Mark Ronson And The Business Intl :: Record Collection

Net zoals een goede dj niet steeds een goede producer is, maakt een goede producer in de meeste gevallen nog geen goed artiest. Het verhaal van de schoenmaker en de leest, weet u wel. Op Record Collection probeert sterproducer Mark Ronson andermaal het tegendeel te bewijzen.

William Orbit, Phil Spector, Daniel Lanois, Timbaland, Pharrell Williams… Het lijstje steengoede producers dat ook al met eigen materiaal naar buiten kwam, maar daarmee minder fortuinlijk was, is aanzienlijk. Ook de jonge Brit Mark Ronson bracht al twee platen uit die in de schaduw bleven van het werk dat hij als producer van onder meer Amy Winehouse en Lily Allen in elkaar stak. Op nummer drie laat hij de covers achterwege en kiest hij resoluut voor het synthpopgeluid van de jaren tachtig. Regeerden op voorganger Version nog de zonnige blazers en soulvolle meidenkoortjes uit de jaren zestig, dan overheersen nu de veelkleurige trainingspakken en de synthesizertonen uit de eighties. Ronson werkt immers aan nieuw materiaal voor Duran Duran en Culture Club, en als wederdienst leveren zowel Simon LeBon als Boy George hier een bijdrage.

Al zijn dat lang niet de enige gasten op Record Collection. Tussen de vuilbekkende rappers van Spank Rock en het kokette The Pipetteszangeresje Rose Dougall ligt nog een hele reut sterren die maar al te graag hun medewerking verleenden. Een aantrekkelijk allegaartje op papier, maar de ervaring leert dat het in de praktijk niet zo evident is om een mikmak van stemmen en stijlen samen te brengen. Maar in de nasleep van Gorillaz slaagt ook Ronson er in om enkele op het eerste gezicht onverenigbare artiesten samen te brengen. Zo wordt op de eerste single "Bang Bang" old skoollegende Q-Tip gekoppeld aan Amanda Warner van de opkomende elektrosensatie MNDR. Het nummer verenigt het ludieke van Jacques Lu Cont met de cool van A Tribe Called Quest.

"Hey Boy", met Rose Dougall en het aanstormende talent Theophilus London, is vederlichte pop waar La Roux een patent op heeft en je zou zweren dat op "Glass Mountain" Gnarls Barkley te gast is. Blijkt echter niemand minder dan soulzanger D’Angelo hier een opgefokte elektrotransformatie te ondergaan. Ietwat verderop gaat het helaas fout; "Somebody To Love Me", met Boy George achter de microfoon, neigt naar Elton John en Wham! Dat belooft alvast weinig goeds voor die Culture Clubcomeback. Eerder wist ook "You Gave Me Nothing" niet te overtuigen. Het nummer klinkt als een afleggertje waar Blondie en Eurythmics in de jaren tachtig al voor pasten.

Het zijn slechts kleine smetten op een verder vrij voortreffelijk album. Op twee van de beste nummers van de plaat brengt Ronson trouwens het beste van de jaren zestig, tachtig en nul samen. Zo zitten zowel in "The Bike Song" — met Spank Rock en Kyle Falconer, zanger van het Schotse The View — als in "Lose It (In The End)" — met Wu Tangkrijger Ghostface Killah en Alex Greenwald — zowel raps, synthpartijen als opgewekte sixtiesrefreintjes. En het werkt nog ook!

Record Collection is niet zo goed als Alright, Still of Back To Black, de chef d’oeuvres die Mark Ronson in elkaar stak voor respectievelijk Lily Allen en Amy Winehouse. Daarvoor mist de plaat een omlijnde visie en een ziel. Maar het is wel de beste van Ronsons soloplaten en sowieso een erg aanstekelijk singlesalbum. In het titelnummer reikt Ronson aan waar het voor hem om draait: "I only want to be in your record collection/ And I’ll do anything it takes just to get there." Wel dan, doel bereikt.

Op woensdag 17 november stelt Mark Ronson Record Collection voor in de Ancienne Belgique.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

19 − 9 =