Bruno Mars, met wie Ronson samen “Uptown Funk” maakte, dat momenteel zowat overal ter wereld de hitlijsten aanvoert.

Op “Feel Right” na – de samenwerking met Mystikal die op de leest van James Browns “The Boss” geschoeid is – kiest Ronson op Uptown Special dus niet enkel voor funkimitaties in de lijn van die recente oorworm. Het is een publiek geheim dat Ronson de stiefzoon is van Mick Jones, gitarist van de band Foreigner. Het softrockgeluid van die groep, alsook de meer soul- en jazzgerichte aanpak van generatiegenoot Steely Dan, hebben Uptown Special sterk beïnvloed. Vooral het gepolijste “Heavy And Rolling” en het gezapige “Crack In The Pearl”, waarop Andrew Wyatt van Miike Snow de zang voor zijn rekening neemt, nemen je mee naar eind jaren zeventig, begin jaren tachtig. Aangename cocktailmuziek is het, haarfijn geproducet. De nummers met Tame Impala-zanger Kevin Parker roepen datzelfde gevoel van zomerse zorgeloosheid op, maar er zit meer pit in. Vooral “Daffodils” is een sepiakleurig psychedelisch hoogstandje.

U merkt het, voor Uptown Special heeft Ronson eens te meer een heus team rondom zich geschaard. Wij zouden ze niet allemaal te eten willen geven. Uiteraard zijn er de gastzangers, co-producers en de muzikanten. Maar naast hen prijken nog een aantal namen in de Liner Notes waarvan je je terecht kan afvragen wat ze precies bijbrachten, zoals Boys Noize. Ook vreemd: als er één artiest was, waar Ronson al altijd mee wou samenwerken, was het Stevie Wonder. Dit is hem gelukt, maar Wonder zijn bijdrage beperkt zich tot een streepje mondharmonica aan het begin en aan het eind van de plaat. Jammer. Een andere opvallende gast is de Amerikaanse romanschrijver Michael Chabon die het leeuwendeel van de teksten schreef, over een driehoeksverhouding tussen twee mannen en een moordgriet.

Mark Ronson is dan ook een notoire perfectionist die niets aan het toeval overlaat. Onlangs vertrouwde hij The Guardian toe dat zijn haar ging uitvallen, hij begon over te geven en zelfs flauwvallen toen hij geen geschikte gitaarpartij vond voor “Uptown Funk”. Om het geluid toch maar helemaal top te krijgen, bleef hij opnemen. “Ik heb iets gemaakt dat zo goed is dat de mensen niet langer geloven dat het van mij is”, liet Ronson optekenen in datzelfde interview. Een wat vreemde uitspraak, te weten dat de man onder meer met Back To Black al puik werk afleverde. Zo goed als die klassieker is Uptown Special niet, maar het is wel Ronson zijn beste soloalbum.Een prima popplaat dus, waarop deze muzikale kameleon laat horen dat de ideeën nog lang niet op zijn.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

achttien − 16 =